Studentenalmanak 1966 - pagina 407
zachtglanzend in het licht van mijn lucifer. Een antieke tandem.
Zij gaat met haar vinger langs het barokbewerkte stuur en de groene
lak van de vork. We lachen nu beiden.
„Stelen we hem?" fluistert ze, de wielen, de trappers, de kettingen
onderzoekend. ,,We moeten hem op de weg krijgen", mompel ik, maar
zij maakt zeer uitgelaten gebaren en is gelukkig als een kind. Lief op-
gewonden meisje. Ik ken je nog maar zo kort, jij die misschien de dochter
van een cycloop bent, geboren in de mist, ik ken je nog maar zo kort
en nu heb ik al zm om je te zoenen, zo maar in het donker in deze
schuur. Dit is een complot. Hier is onze trofee. Ik ben geloof ik een
beetje gelukkig.
Terwijl ik de fiets door de weke grond probeer te trekken, spreekt zij
met de koeien, die stom-verloren met ons mee beginnen te kuieren:
„Dag lieve koetjes, domme laffe lieve melkbeesten. Het is tijd om te
slapen. Jullie hebben niets gezien, jullie zullen niets vertellen tegen
pappie, de boer".
Zij moet later in een groot, zonnig huis wonen, denk ik, een huis met
veel kinderen en vogels, met veel licht door de ramen en 's avonds
louter tevredenheid met pannekoeken toe.
Eindelijk na zeer veel inspanning is het mij gelukt met de tandem op
het fietspad te geraken. Het is minder druk nu, op het plein. De mist
is weer overgegaan in regen, en onze koffers zijn er niet meer, maar
we merken het nauwelijks. We zeggen het hoogstens even, nogal af-
wezig, maar veel belang heeft het niet. We zijn rijk, gelukskinderen.
We fietsen en fietsen maar. Soms legt zij haar hoofd op mijn rug. Ze
neuriet zachtjes, af en toe.
Zo wordt het ochtend. De zon in de vroege morgen is een koker van
zacht en weldadig licht naar onze weke vochtige aarde; de warmte
dringt aarzelend tot ons door. Ik wilde dat ik een spiegel had om mijzelf
nu te zien.
Mensen worden geboren en sterven, huwelijken worden gesloten en
ontbonden, doden worden begraven en dat alles op één dag. Zo moet
het zijn. Onder mij draaien de wielen. Het trappen gaat bijna vanzelf.
Dadelijk zijn wij aan het strand. We fietsen gewoon over de duinen
naar het harde zand, vlak aan de zee. Daar zetten wij onze geliefde
tandem neer. Het moet een mooi gezicht zijn, zoals hij daar zal staan,
399
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Studentenalmanak | 506 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Studentenalmanak | 506 Pagina's