Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1966 - pagina 407

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1966 - pagina 407

2 minuten leestijd

zachtglanzend in het licht van mijn lucifer. Een antieke tandem.

Zij gaat met haar vinger langs het barokbewerkte stuur en de groene

lak van de vork. We lachen nu beiden.

„Stelen we hem?" fluistert ze, de wielen, de trappers, de kettingen

onderzoekend. ,,We moeten hem op de weg krijgen", mompel ik, maar

zij maakt zeer uitgelaten gebaren en is gelukkig als een kind. Lief op-

gewonden meisje. Ik ken je nog maar zo kort, jij die misschien de dochter

van een cycloop bent, geboren in de mist, ik ken je nog maar zo kort

en nu heb ik al zm om je te zoenen, zo maar in het donker in deze

schuur. Dit is een complot. Hier is onze trofee. Ik ben geloof ik een

beetje gelukkig.

Terwijl ik de fiets door de weke grond probeer te trekken, spreekt zij

met de koeien, die stom-verloren met ons mee beginnen te kuieren:

„Dag lieve koetjes, domme laffe lieve melkbeesten. Het is tijd om te

slapen. Jullie hebben niets gezien, jullie zullen niets vertellen tegen

pappie, de boer".

Zij moet later in een groot, zonnig huis wonen, denk ik, een huis met

veel kinderen en vogels, met veel licht door de ramen en 's avonds

louter tevredenheid met pannekoeken toe.

Eindelijk na zeer veel inspanning is het mij gelukt met de tandem op

het fietspad te geraken. Het is minder druk nu, op het plein. De mist

is weer overgegaan in regen, en onze koffers zijn er niet meer, maar

we merken het nauwelijks. We zeggen het hoogstens even, nogal af-

wezig, maar veel belang heeft het niet. We zijn rijk, gelukskinderen.

We fietsen en fietsen maar. Soms legt zij haar hoofd op mijn rug. Ze

neuriet zachtjes, af en toe.

Zo wordt het ochtend. De zon in de vroege morgen is een koker van

zacht en weldadig licht naar onze weke vochtige aarde; de warmte

dringt aarzelend tot ons door. Ik wilde dat ik een spiegel had om mijzelf

nu te zien.

Mensen worden geboren en sterven, huwelijken worden gesloten en

ontbonden, doden worden begraven en dat alles op één dag. Zo moet

het zijn. Onder mij draaien de wielen. Het trappen gaat bijna vanzelf.

Dadelijk zijn wij aan het strand. We fietsen gewoon over de duinen

naar het harde zand, vlak aan de zee. Daar zetten wij onze geliefde

tandem neer. Het moet een mooi gezicht zijn, zoals hij daar zal staan,

399

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966

Studentenalmanak | 506 Pagina's

Studentenalmanak 1966 - pagina 407

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966

Studentenalmanak | 506 Pagina's