Studentenalmanak 1966 - pagina 401
De kleine betovering was voorbij en Peter liep door over de weg, de
man struikelde met hem mee, onder de amandeibomen daarnaast... en
viel, in stilte. Nu klonken wat verderop de stemmen van spelende kin-
deren. De bomen ruisten licht, niet eens weemoedig of verontwaardigd;
ze maakten alleen heel even wat geluid met het opsteken van de wind.
„ N u weet ik wat je zei," mompelde Peter, zonder nog om te kijken en
dat kostte hem moeite. ,,Je smeekte om zo door te mogen struikelen,
de armen gekruisd op de borst. Ik heb het niet verboden, maar ook niet
goed gevonden. Ik heb je niet begrepen. Krepeer daar nu maar. Ik ben
hier gekomen om rust te vinden. Eenentwintig jaar en dan al rust moe-
ten vinden."
Hij was nu aan het strandje gekomen, hij was de eerste en misschien
ook wel de laatste vandaag. In de baai dobberden twee Griekse jongetjes
in een groen bootje. Eén van hen hing overboord en keek met een
duikbrii onder water, op zoek naar inktvissen.
„Ik zal Fanny ook beter opvoeden," zei hij, terwijl hij zijn kleren uit-
trok, ,,Fanny is een slechte naam. Met de naamgeving begint de op-
voeding. Een krachtige naam geeft een krachtige hond." Dit wist hij
zeker, op dat moment althans.
Hij ging het water in, het was onbedorven en onbewogen water. Voet
voor voet ging hij dieper. Wanneer het kruis maar door was kon hij
duiken. Moeilijk moment. Altijd zo geweest, voor alle mensen van alle
tijden, die in zee of waar dan ook langzaam het water hadden moeten
inlopen. Hij was zo ver en ging onder.
Hij voelde zich even gezond en sterk als die Griekse jongetjes, nu hij
langzaam, maar zeker van zich zelf naar het vlot zwom. De kleine baai
was één en al vrede. Voor zich uit zag hij de open zee, achter zich wist
hij het glooiend bergland met het blokkendoosdorp daarover uitgespreid.
Hij hield van dit eiland en van zijn bewoners, hij hield er van terug te
kijken in hun vreterig nieuwsgierige ogen, hij hield ook van de manier
waarop zij elkaar aankeken, precies wetend wat ze aan elkaar hadden,
omdat ze van kindsbeen af met elkaar vergroeid waren geweest en
elkaar ook zouden zien sterven. Hij hield van de manier waarop ze hun
kaarten op tafel smeten: dit ben ik, dft geef ik, niet meer, niet minder.
De zon had hem nu bijna opgedroogd en hij voelde het zout prikken
op zijn huid. Het vlot wiegde een beetje heen en weer, hij gaf er aan
393
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Studentenalmanak | 506 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Studentenalmanak | 506 Pagina's