Studentenalmanak 1966 - pagina 375
,,lk dacht dat papier onzijdig was, maar je praat als een vrouw." Hoe
kan ik nu schrijven zonder onderwerp!"
,,Onderwerp, onderwerp, jullie schrijvers moeten ook altijd een onder-
werp hebben, pruilt het papier. Kun je dan niet *s één keertje doen
alsof? Geneer je niet voor mij! Ik ben geduldig. Het stond laatst nog
in de krant. Ik kan alles hebben. En ik ben heus onzijdig. Neutraal, in-
different, blanco. Alles kun je aan mij kwijt. Schrijvers vertrouwen altijd
van alles aan het papier toe. Stort je hart maar op mij uit, het blijft
toch allemaal aan de oppervlakte (als je tenminste schrijft en niet prikt,
want het is het enige waar ik niet tegen kan, dat gaat me door alles
heen)."
Ik luister. Het wordt inderdaad steeds verleidelijker. Wie kan hier nu
nog iets tegenover stellen? Je zou je hele onderwerp er bij vergeten.
Deze logica mag dan niet onweerlegbaar zijn, onweerstaanbaar dreigt
zij wel te worden. Goed, maar je moet toch iets hebben, een ond . . .
Ik pak het papier voorzichtig tussen duimen en wijsvingers beet, hef
mijn vederlichte last op, beroer het vluchtig met mijn lippen - dat kan
ik niet laten - en houd het dan, niet zonder dat een vluchtig rood mijn
wangen kleurt, op armslengte van mij af, tegen het licht. Prompt laat
het zich slap achterover vallen, in katzwijm. Net even te laat. Precies
wat ik dacht: een watermerk. En op de plek waar ik het vermoedde.
Peinzend leg ik het slappe geval weer voor mij. Ik denk aan het woord
van Oscar Wilde over de vrouw: Sfinx zonder geheim.
,,Kom maar bij, ik heb het al gezien. Ik kijk dwars door je heen. Wa-
terig."
,,Dat vind ik een schoftenstreek! Fielt! Serpent! Indecente scribent!
Pornograaf!" krijst het papier. ,,Nu mag je niet eens meer schrijven.
Ik doorzie jou ook mannetje! Straks, als ik half vol geschreven ben en
het staat je niet aan, dan word ik in elkaar gefrommeld en als een waar-
deloos vod in een hoek gesmeten. Voor mij een ander. D'r wordt geen
haan naar gekraaid!" (Deze laatste fraaie volzin is niet origineel van het
papier. Het heeft hem van de werkster, die ik nog geen vijf minuten ge-
leden hem in ander verband hoorde bezigen tegen mijn vrouw. Hoe
vlug zo'n papier zoiets te pas weet te brengen! Wat dat betreft is het
trouwens net een papegaai. Je kunt het laten zeggen wat je wilt, als je
't zelf maar opschrijft. Waar zou het, voordat het in mijn keurige wo-
367
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Studentenalmanak | 506 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Studentenalmanak | 506 Pagina's