Studentenalmanak 1966 - pagina 387
vlug in de penhouder, wrong mij naar binnen en sijpelde in inkt (die
mooie paarse) te voorscijn. Eenmaal zó ver beschikte ik vrijmachtig over
het alfabet, koos en combineerde naar hartelust, en zo formuleerde fk
alles, tot jouw neuswijze opmerkingen toe, wat zeg ik, tot die ver-
waten taal toe die je daareven niet durfde te herhalen, jij dacht mij te
verachten? Verbeeld je niets, het was zelfverachting. (Het Onderwerp
slaat zich op de borst.)
Ik (van hier af crescendo continuo obstinato) fk was dat gauwe gouwe
puntje net even voor toen het begon te bewegen, fk zat het op de hielen
toen het daar voortijlde als een dolgeworden eenhoorn in de brandende
prairie omdat het zgn. geen onderwerp had (een door merg en been
snijdende lach), ik joeg het op van binnenuit en behoedde het en passant
al jagend voor de afgronden der diepzinnigheid, de onvruchtbare woes-
tijnen van ernst, en het tweekoppige monster der tweedimensionale
oppervlakkigheid: Scylla in het Oosten en Charybdis in het Zuiden span-
den samen, tussen haakjes: had jij dat door?! (Doet een stap naar voren,
ik een terug.) Ik gaf nog enig reliëf en diepgang aan het onbenullig ge-
klets, toen ik in het strijdperk trad voor de toekomst van ons onder-
wijs en een klemmend pleidooi hield voor het olavo . . . (olavo, olavo,
lispel ik, was het niet ovavo?) . . . Doét het er wat toe, het eindigt toch
op avo? Val niet over een letter en val me niet in de rede. Ik zwoegde
me paars over het papier, fk zwierde door de bochten van de arabesken
en verhing me bijna in de lussen, fk schrijverde en tureluurde, ik steeg
je tenslotte naar het hoofd en slingerde mij verstikkend om je heen,
ik ben om een lang verhaal kort en een kort verhaal lang te maken:
het Grote Verband, dat alles samenhoudt, van het eerste woord Nunc
tot het laatste dat nog komen moet, (briesend) nfet de Nichtigkeit, maar
fk, fk, fk, (schuimbekkend) fk ben dóór alles héén, begrijp je dat goed,
en hier sta Ik, ik bén niet anders: (komt op mij af als een matrone met
opgeheven parapluie op een nozem, rauwkrijsend) ..Schrijven!!"
Er valt een vreemde stilte. Als het niet het Onderwerp was, zou men
willen zeggen: Uitgeput zweeg hij. Toch moest ik hiervan gebruik ma-
ken. Er waren tóch tekenen dat de uitputting nabij was (nog enkele
regels en men zal zien dat ik mij niet vergiste). Bliksemsnel werkten
mijn hersenen. Ha, ik ben er.
(Resoluut.) „Schrijven? Nee! 't Spijt me, toevallig ben ik net klaar.
379
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Studentenalmanak | 506 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Studentenalmanak | 506 Pagina's