Studentenalmanak 1966 - pagina 406
Of is zij er al die tijd al geweest? Nee, ze zou allang meegenomen zijn
door een eenzame geilaard in een Buick. Ze moet hier dus zojuist zijn
aangekomen, een lotgenote, een verdeelde parasiet.
Ik ga naar haar toe. Ze ziet me wel. Ze ziet wel hoe ik kom aanbaggeren
door het doorweekte gras, want ze glimlacht vaag naar me. Ze draagt
een beige monty-coat met daaronder een lange broek. Haar donkere
haar hangt in strengels om haar hoofd. Ze probeert het water er uit
te wringen met twee vingers. Als ik dichterbij kom maakt ze een teken
aan haar mond en kijkt vragend. Ik schud mijn hoofd zodat ik de drup-
pels in mijn nek voel lopen. Dan komt haar stem door het matte oranje
duister: ,,De reddende engel! Met een pakje heerlijke sigaretten op zak".
,,ls een handje mest met een vloeitje er om ook goed?" vraag ik.
,,Heel goed, broertje", zegt ze. Zij peilt mij en nu zie ik haar ook pas
goed. Ze heeft een wijze mond als een sensuele monnik en grote donkere
ogen. Langs haar kin lopen straaltjes water.
„Je ziet er treurig uit", zegt ze, „héél treurig. Erg nat en al een beetje
dood. Zat je te bidden?"
„ N e e " , zeg ik, „ i k gaf het eenvoudig op".
„En je kreeg juist visioenen".
„ Z o iets, ja".
We gaan samen op haar grote koffer zitten en ik rol twee sigaretten.
,,Lekker", zeggen we bij de eerste trek en ,,wat hebben we het goed.
We trekken ons gewoon niets meer aan van al die auto's".
We roken zwijgend verder. Dan staat zij op.
„We kunnen hier niet blijven", zegt ze. „Laten we de omtrek maar eens
gaan verkennen".
We lopen het drassige weiland in, zij tegen mij aan om niet te vallen.
Ik voel me een soort amflbie-beestje dat koorts heeft. Na enige tijd
struikelen, schommelen en kruipen komen we aan bij een schuur, die
zich daar donker aftekent tegen het grijs van de hemel.
,,Kom", zegt ze. We gaan er binnen. Ook hier is het door en door
vochtig en de mestlucht slaat op mijn keel. Na een tijdje ben ik er aan
gewend en is het bijna prettig.
Mijn wijfje kijkt keurend rond en draait om mij heen.
„ H é , kijk eens!" zegt ze plotseling en ze wijst in een hoek, en dan pas
zie ik het: een sprookjesachtig voertuig, een pronkstuk, het nikkel
398
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Studentenalmanak | 506 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Studentenalmanak | 506 Pagina's