Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1966 - pagina 174

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1966 - pagina 174

2 minuten leestijd

trekken, hoe noodzakelijk dit ook moge zijn, ik meende dat het zeer

nuttig was de interne toestand van het Corps aan een andere beschou-

wing te onderwerpen.

Zonder al te veel verwarring te stichten kan men stellen dat ons Corps

een hoge pretentie heeft, waarvan in de praktijk naast veel, nog veel

meer niets terecht komt.

Welke die pretentie eigenlijk is laat zich het gemakkelijkst formuleren

door aan een nimmer gepubliceerd rapport dit citaat te ontlenen:

,,de pretentie van het Corps, dat is een vervolg op de opvoeding

thuis, goede omgangsvormen leren, te leren in de gemeenschap te

staan en de daar geldende regels te eerbiedigen, zijn kritische zin

te leren toetsen aan die van anderen zowel in de dingen van het

dagelijks leven als in algemene culturele, wetenschappelijke of

religieuze zaken, de gangbare wijze van discussiëren en vergade-

ringen leiden te leren beheersen, te leren zich een zelfstandig oor-

deel te vormen, zijn standpunt te formuleren, leiding te geven, een

vriendenkring, al of niet van blijvend karakter, op te bouwen."

Het zij U duidelijk, ik spreek hier over de pretentie als Corps: de volle-

dige persoonlijkheidsvorming naast de universitaire studie.

Nu is naar mijn mening het Corps naar zijn mogelijkheden te beperkt

om dit te realiseren, zuiverder gesteld, in de achter ons liggende jaren

heeft het Corps vele van zijn taken overgedragen aan andere organi-

saties.

Zo werd de actieve sport- en cultuurbeoefening eerst aan de S.A.U.L.,

later aan de A.C.C, en de A.S.V.U., de religieuze vorming aan de N.C.

S.V. en de C.S.B, gedelegeerd.

Het gezelligheidsaspect bleef over en daarom worden verenigingen als

ons Corps studentengezelligheidsverenigingen genoemd. Welke inhoud

deze verenigingen mogen hebben, evident is toch wel, dat gezelligheid

als zodanig nauwelijks een doel van welke studentenorganisatie dan ook

mag zijn.

Met de oprichting van de Raad van Samenwerking heeft men al een po-

ging gedaan de toestand te verbeteren. De sport en cultuur werden

binnen de studentenverenigingen geïntegreerd, maar nog steeds onder-

handelt de Raad met de N.C.S.V. en de C.S.B, om tot integratie van de

geestelijke vorming te komen.

170

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966

Studentenalmanak | 506 Pagina's

Studentenalmanak 1966 - pagina 174

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966

Studentenalmanak | 506 Pagina's