Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1966 - pagina 383

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1966 - pagina 383

2 minuten leestijd

met een glimlach. Aardig beest. Wie toch zijn meester is geweest? Hij

denkt vast aan het onderwerp. Soms meen ik his masters voice te be-

luisteren. Maar nee, dit is té ongekunsteld, té zuiver. Heerlijk, be-

nijdenswaardig kind der natuur. ,,Ach dat ik een vooglijn waar." Hóór

toch es . . .

Maar kom. Ik vat de pen weer op en het schrijfsel dijt uit, als een eiwit

dat geklopt wordt. Tenslotte is er niets dan een dots lucht, saamgebon-

den voor ontelbare ijle vliesjes en belletjes belletrie, door Nichtigkeit

goed beschouwd, die dit ganse stuk doortrekt, zuiverder vormprincipe

en hechter bindmiddel dan het onderwerp ooit had kunnen leveren.

En het wordt hoe langer hoe meer van hoe langer hoe minder. O kijk

toch es, het groeit nog steeds, het wordt geweldig, ik kan het niet meer

bijhouden, het stijgt me naar het hoofd, het groeit me boven het hoofd,

het omwolkt mij, ik zie niets meer, het zit me in ogen, neus, mond en

oren, ik hap naar adem, het dringt in mijn hersenen, het maakt me gek,

het. . .

Het is uit. De leeuwerik zwijgt abrupt, midden in een coloratuur op

het woordeken ,,toch", en laat zich als een meteoorsteen naar beneden

vallen. Het luchtig-donzige schuim ligt platgeslagen en verslijmd. Ik

veeg smurrie en zweet uit alle holten. M'n pen is proestend en inkt-

spattend opgesprongen en weggebuiteld en nu mijn ogen weer vrij zijn

zie ik hem nog juist als een insect in doodsnood wegschieten achter een

stapel boeken.

Daar is HET. Met sinistere snelheid is het opgedoemd, dwars door al

mijn eigenhandig getrokken zwierige paarse arabesken, door al mijn

kunstig-luchtig gestileerde volzinnen heen en daar staat HET, levens-

groot voor de aandacht. Verlammend, verpletterend. O quae mutatio

rerum!

Ai mi, hoe speel ik dit?

,,Zo waarde heer. Hier ben ik."

(Brutaal.) „En wie bent U als ik vragen mag?"

„Het Onderwerp."

(Listig.) ,,Met een grote of met een kleine o?" (Die zit. Kijken of het

verwaand is.)

„Hangt van je eigen bescheidenheid af."

(Onthutst.) ,,Hoezo?"

375

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966

Studentenalmanak | 506 Pagina's

Studentenalmanak 1966 - pagina 383

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966

Studentenalmanak | 506 Pagina's