Studentenalmanak 1966 - pagina 377
- doop ik mijn vulpen in de oerwieling van het ongevormde i) en zuig
hem vol ongekende mogelijkheden.
De inkt. Haar interne tendensfunctie, nl. bezien vanuit haar primaire
fysisch-chemische essentie, is uit te stromen.
Niet als water. Om vormloos te vervloeien, te blinken in het licht, te
versomberen onder de wolk, te verruigen onder de storm, te vervuilen
onder de industrie. Vloeit zij in een onbewaakt ogenblik vormloos uit,
doet zij ook maar héél even alsof zij water was, dan wekt zij schrik en
ontsteltenis, ontwricht het burgerlijk-gezapige leven t o t op zijn naakte
existentie, doet ter plaatse de ganse Fortschritt stagneren en werpt de
mens terug op zichzelf, brengt hem voor één moment zum Sein. Water,
water! roept hij. De oerkreet der naakte existentie, valt hier te be-
luisteren. Zou Thales tóch gelijk gehad hebben? Alles is water, zei hij.
Nu, ik kan mij hier niet wenden of keren of overal vandaan komt het
water opzetten. Ik schouwde in het wezen van mijn papier, ik door-
schouwde zijn geheim: water. Ternauwernood boor ik mij in de essentie
van mijn inkt: water, water! hoor ik. Ik wend mij af.
Laat ik het eens met vinum proberen.
Niet als wijn, o inkt, wilt gij uitgegoten worden. Om teder gekneld
tussen tong en verhemelte te verrukken, kortstondig, dan zich te split-
sen in schijn en wezen: naar de schijn der materie af te vloeien in het
waardeloze, naar het wezen zijner essentie op te stijgen naar die kern-
reactor in het brein, waar de driedimensionale werkelijkheid opensplijt
in n dimensies en de schoonheid geboren wordt. O Thales, hier geen
water alstublieft!
Er is een geheim verband tussen wijn en inkt. Vele dichters hebben dit
geheim gekend, getuige hun werk. Horatius heeft het gekend. Niet voor
niets rijmt mijn scribendum op zijn bibendum. Ik greep meteen in het
hart van de zaak toen ik de juichende aanhef van zijn 37ste Ode (Boek I),
mij een onnozele wijziging veroorlovend, even luid juichend overnam,
als inzet voor dit nog steeds oeverloze ondernemen. Waar Anakreon
mee geschreven heeft weet ik niet. Vermoedelijk was het een voor-
loper van de inkt. De poëzie van Anakreon is in wezen één kreet om
wijn en inkt. Hij heeft het geheim bevroed. Francois Villon heeft het
') Niet origineel: uit een preek van wijlen prof. dr. A. H. de Hartog over de Schepping.
369
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Studentenalmanak | 506 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
Studentenalmanak | 506 Pagina's