Studentenalmanak 1967 - pagina 245
beoefening. Het postulaat van de neutraliteit van de wetenschap, dat in
1876 nog in sterke mate opgeld deed, heeft veel aan betekenis ingeboet.
Wetenschap en wetenschapsbeoefening zijn verbonden met geestelijke
waarden en deswege reikt hun invloed tot over de grenzen van het
intellectuele levensterrein.
Maar wat is dan dat besef van maatschappelijke verantwoordelijkheid,
dat de universiteit moet bevorderen? Er is een interpretatie van gegeven
in het rapport van de desbetreffende staatscommissie ter voorbereiding
van een ontwerp voor een nieuwe hoger-onderwijs-wet. De universiteit,
aldus dit rapport, vervult wel haar taak ten aanzien van de opleiding
voor bepaalde ambten en van de beoefening der wetenschap in engere
zin, maar ,,het universele karakter, waardoor een helder licht kan vallen
op de sociale zin der ambten en de samenhang der wetenschappen"
wordt nog te veel gemist. En in een andere formulering: de universiteit
is een vormende kracht op geestelijk en zedelijk gebied. Aan dit facet
van haar taak behoort thans, volgens de wet, de universiteit meer
opzettelijk en als zodanig aandacht te besteden.
Dit is misschien wel de moeilijkste opgave voor de universiteit. Zij moet
en zal naast en dwars door al het andere werk heen volbracht moeten
worden. Het is bovendien een uiterst persoonlijke zaak en een ieder
zal voor zich zelf de weg moeten zoeken, waarlangs hij moet gaan om
ook deze taak goed te vervullen. En ook ten aanzien hiervan is er zoveel
dat in de weg staat: de grote aantallen studenten met als noodwendig
uitvloeisel daarvan een gebrekkig persoonlijk contact; het nagenoeg alle
tijd en aandacht absorberende ,,gewone" werk, hetgeen zowel voor
studenten als docenten geldt. En toch zal er dwars tegen dit alles in
iets van gemaakt moeten worden. Want hoe zal er ooit iets terecht
komen van een bevordering van het besef van maatschappelijke ver-
antwoordelijkheid, als binnen de universiteit zelf niet iets blijkt van wat
het genoemde rapport aanduidt als de sociale zin der ambten?
Echter, de vervulling van deze taak vereist ook de aanwezigheid van
het besef, dat de universiteit een gemeenschap is. Dat besef is weer
groeiende en het heeft reeds een institutionele expressie gekregen in
de civitas academica. Daarmee heeft de universiteit weer iets terug-
gekregen van wat zij in de middeleeuwen was: een eenheid van docenten
en studenten, al ging het niet altijd even vreedzaam toe. Bezien we de
zaak echter wat idealistisch, dan dringt zich in verband met het maat-
schappelijk verantwoordelijkheidsbesef een vergelijking met een ander
middeleeuws verband op, namelijk het gilde. Het gilde kende als doel-
stelling niet slechts de opleiding van de leerlingen en de gezellen tot een
perfect vakmanschap, maar het voedde ze ook op tot goede burgers in
de stedelijke samenleving.
Het streven om de universiteit opnieuw te maken tot een civitas is
241
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Studentenalmanak | 344 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Studentenalmanak | 344 Pagina's