Studentenalmanak 1967 - pagina 257
een aap, die schaatst
Die middag. Nee, het regende niet. De zon scheen zelfs. Echt Hollands,
temidden van grote, loodgrijze en donkerblauwe wolkenvelden.
,,lk heb zin in een haring," zei Paul tegen hem.
De handen van de visverkoper. Lodewijk kreeg zin om te vragen: Legt
u ze eens naast de mijne. De tederheid. ,,Of je uitjes wil." Paul weer.
Een stomp in zijn zij.
„Oh, ja," zei hij snel, ,,ja, natuurlijk."
Ik moet eigenlijk helemaal geen haring, dacht hij. Dadelijk ben ik weer
misselijk, moet ik kotsen. Misschien houd ik het niet eens uit tot huis,
gebeurt het hier op straat. En waarom moet dat weer zo hard, dat
stompen, waarom moet er so wie so gestompt worden?
Hij at snel, walgend van het zout, knipperend met zijn ogen tegen het
felle licht. Nee, het regende niet.
Er is iets, verdomme, dacht hij, en hij wist ook wel wat het was. Hij
verlangde naar Amsterdam, naar de zon in Amsterdam. Zij liepen door,
zwijgzaam.
Nadat zij over de witte ophaalbrug waren gestommeld, begon het weer:
,,Een nieuwe lente en een nieuw geluid," zei hij, zo maar. Het was
helemaal niet sarcastisch bedoeld. Hij kón nauwelijks een dubbele klank
in zijn stem leggen. Van mensen die dat wel konden had hij zelfs een
vage afschuw. Nou ja, afschuw, vermengd met een zekere bewondering.
Bewonderen ging hem erg gemakkelijk af.
,,Nou, nou," zei Paul. „Dat is poëzie," zei hij.
Zij kwamen langs een winkel in herenkleding.
,,lk moet eigenlijk een paar nieuwe onderbroeken hebben," zei Paul.
„Wacht je even?"
Hij wachtte inderdaad, voor de etalage en dacht, dat hij, om welke
reden dan ook, nooit zoiets zou gaan kopen, wanneer hij met iemand
samen was.
„Zo," zei Paul, en deed de deur met een smak achter zich dicht. Hij
toonde het pakje. Verwachtte hij een reactie?
Misschien moet ik zeggen: ja, mooi of nou, jij kan er weer tegen. Een
feit, dat het prettig is een nieuwe onderbroek aan te hebben, dacht hij.
Nog hagelwit en het elastiek van de pijpen nog krachtig om de dijen
gespannen enz. enz.
„Hoe gaat het overigens met je geliefde?" vroeg Paul. Een voor de hand
liggende vraag en misschien zonder enig venijn gesteld, overwoog hij.
Dus maar gewoon antwoorden ook: ,,Oh, leuk. De helft van de tijd zit
zij in Amsterdam, inkopen doen en zo, koffie drinken bij Americain . . ."
Toch was hij op zijn hoede. Het kon nog van alles worden, hoewel Paul
een paar honderd meter verder moest afslaan. Je wist het niet. Misschien
253
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Studentenalmanak | 344 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Studentenalmanak | 344 Pagina's