Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1967 - pagina 51

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1967 - pagina 51

3 minuten leestijd

Daarmee zeg ik niet dat de waarde van de beginselen der rechtsweten-

schap werd verkort of gerelativeerd. Integendeel, door ons aan te manen

voorzichtig te zijn met het construeren van beginselen en het logische

willen afleiden van wat men zou kunnen noemen: sub-beginselen uit

hoofdbeginselen, werden wij teruggedrongen op dat wat werkelijk

beginsel mag heten.

Wanneer dan ook een leerling in jeugdige zelfverzekerdheid op het

voetspoor van de meester meende te gaan door scherpzinnige kritiek

te oefenen op Groen of Kuyper of ook op grootheden niet uit de eigen

kring, dan kon men de wind geducht van voren krijgen en horen dat

het geen pas gaf zo te spreken van mensen, die een leven lang geworsteld

hadden om inzicht, om het vinden van de juiste weg en wie de strijd

om het recht zo tot een tweede natuur geworden was. Dat men, wat er

in hun betoogtrant ook voor tegenstrijdigs en onvolmaakts was te vinden,

daarmede hetgeen zij op het oog hadden nog niet als van generlei waarde

opzij kon schuiven.

Ik dacht dat daarin iets zit, dat wij erg nodig hadden. De weg, die de

jonge Anema een ogenblik meende te zien, zou tot een desastreuze

verschraling hebben geleid. De faculteit zou eng-Kuyperiaans en

bekrompen-gereformeerd of anti-revolutionair geworden zijn, een leer-

school voor propagandisten en geen wetenschappelijke werkplaats.

Wanneer wij daarvoor zijn behoed - en dat heeft soms niet veel ge-

scheeld - dan is dat, menselijkerwijs gesproken, aan Anema en, die

moet ook genoemd worden, zijn levenslange collega Pieter Arie

Diepenhorst te danken geweest.

Door deze aanpak ontstond een ongedwongenheid, die geen discussie

afkapte en de horizon openliet. Wanneer in een latere periode Dooye-

weerd onbelemmerd heeft kunnen werken en zijn grote en heilzame

invloed heeft kunnen uitoefenen, zonder dat zulks mee hoefde te brengen

dat wij allemaal Dooyeweerdianen of anti-Dooyeweerdianen werden,

dan is dat mogelijk gemaakt door het klimaat dat Anema en Diepenhorst

geschapen hadden.

Hij was daartoe als mens in staat door zijn zelfstandigheid, door zijn

wetenschappelijke ernst, maar vooral ook door de breedte en diepte

van zijn gaven. Daarmede wil ik hem niet verafgoden. Hij had de gebreken

van zijn gaven - vooral de gebreken van de kunstenaar, lange perioden

van inactiviteit, van het wachten op inspiratie en een geprononceerde

neiging tot zelfbespiegeling, die soms veel op ijdelheid leek. De onaf-

hankelijkheid, die hij voor zichzelf vroeg, respecteerde hij ook in anderen.

En hij, die ons altijd vermaande toch bij de studie der bomen het bos

te blijven zien, heeft zich er altijd voor gehoed om in zijn kijk op het

bos, of dat nu de mensheid, de zaak of het beginsel heette, de bomen,

dat is de individuele mens, te veronachtzamen o f t e schofferen. Zo heeft

47

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967

Studentenalmanak | 344 Pagina's

Studentenalmanak 1967 - pagina 51

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967

Studentenalmanak | 344 Pagina's