Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1967 - pagina 148

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1967 - pagina 148

3 minuten leestijd

brengen. Een spoor van scherven stigmatiseert de weg - er wordt ge-

kaart, gegeten en gedronken en een enkeling leest, of kijkt alleen maar

plaatjes. Soms tuurt men door het dikke glas naar de weggewreven

dreven en het weggeschuurde land: de trein ratelt onverdroten door - hij

is Wenen op het spoor.

Men legt zich er bij neer en hoopt zich op - de droom begint, de slaap

slaat toe - want het was avond geweest, en het was nacht. . .

de tweede dag

De trein loopt vol met mompelende mensen, voor wie de dag vanzelf-

sprekend weer is op komen dagen. In een taal van ver uit de keel en

gedempt door de wangen, spreken zij, voor vreemden onverstaanbaar,

tegen elkander klare taal.

De donkerte der duitse wouden heeft zich voortgeplant tot de lichte,

glimmende glooiing van het Oostenrijkse land.

De morgen is koel - de dag nog onbezonnen, maar al veelbelovend.

Stilaan benaderen wij Wenen - de trein houdt zich al in en steigert terug-

houdend, tot hij tot rust gekomen is. Eindelijk ontsporen wij ons en we

loodsen ons Wenen in, waar hemels brood ons deel is en koffiedik ons lot.

Wenen

De stad Wenen blijkt een en al museum te zijn, waar in de zonverlichte

vitrines de kostbaarheden liggen opgetast - tastbaar en groots staan de

gebouwen zich te verheffen op hun grootse verleden. Zij pronken onder

een wolkeloze hemel en spreken voor zichzelf.

Ook onderhuids geeft Wenen nog tekenen van leven: In de Kaisergruft

ligt het verleden opgebaard en alleen een bedaagde, bruingepijde, wit-

omkoorde capucijn neemt nog de tijd om alles in den brede uit de lljk-

doeken te doen. De sarcofagen verteren het leven en herkauwen de

doden als waren zij gras. Op Maria Theresia staart een spiralen straal-

kachel neer, die de was doet smelten, die haar moet beveiligen tegen de

levende lucht.

Onder de Stephanskirche ziet men open en bleek, de eens begraven

blote botten en kinderen kijken in de koele katakomben op de doden

hun ogen uit. In de gloed van elektrisch licht liggen daar de knekels van

hen die lang geleden zijn verpest. Vereeuwigd en verzadigd liggen daar

de ouden uit te botten, terwijl de toeristen hun gang door de aarde gaan.

Maar boven deze necropool strekt de stad zich uit met haar pompeuze

gebouwen, die hier en daar geweken zijn voor pompeuze monumenten,

die vertellen van grote mannen, van hun daden en van niets: want

Wenen is trots op alles.

Op die zuilen en partijen vermengen hemel en aarde zich in een

worstelende stapeling van engelen en mensen. Alom steigeren de paarden

144

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967

Studentenalmanak | 344 Pagina's

Studentenalmanak 1967 - pagina 148

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967

Studentenalmanak | 344 Pagina's