Studentenalmanak 1967 - pagina 148
brengen. Een spoor van scherven stigmatiseert de weg - er wordt ge-
kaart, gegeten en gedronken en een enkeling leest, of kijkt alleen maar
plaatjes. Soms tuurt men door het dikke glas naar de weggewreven
dreven en het weggeschuurde land: de trein ratelt onverdroten door - hij
is Wenen op het spoor.
Men legt zich er bij neer en hoopt zich op - de droom begint, de slaap
slaat toe - want het was avond geweest, en het was nacht. . .
de tweede dag
De trein loopt vol met mompelende mensen, voor wie de dag vanzelf-
sprekend weer is op komen dagen. In een taal van ver uit de keel en
gedempt door de wangen, spreken zij, voor vreemden onverstaanbaar,
tegen elkander klare taal.
De donkerte der duitse wouden heeft zich voortgeplant tot de lichte,
glimmende glooiing van het Oostenrijkse land.
De morgen is koel - de dag nog onbezonnen, maar al veelbelovend.
Stilaan benaderen wij Wenen - de trein houdt zich al in en steigert terug-
houdend, tot hij tot rust gekomen is. Eindelijk ontsporen wij ons en we
loodsen ons Wenen in, waar hemels brood ons deel is en koffiedik ons lot.
Wenen
De stad Wenen blijkt een en al museum te zijn, waar in de zonverlichte
vitrines de kostbaarheden liggen opgetast - tastbaar en groots staan de
gebouwen zich te verheffen op hun grootse verleden. Zij pronken onder
een wolkeloze hemel en spreken voor zichzelf.
Ook onderhuids geeft Wenen nog tekenen van leven: In de Kaisergruft
ligt het verleden opgebaard en alleen een bedaagde, bruingepijde, wit-
omkoorde capucijn neemt nog de tijd om alles in den brede uit de lljk-
doeken te doen. De sarcofagen verteren het leven en herkauwen de
doden als waren zij gras. Op Maria Theresia staart een spiralen straal-
kachel neer, die de was doet smelten, die haar moet beveiligen tegen de
levende lucht.
Onder de Stephanskirche ziet men open en bleek, de eens begraven
blote botten en kinderen kijken in de koele katakomben op de doden
hun ogen uit. In de gloed van elektrisch licht liggen daar de knekels van
hen die lang geleden zijn verpest. Vereeuwigd en verzadigd liggen daar
de ouden uit te botten, terwijl de toeristen hun gang door de aarde gaan.
Maar boven deze necropool strekt de stad zich uit met haar pompeuze
gebouwen, die hier en daar geweken zijn voor pompeuze monumenten,
die vertellen van grote mannen, van hun daden en van niets: want
Wenen is trots op alles.
Op die zuilen en partijen vermengen hemel en aarde zich in een
worstelende stapeling van engelen en mensen. Alom steigeren de paarden
144
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Studentenalmanak | 344 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Studentenalmanak | 344 Pagina's