Studentenalmanak 1967 - pagina 258
Wilde hij bijvoorbeeld nog een moorkop gaan eten, lekker boven op
die haring of een partij condooms inslaan.
,,Heeft zij er geen last van wanneer je veel studeert?" Oh, ja, dit was
duidelijker. Hier ging het dus naar toe. Hier zat de steek.
,,Ze wist dat ik fluit speelde, toen ze hier met mij ging wonen," zei hij
vaag, het koffertje nu onder de arm nemend, tegen zich aan drukkend:
de tederheid.
Jongeling, wilt gij mij volgen? Ja, heer, fluitspelend zal ik mij bij uw
stoet aansluiten, zal ik zelfs voor U uithuppelen. Dit is de laatste keer
dat ik haring heb gegeten.
Hoe heet die man ook al weer, die het kaken heeft uitgevonden? De
juffrouw op school vertelde het met veel bravour en oprechte trots.
Dat presteerden ze toch maar weer, de Hollanders, die van de visvangst
moesten leven. Nu kon de haring veel langer bewaard blijven. Paul
ondertussen naast hem: ,,Ja, maar ik kan mij voorstellen, dat het haar
soms wel eens wat teveel wordt. Zij is natuurlijk niet voor niets zo
vaak weg. Ik heb geen vriendin, tenminste niet één, die het met mij in
één huis uithoudt. Voor mij is dat dus geen probleem. Niemand hoeft
naar mij te luisteren."
Hij had er genoeg van. Hij wilde alleen zijn. Hier moest een einde aan
komen. Hij voelde zich plotseling kwaad worden. Woede, die als onkruid
razendsnel in zijn knieholtes begon uit te groeien en hem insloot. Hij
stond stil.
,,Wat wil je nu eigenlijk?" Hij schreeuwde het bijna. Paul keek verbaasd,
stond drie stappen verder ook stil. Lodewijk dacht, dat hij de fluit in
het koffertje daar, kon horen ademhalen.
,,lk wou je op een vriendelijke manier waarschuwen," zei Paul een
beetje krom en krachteloos ineens. Hij was niet onsympathiek, zoals
hij daar stond en naar hem keek, met de jongens-onder-mekaar-
rimpeltjes om zijn ogen, de half onverschillige, half meedogende mond
inderdaad vriendelijk gerond, de slappe debiele oren tussen de krullen
door een tegemoetkomen afwachtend. (Ja, afwachtende oren, dat bestaat).
„Doe het dan minder vriendelijk, maar wel vlug, want ik heb haast,"
hoorde hij zichzelf zeggen.
De tederheid. Ja, Paul, wat is het dan geweest? Dat ik vals heb gespeeld?
Dat ik de hele boel verknoei? Dat ik niet in een orkest pas, dat zichzelf
respecteert? Dat ik meneer Sander razend maak? Dat het zo niet langer
kan? Wilde je dat zeggen?
,,Nou, jongen, als het zo m o e t . . . " Paul, zich niet verroerend, kuchend,
een bulldog, die bedreigd wordt met castratie en er nu diep over na-
denkt. ,,Als het zo moet."
„Ja? Wat?"
Hij kwam weer naar Lodewijk toe en legde een hand op zijn schouder.
254
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Studentenalmanak | 344 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Studentenalmanak | 344 Pagina's