Studentenalmanak 1967 - pagina 262
Toen ze door waren gelopen, meende hij zich te herinneren, dat de neger
„Stil maar" had gezegd.
De dagen telden niet meer. Misschien ben ik al heel oud. Lodewijk
vermeed het in de spiegel te kijken, maar wanneer hij bij toeval zichzelf
zag, viel het eigenlijk wel mee. Men was vriendelijk voor hem. Soms
brachten ze hem koffie en niet zelden at hij 's avonds met andere muzi-
kanten, die grotendeels kaal en uitgeblust waren, maar soms plotseling
zeer hartelijk lachten. Nee, de dagen telden niet meer, want toen Lode-
wijk jong was had men hem musicus genoemd. Op zekere dag was hij
muzikant geworden. De mensen van het orkestje woonden niet in de
wagens. Waarschijnlijk juist omdat men geen enkel respect voor hen had
namen zij hun intrek in Duitse hotelletjes, meestal klasse C. Voor de
repetities moesten zij op eigen gelegenheid naar het terrein komen.
Zij werden per week uitbetaald en hun zwarte pakken waren geleend,
leder seizoen waren het dezelfde stinkende pakken. Alleen de glinstertjes
werden vernieuwd in overeenstemming met de kleuren, die men voor
de nieuwe show had gekozen.
De leider, een trompetspeiende snoeshaan, die zich Tonie liet noemen,
droeg een turquoise fantasiecostuum met rode epauletten. Stil maar.
Lodewijk was stil en zonder wrok.
Zij zaten met z'n drieën bij elkaar in de namiddag.
„Ze zeggen, dat hij intelligent is, dat hij weet wat hij doet," zei Mare,
jonathan zacht strelend over zijn half kale borst. ,,Maar hij is iedere
avond dodelijk verschrikt, hij zit ermee in zijn maag met die lachende
Duitse zwijnen, nietwaar soms, ventje?" Jonathan hield zich even stil,
lachte min of meer, maar ging dan door met zijn nerveuze gewiebel.
Misschien droomde hij ervan een echte clown te zijn en niet een aap
en dan nog eens een clown, dacht Lodewijk. Mare was de oppasser.
Mare was echt al lang vergeten dat Jonathan een dier was, ondanks al
zijn beweringen. Er vonden complete discussies tussen het tweetal
plaats, waar Lodewijk naar luisterde als naar een telefoongesprek. De
helft moest hij reconstrueren. Mare lachte om iets wat Jonathan vertelde
en Lodewijk voelde iets wat op jaloezie leek. Nou ja.
Hij raakte Jonathan aan - Ik mag het ook - en de aap keek vluchtig, niet
eens verrast naar hem.
„Misschien heeft hij dat ook liever niet," zei Mare, maar hij dacht er
niet verder over na. Iedereen van de revue wilde graag met de aap
spelen. De aap, die schaatste: nu ook weer niet een al te grote sensatie,
want het lag tenslotte voor de hand, het moest er eens van komen.
Een aap, die kunstjes deed op het ijs, die door ringen sprong, standjes
maakte, pirouettes draaide, voor zich zelf klapte, met zijn jockypetje
258
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Studentenalmanak | 344 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Studentenalmanak | 344 Pagina's