Studentenalmanak 1967 - pagina 241
schappij werd inniger en daarmee werd ook de verantwoordelijkheid
van de universiteit voor de maatschappij groter.
Wat zich ook als probleem begon af te tekenen was de eenheid en de
samenhang der wetenschappen. De afstand tussen de alpha en de bétha-
wetenschappen werd geleidelijk groter, terwijl de specialisatie in de
wetenschappen het verbrokkelingsproces verhevigde en versnelde.
Daarnaast begon de toeneming van het studentental de eenheid der
universiteit als gemeenschap aan te tasten. Daarmee ging iets teloor
van hetgeen de middeleeuwse universiteit naar de eigenlijke betekenis
van het woord feitelijk in de eerste plaats was geweest: een totaliteit
van docenten en studenten. Uit de interbellaire periode dateren dan
ook de eerste maatregelen ter correctie van deze ontwikkeling, die een
desintegratie van de universiteit met zich bracht. Op de collegeroosters
verschenen interfacultaire colleges, die het inzicht in de samenhang der
wetenschappen beoogden te bevorderen. Voorts dook ook weer de
gedachte van de civitas academica op en kwam het zelfs al tot het begin
van een realisering van deze gedachte.
Maar al viel er op bepaalde gebieden toenmaals enige ontwikkeling te
bespeuren, toen de tweede wereldoorlog uitbrak verschilde de universi-
teit in wezen niet zo heel veel van die van de tijd, waarin de wet op het
hoger onderwijs tot stand was gekomen. Zoals op zo velerlei gebied
werkte de oorlog ook met betrekking tot het hoger onderwijs en de
universiteit als een catalysator. En toen hij eenmaal achter de rug was,
zette men zich al spoedig tot een herziening van het hoger onderwijs-
bestel. Dit resulteerde ten slotte na jarenlange voorbereiding in een
nieuwe wet op het wetenschappelijk onderwijs, die op 1 januari 1961
van kracht werd. Evenals in de wet van 1876 was geschied, werd ook in
de nieuwe wet in de algemene bepalingen een omschrijving van de inhoud
van het wetenschappelijk onderwijs gegeven en daarenboven nog een
taakomschrijving van de instellingen van wetenschappelijk onderwijs. In
de verschillen tussen de algemene bepalingen van de oude en die van
de nieuwe wet ligt voor een belangrijk deel de huidige problematiek
van het wetenschappelijk onderwijs en van de instellingen daarvoor
verscholen.
Ook de nieuwe wet omschrijft wetenschappelijk onderwijs als vorming
tot zelfstandige beoefening der wetenschap en voorbereiding tot het
bekleden van maatschappelijke betrekkingen, waarvoor een weten-
schappelijke opleiding vereist is; aan dit laatste voegt zij echter nog toe:
of dienstig kan zijn. In deze aanvulling ligt een aanpassing van de wet
aan de maatschappelijke ontwikkeling, zoals deze zich voltrokken heeft
onder invloed van de economisch-sociale ontwikkeling en voorts aan de
groei van het sociale denken. Op veel meer plaatsen dan vroeger heeft
de maatschappij behoefte gekregen aan academisch gevormden. Dit heeft
237
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Studentenalmanak | 344 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Studentenalmanak | 344 Pagina's