Studentenalmanak 1967 - pagina 242
mede geleid tot de instelling van nieuwe studierichtingen en tot ver-
zelfstandiging van takken van wetenschap. Dit houdt onder meer in, dat
de universiteit thans opleidingsinstituut is geworden voor een veel
groter aantal beroepen en betrekkingen dan vroeger het geval was of
zelfs voor mogelijk werd gehouden. Dit wil niet zeggen, dat de eigenlijke
wetenschappelijke vorming aan betekenis heeft ingeboet, allerminst.
Maar deze ontwikkeling heeft wel de universiteit voor het probleem
gesteld hoe zij haar karakter als instelling voor wetenschappelijk onder-
zoek en onderwijs kan handhaven zonder de opleiding voor beroep of
betrekking tekort te doen dan wel andersom. Dit probleem dringt zich
nog te sterker op, doordat de maatschappij in menig opzicht haar eigen
eisen stelt en haar eigen verlangens heeft ten aanzien van de universitaire
scholing voor het beroep; eisen en verlangens, die niet altijd stroken
met de opvattingen in universitaire kringen. Een relevante vraag in dit
opzicht is met welk soort van wetenschappelijke opleiding en vorming de
samenleving ten slotte het meest gebaat is. De vraag kan ook anders
worden gesteld: op welke wijze moet de universiteit haar discipelen
vormen om de wetenschap naar haar aard en voor haar deel zo goed
mogelijk te doen functioneren in het cultuurproces. Het verband tussen
wetenschappelijk onderwijs en maatschappij is geïnstitutionaliseerd in
de Academische Raad, die niet alleen een schakel vormt tussen de Neder-
landse universiteiten en hogescholen onderling maar ook tussen deze
instellingen en de maatschappij, waarbij tot zijn doelstelling onder meer
behoort de bevordering van de aanpassing van het wetenschappelijk
onderwijs aan de behoeften van de maatschappij.
Hiermee hangt ook samen de tweede aanvulling op de doelstelling van
het wetenschappelijk onderwijs, namelijk de bevordering van het inzicht
in de samenhang der wetenschappen. Het proces van verbrokkeling van
de eenheid der wetenschappen is reeds lang gaande, maar het heeft als
gevolg van de steeds toenemende specialisatie en van de verzelfstandiging
van nieuwe takken van wetenschap met name na de laatste oorlog
dreigende vormen aangenomen. Het is een proces, dat zich niet laat
terugdraaien; integendeel, het laat zich aanzien, dat het zich voorshands
in de toekomst zal voortzetten. Welke gevaren dit voor de universitaire
vorming in de brede zin van het woord in zich bergt behoeft niet te worden
uiteengezet. Duidelijk is, dat de universiteit meer en meer specialisten
op kleine vakgebieden gaat afleveren, die van de generale wetenschap-
pelijke vorming, die een universiteit kan en ook behoort te bieden,
weinig of in het geheel niet hebben geprofiteerd. Dit verbrokkelings
proces begint zich reeds te wreken binnen de samenleving der universiteit
zelf. Er is al in menig opzicht een kortsluiting tussen de faculteiten te
bespeuren en eveneens tussen docenten en studenten der verschillende
faculteiten. Bovendien is de vrees niet ongegrond, dat deze ontwikkeling
238
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Studentenalmanak | 344 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Studentenalmanak | 344 Pagina's