Studentenalmanak 1967 - pagina 261
Een warwinkel werd het, voelde hij.
,,Omdat ik . . ." zei hij. ,,Omdat ik voel . . . de muziek was er altijd,
zal er altijd zijn. Kan me niet voorstellen dat ik niet zou spelen. Mijn
vingers passen nergens anders op. Ik bedoel de fluit... en mijn
vingers... en . . . "
,,Anders was je wel bakkersknecht geworden, of econoom of weet ik
veel wat."
,,Ach, nee . . ."
„Maar dat is toch geen uitgangspunt. Ik kon niets anders, dus. Je moet
bezeten zijn, Lodewijk, of laat ik zeggen: vakkundig bezeten."
Toen deed hij iets doms. Hij dacht: Ik raak in paniek, ik weet het niet
meer, ik zak.
,,Dat vals spelen . . ." begon hij.
,,Ach, daar gaat het helemaal niet over," viel Sander hem in de rede.
Begon over iets anders. Onbenullig was het niet. Iemand als Sander zei
misschien nooit iets onbenulligs. In ieder geval ging het over iets anders,
met een ondertoon van opkomende vloed. Hij praatte maar, praatte
maar en Lodewijk hoorde het langzamerhand op een tweede plan,
hoewel hij met niets anders bezig was en ook reageerde, in een zich
versnellend ritme, of leek dat maar, was dat de drank, waar hij niet
tegen kon. Ha, ha, Lodewijk heeft weer wat gedronken, hoor. Zie hem
toch, zie hem! Lodewijk, de kleine fluitist met de grote, dikke Sander
van een dirigent. Een gedicht, dat je leest en waar je niets van begrijpt
of half wakker geworden misschien nog dromen en denken hoe kom
ik ooit uit dit bed . . .
Een maand later (of maanden, hij wist het niet precies. De zon scheen
nog. Het had geregend. Het was niet uitgesproken koud) kwam hij
Carla voor het eerst weer tegen, ergens in het centrum van Amsterdam.
Zij zag er niet anders uit dan vroeger. Of wat is vroeger?
In ieder geval bekijk je iemand, die zo maar bij je is weggelopen met de
mededeling, dat wanneer er geen geld is er ook maar geen huwelijk
moet zijn, even. je denkt, dat er verschil te bemerken zal zijn. Zij was
trouwens niet alleen. Er was een neger om haar heen, een adem-
benemend mooie, lange man.
„Hallo," zei Lodewijk. Het leek wel of hij barstte, omdat hij helemaal
leeg was . . . hij voelde dit woordelijk zo.
De neger heette gewoon Elvin. Zij praatten een tijdje.
,,lk ben trouwens in verwachting," zei Carla. ,,Een klein Lodewijkje
misschien nog of een kleine Elvin alweer. Afwachten maar wat het
kleurtje werd. Hij behoefde zich geen zorgen te maken. Niet nog meer
zorgen."
,,Het beste dan maar, Lodewijk. Heb je alweer een baan?"
257
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Studentenalmanak | 344 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Studentenalmanak | 344 Pagina's