Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1967 - pagina 261

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1967 - pagina 261

2 minuten leestijd

Een warwinkel werd het, voelde hij.

,,Omdat ik . . ." zei hij. ,,Omdat ik voel . . . de muziek was er altijd,

zal er altijd zijn. Kan me niet voorstellen dat ik niet zou spelen. Mijn

vingers passen nergens anders op. Ik bedoel de fluit... en mijn

vingers... en . . . "

,,Anders was je wel bakkersknecht geworden, of econoom of weet ik

veel wat."

,,Ach, nee . . ."

„Maar dat is toch geen uitgangspunt. Ik kon niets anders, dus. Je moet

bezeten zijn, Lodewijk, of laat ik zeggen: vakkundig bezeten."

Toen deed hij iets doms. Hij dacht: Ik raak in paniek, ik weet het niet

meer, ik zak.

,,Dat vals spelen . . ." begon hij.

,,Ach, daar gaat het helemaal niet over," viel Sander hem in de rede.

Begon over iets anders. Onbenullig was het niet. Iemand als Sander zei

misschien nooit iets onbenulligs. In ieder geval ging het over iets anders,

met een ondertoon van opkomende vloed. Hij praatte maar, praatte

maar en Lodewijk hoorde het langzamerhand op een tweede plan,

hoewel hij met niets anders bezig was en ook reageerde, in een zich

versnellend ritme, of leek dat maar, was dat de drank, waar hij niet

tegen kon. Ha, ha, Lodewijk heeft weer wat gedronken, hoor. Zie hem

toch, zie hem! Lodewijk, de kleine fluitist met de grote, dikke Sander

van een dirigent. Een gedicht, dat je leest en waar je niets van begrijpt

of half wakker geworden misschien nog dromen en denken hoe kom

ik ooit uit dit bed . . .

Een maand later (of maanden, hij wist het niet precies. De zon scheen

nog. Het had geregend. Het was niet uitgesproken koud) kwam hij

Carla voor het eerst weer tegen, ergens in het centrum van Amsterdam.

Zij zag er niet anders uit dan vroeger. Of wat is vroeger?

In ieder geval bekijk je iemand, die zo maar bij je is weggelopen met de

mededeling, dat wanneer er geen geld is er ook maar geen huwelijk

moet zijn, even. je denkt, dat er verschil te bemerken zal zijn. Zij was

trouwens niet alleen. Er was een neger om haar heen, een adem-

benemend mooie, lange man.

„Hallo," zei Lodewijk. Het leek wel of hij barstte, omdat hij helemaal

leeg was . . . hij voelde dit woordelijk zo.

De neger heette gewoon Elvin. Zij praatten een tijdje.

,,lk ben trouwens in verwachting," zei Carla. ,,Een klein Lodewijkje

misschien nog of een kleine Elvin alweer. Afwachten maar wat het

kleurtje werd. Hij behoefde zich geen zorgen te maken. Niet nog meer

zorgen."

,,Het beste dan maar, Lodewijk. Heb je alweer een baan?"

257

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967

Studentenalmanak | 344 Pagina's

Studentenalmanak 1967 - pagina 261

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967

Studentenalmanak | 344 Pagina's