Studentenalmanak 1967 - pagina 50
vanwaar uit ons de grootheid van de levensvragen, de schoonheid van
Gods Woord en de kleinheid en narigheid van het menselijk bedrijf in
soms ruige termen en tegelijk met grote eerbied in de zaak werden
getoond.
En dan is er nog een derde aspect, dat ons in het jeugdgeschrift treft:
zijn zelfstandigheid. Hij was daar zeer aan gehecht: in zijn voorwoord
legt hij er de nadruk op niemand om raad te hebben gevraagd.
Die bijna overdreven behoefte aan onafhankelijkheid en aan het ver-
mijden zelfs van de schijn van bevooroordeeldheid is hem altijd bijge-
bleven. Er is iets amusants in te zien hoe hij zich telkens weer onttrok,
wanneer men hem in een hokje wilde duwen of wanneer hij vreesde dat
hij voor andermans wagentjes werd gespannen. Hij komt in 1921 in
de Eerste Kamer, kennelijk als staatsrechtelijk specialist en als zodanig
laat hij allerminst verstek gaan, maar alweer zoekt hij zijn kracht ergens
anders, nl. bij de buitenlandse politiek, in de Volkenbondsvraagstukken
en daar stoot hij ramen open waar totnogtoe weinig naar gekeken was
en laat het antirevolutionaire geluid horen op een toon, die sommigen
bijna te nieuw, en op een terrein dat velen onbekend was. En dien-
overeenkomstig verplaatsten zich het accent in de door hem gedo-
ceerde publiekrechtelijke vakken al spoedig van het staats- naar het
volkenrecht.
Zijn persoonlijkheid en stijl zijn steeds dezelfde gebleven. Dat wil niet
zeggen dat hij niet veranderd is. Hij heeft inderdaad in die bijna 70
jaar een immense ontwikkeling doorgemaakt, maar het was een ont-
wikkeling, die niet van buiten, door anderen bepaald of voorgeschre-
ven was, maar die zich als het ware van binnen uit, wèl in contact en
reactie op de veranderende tijd en positie, maar langs zo persoonlijke
lijnen ontwikkelde, dat dit leven een merkwaardige eenheid vertoont.
Hij heeft, als zo menig ander na hem op diezelfde leeftijd, de vurige
drang gehad om het gebodene verder tot een wetenschappelijk
geheel uit te bouwen. ,,Dan zal - zo heet het - tot verkrijging der
Rechtswetenschap op Gereformeerde Grondslag het logisch systeem zijn
op te bouwen uit de Gereformeerde beginselen, langs historisch-relatieve
weg ontwikkeld, verbonden met en toegepast op naar tijd en plaats
verschillende waarnemingen."
Wanneer hij op die weg was doorgegaan, dan had hij zeker veel kunnen
doen voor de hem dierbare rechts- en staatsleer. Maar het is anders
gelopen. Hij heeft aan de ene kant veel meer eerbied gekregen voor
de dikwijls slecht beredeneerde en brokkelige, maar uit een geloofs-
intuitie gevoede standpunten, waartoe de praktijk kwam en anderzijds
het vertrouwen in logische deducties en combinaties in die mate verloren,
dat hij soms krachtig kon donderen tegen wat hij noemde de stelsel-
zucht van anderen.
46
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Studentenalmanak | 344 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Studentenalmanak | 344 Pagina's