Studentenalmanak 1967 - pagina 254
heen en naar de vrouw die bleef wachten, over hun gezichten speelde
een vaag groen licht dat van boven kwam. Toen ze had gezien dat hij
geen aanstalten maakte om het bad te gebruiken had ze zijn gordel, een
eenvoudig koord, losgeknoopt en was begonnen ook zichzelf uit te kleden.
Hij was bang geweest dat ze zijn melaatsheid zou ontdekken en hij had
haar weggestuurd. Zij was onmiddellijk weggegaan als een gehoorzaam
kind. Hij verwijderde de houten planken die de kuip afdekten en zag
dat het bad gevuld was met heet water waarop kruiden dreven. Door
een houten goot die op enige hoogte uit de muur kwam stroomde lang
zaam heet water en onder in de badkuip zelf stroomde het water weg
door een klein gat. Het kwam dan in een goot die in de vloer was aan
gebracht en die onder de beide zijmuren verdween; waarschijnlijk om
het water van andere baden af te voeren. De muren waren ingelegd
met geglazuurde tegeltjes die men beschilderd had met gestileerde
waterplanten waardoor het leek of waterplanten van de vloeren langs
de muren opklommen tot boven in het groen gekleurde licht. Wel, het
was hier rustig en hij voelde zich op zijn gemak ook al schrok hij van
zijn naakte lichaam toen hij zich in het water liet zakken. Het bad had
een merkwaardige invloed op hem, hij voelde zich licht worden als
vervloeide zijn lichaam met het water terwijl het toch tastbaar en aan
wezig bleef. Juist nu werd de afschuw voor zijn oude, vervuilde lichaam
groter en hij werd herinnerd aan zijn zwerverschap door het ongedierte
dat boven kwam drijven, dieren met poten die aan alle kanten uit hun
lijven kwamen en met grote bolle ogen die over de wateroppervlakte
staarden. Hij had ze gevangen en ze met afgrijzen in de goot geworpen
waar ze met het water onder de muur verdwenen. De koorts scheen
te wijken maar de helderheid die hij buiten de stad had ondervonden
kwam sterker terug, in vlagen. Overal waren stemmen in deze ver
bijsterende badkamer. Hele legers waren het, waarvan het geluid langs
de houten goten en de openingen in de muur naar beneden stroomde
in een duizendvoudige echo. Er werd tegen de deur geslagen. Hij was
nu helemaal weggezakt in de houten kuip, alleen zijn hoofd met twee
angstige ogen, stak er nog boven uit. Op de gang verwijderden de voet
stappen zich, ze gingen gepaard met het stijve kraken van leer, als van
laarzen. De waterplanten groeiden hoger en hoger, het licht werd
groener en groener. Nu groeiden ze zowaar ook al in het water, ze
groeiden door zijn handen en voeten, de bovenkant van het water groeide
dicht. Hij voelde het groeien en strijken van de zachte waterplanten om
zijn lichaam. Zijn hoofd moest vrij blijven, dat was het belangrijkste,
verder vond hij het wel prettig en hij tuurde door de bladeren van zijn
oerwoud als een salamander op een waterlelieblad. Wel, hier was het
goed, maar wat was dat geluid? ,,G eef acht!", klonk het aan het einde
van de gang. ,,Mars!" en drie paar voeten zetten zich in beweging:
250
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Studentenalmanak | 344 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Studentenalmanak | 344 Pagina's