Studentenalmanak 1967 - pagina 94
kader te scheppen waarin de student zijn studie volbrengt. In deze zin
kan studiebegeleiding niet worden aangemerkt als een aantasting van de
academische vrijheid.
Historisch is het te verklaren, dat de universiteit de academische vorming
aan de studenten zelf, in casu de studentenverenigingen, heeft over-
gelaten. Ook de overheid heeft zich immer op dit standpunt gesteld.
Desondanks, het nihilisme neemt jaar op jaar toe. Gezien de taak, die
in Nederland aan het studentenleven is toevertrouwd, ik acht dit een
groot privilege, is deze teruggang bij uitstek zorgenwekkend.
Het is duidelijk: de studentenverenigingen zijn er tot op heden niet in
geslaagd een vernieuwing bij verschuivende situaties en waarden te
vinden. Men kan zich zelfs afvragen of het op dit moment nog gerecht-
vaardigd is, dat de universiteit, de overheid en vele studenten het ge-
organiseerde studentenleven als de peiler bij uitstek van de academische
vorming zien.
Overigens, deze situatie is zeer wel te verklaren. Door gebondenheid
aan stijl en traditie zijn de studentenverenigingen weinig geschikt zich
snel te wenden en een nog steeds manifeste homogeniteit draagt de
schuld, dat de studentenvereniging slechts tot de vorming van bepaalde
studenten kan bijdragen. Echter niet alleen als algemeen vormend
instituut aan de universiteit faalt de studentenvereniging. Weinig minder
verontrustend is het vergaand isolement en superioriteitsgevoel, dat
juist vanwege de studentenvereniging menig student bedreigt. Ondoor-
dacht wordt een stijl van weleer gecopieerd. De maatschappij wijst
terecht deze houding af en het isolement wordt, wellicht anders dan
vroeger, onvruchtbaar. Het medisch aspect moge de onvrede vergroten.
Wanneer ik in het licht van het bovenstaande een lijn voor de toekomst
tracht te schetsen wil ik mij beperken tot een enkel, naar mijn mening,
kardinaal punt.
Het studentenleven zal zich gezien haar opdracht met de universiteit
moeten engageren. Dat wil zeggen, en ik spreek nu over personen, een
werkelijke wederzijdse belangstelling en een wellicht wat eenzijdige
steun. Ik heb de stellige overtuiging, dat de studentenvereniging zich
moet richten tot alle studenten, teneinde de academische vorming
metterdaad voor eigen rekening te nemen. Vrijheid en ruimte, door de
universiteit welbewust de student gelaten, zijn voorwaarde voor, maar
tevens dwingende eis tot het scheppen van een klimaat tot zelfstandige
ontplooiing voor alle studenten, hoe verschillend ook naar karakter en
interesse. In dit licht bezien moge de verstikkende werking van selec-
tivisme en conformisme binnen de studentenvereniging glashelder zijn.
De Studentenvakbeweging kan men als de tot op heden onbetaalde
rekening van het georganiseerde studentenleven zien. Immers de student,
die zich niet, en dikwijls terecht, voelt aangetrokken tot het eenzijdig
90
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Studentenalmanak | 344 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Studentenalmanak | 344 Pagina's