Studentenalmanak 1969 - pagina 174
Pappa, ik heb een ziek oog, zou je willen zeggen, als je durfde.
Ga maar naar je moeder, jongen, het spijt me.
Stad van vlucht. Het lijkt of je kunt beschikken over deze mensen,
méér dan ergens anders. Maar wie zegt me dat hun spelen, hun vormelijk-
heden niet veel gekompliceerder zijn dan ik kan doorzien.
Het voornaamste is, dat het doel overal hetzelfde blijkt.
Maar wil je dan? Wil je?
28 AUGUSTUS - Naar de moskee gewandeld, die hoog boven de stad is
uitgebouwd. Ik ben dat gemarchandeer van die mannetjes, die je overal
volgen met soevenirs, tapijten, wekkers en andere prullen beu.
De wind is koel 's avonds. Een paar vrouwen zitten op de betegelde
ballustrade, hun wapperende sluiers tegen de gele lucht. De zee,
beneden, is roze. Ze praten met elkaar, in hun hijgerige, stotende taal,
terwijl zij hun tatoeages betasten. Inkervingen van bepaaldheid.
Insch'Allah. God beschikte het zo.
, , T H U I S " - De engelsman is een fransman. Hij ziet mij aan voor een
kunstenaar. (De hand van Fatimah bescherme hem). Wij hebben op het
terras bijzonderheden uitgewisseld over onze maagaandoeningen, die
verschillend van aard schijnen te zijn. Verder raadde hij me oogbaden
aan, zoals ieder die bij gelegenheid gebruikt, in onze streken. Niet
kunnen zien is deerniswekkend, maar niet willen zien is hors concours
leven en dus onbetamelijk. Hij werd vertrouwelijk en kakelde over zijn
avontuurtjes, af en toe wuivend naar objekten van zijn begeerte, die in
grote getale de socco bevolken, na het vallen van de avond.
Ik had behoefte om met een vale glimlach te fluisteren: Nee, zo ver-
vallen ais jij ben ik nog niet.
Wat moet ik thuis vertellen over kennissen, die ik heb gemaakt, wat op
kantoor over de feiten van deze tijdelijke verbanning, dat kantoor,
waar ik al jaren-lang zit te dromen over een gefortuneerd oud wijf, dat
mij er weg zal komen halen, eens, op een mistige morgen.
een boze macht roert met een houten lepel door mijn lichaam.
Mag ik niet van een lam eten? Achib-Aheb (ik zal hem vragen zijn
naam te spellen, in de hoop, dat hij het niet volbrengt) heeft mij warm water
gebracht, een emmer vol. Hij bleef daar vreemd en onmenselijk staan
kijken. Hij heeft de stem van een zeemeeuw en ik begrijp niet wat hij
zegt. Misschien wilde hij hulp bieden, maar IETS verbood mij zijn blik
te weerstaan. Ik dacht: Die ogen zijn dwingend, verslindend. Hoe oud
is hij en van welke verre eeuw? Daarna weer rondgelopen, maar het
hielp niet. Mijn gezicht is grauw van verdoving. De assistent wil ik niet
meer zien, maar hij liet een tovermiddel achter, dat men rookt in een
kleine pijp. De dagen gaan op een wonderlijke manier voorbij.
172
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Studentenalmanak | 196 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Studentenalmanak | 196 Pagina's