Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1969 - pagina 174

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1969 - pagina 174

3 minuten leestijd

Pappa, ik heb een ziek oog, zou je willen zeggen, als je durfde.

Ga maar naar je moeder, jongen, het spijt me.

Stad van vlucht. Het lijkt of je kunt beschikken over deze mensen,

méér dan ergens anders. Maar wie zegt me dat hun spelen, hun vormelijk-

heden niet veel gekompliceerder zijn dan ik kan doorzien.

Het voornaamste is, dat het doel overal hetzelfde blijkt.

Maar wil je dan? Wil je?

28 AUGUSTUS - Naar de moskee gewandeld, die hoog boven de stad is

uitgebouwd. Ik ben dat gemarchandeer van die mannetjes, die je overal

volgen met soevenirs, tapijten, wekkers en andere prullen beu.

De wind is koel 's avonds. Een paar vrouwen zitten op de betegelde

ballustrade, hun wapperende sluiers tegen de gele lucht. De zee,

beneden, is roze. Ze praten met elkaar, in hun hijgerige, stotende taal,

terwijl zij hun tatoeages betasten. Inkervingen van bepaaldheid.

Insch'Allah. God beschikte het zo.

, , T H U I S " - De engelsman is een fransman. Hij ziet mij aan voor een

kunstenaar. (De hand van Fatimah bescherme hem). Wij hebben op het

terras bijzonderheden uitgewisseld over onze maagaandoeningen, die

verschillend van aard schijnen te zijn. Verder raadde hij me oogbaden

aan, zoals ieder die bij gelegenheid gebruikt, in onze streken. Niet

kunnen zien is deerniswekkend, maar niet willen zien is hors concours

leven en dus onbetamelijk. Hij werd vertrouwelijk en kakelde over zijn

avontuurtjes, af en toe wuivend naar objekten van zijn begeerte, die in

grote getale de socco bevolken, na het vallen van de avond.

Ik had behoefte om met een vale glimlach te fluisteren: Nee, zo ver-

vallen ais jij ben ik nog niet.

Wat moet ik thuis vertellen over kennissen, die ik heb gemaakt, wat op

kantoor over de feiten van deze tijdelijke verbanning, dat kantoor,

waar ik al jaren-lang zit te dromen over een gefortuneerd oud wijf, dat

mij er weg zal komen halen, eens, op een mistige morgen.

een boze macht roert met een houten lepel door mijn lichaam.

Mag ik niet van een lam eten? Achib-Aheb (ik zal hem vragen zijn

naam te spellen, in de hoop, dat hij het niet volbrengt) heeft mij warm water

gebracht, een emmer vol. Hij bleef daar vreemd en onmenselijk staan

kijken. Hij heeft de stem van een zeemeeuw en ik begrijp niet wat hij

zegt. Misschien wilde hij hulp bieden, maar IETS verbood mij zijn blik

te weerstaan. Ik dacht: Die ogen zijn dwingend, verslindend. Hoe oud

is hij en van welke verre eeuw? Daarna weer rondgelopen, maar het

hielp niet. Mijn gezicht is grauw van verdoving. De assistent wil ik niet

meer zien, maar hij liet een tovermiddel achter, dat men rookt in een

kleine pijp. De dagen gaan op een wonderlijke manier voorbij.

172

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Studentenalmanak | 196 Pagina's

Studentenalmanak 1969 - pagina 174

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Studentenalmanak | 196 Pagina's