Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1969 - pagina 175

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1969 - pagina 175

2 minuten leestijd

E E R S T E SEPTEMBER A L - Ik dacht aan mijn moeder, die het beste

voor mij wil. Bij de moskee zitten nog steeds dezelfde vrouwen. Vaders

met hun zoontjes mogen naarbinnen gaan. Wanneer zij bij de fontein

hun handen en voeten wassen (reinigen, zou ik misschien moeten zeggen),

klinkt binnen al het wezenloos gelamenteer van hun geloofsgenoten.

De engelssprekende fransman is met een gezelschap naar het zuiden

getrokken, hopend op nog woester Gomorra. Ik zwem wat in de zee rond

als een verlamde walrus. Ik ken niemand. Soms zou ik mijn nagels in iemand

willen vasthaken, omdat ze mij dat geleerd hebben, omdat ze mij dat al

lieten zien, toen ik nog niet kon lopen.

Deze nacht is er iets verschrikkelijks gebeurd.

Achib lag als gewoonlijk onder aan de trap te slapen. Hij lag daar als

op een veilige plaats, alsof zo'n trap ooit veilig kan zijn.

Toen hij wist, dat ik naar hem keek, al lang, misschien wel een uur,

stond hij op en zei, dat hij iets voor mij ging halen. Hij sprak het

woord thé uit als een geruststelling, zoals een grootmoeder „Stil toch,

stil toch." sist, wanneer zij haar kleinkinderen aan het huilen heeft gemaakt

met een vertelsel vol nimfen en tovenaars. Toen ik aarzelend naar boven

liep, merkte ik, dat ik gevolgd werd. In mijn kamer gekomen, deed

ik ogenblikkelijk de balkondeuren zo ver mogelijk open en keek uit

gewoonte nog even over het plein uit. Toen ik mij omdraaide, stond Achib

midden in het vertrek. Hij hield het flanellen jak, dat hij altijd droeg tot

aan zijn kin omhoog. En ik zag een onderlichaam, dat die naam niet kan

dragen: een vormeloosheid van de borst tot bijna aan de knieën, een

weefsel, waarin niets te herkennen viel, een transparante schoonheid van

enkele sekonden. Hij glimlachte als de V R E D E zelf, als vrede ja, ook toen

hij zich weer bedekt had en langzaam weg ging.

Ik ben bang M.J., november '68

173

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Studentenalmanak | 196 Pagina's

Studentenalmanak 1969 - pagina 175

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Studentenalmanak | 196 Pagina's