Studentenalmanak 1969 - pagina 155
Dit schone gedicht, mevrouw de praeses, herkent U vast nog uit uw
vroegere jeugd.
Het is een gedicht van Tiedeldie. Op treffende wijze vertolkt het de sfeer
van ons afgelopen novitiaat.
Inderdaad: ,,De zee was uitermate nat, het zand bijzonder droog".
Drie weken lang hebben wij bijna honderd oestertjes met hun papieren
schoentjes aan door het schuimend nat laten huppen.
Het is ons wonderwel gelukt ze droge voetjes te laten houden, dat moet
gezegd. De golven van het woelige verenigingsleven hebben hen niet voer-
spoeld, en de ruwe zandstormen der universiteit hebben hen niet kunnen
verzwelgen.
Want reeds vanaf de eerste dag, toen zij daar in hun beste pakjes aantraden
en zij nog de moed hadden belust te zijn op nieuw vertier (zie regel 2
en volgende), hebben wij hen toegesproken als de walrus uit het gedicht,
dat ik U zojuist heb laten horen: Wij wisten hen ervan te overtuigen,
dat het ons innig pijn deed hen op te eten nu ze van zover gekomen waren;
ja, het trof hen tot in de ziel, toen wij hen toesnikten: Ik ween om U, ik
heb het zeer te kwaad!"
Aangezien wij voortdurend onze batisten zakdoekjes tegen 't betraande
gelaat drukten, zag niemand de zachte glinstering in onze ogen, toen wij er
(veel meer dan) een dozijn namen, om er een eigen O.V., Ursula genaamd,
van te formeren, er listig van profiterend dat er vogelnood was en de
wolken zoek.
En zo is het dan ook verder gegaan. Vol van de genoemde „jool en
jokkernij" hebben wij het schuimend nat in Amsterdam bevaren, in
dichte drom strompelden onze voetjes door het V.U.-ziekenhuis, ja,
„de hele schare klom, rij aan rij, zelfs het strand o p " , om alles wat belang-
rijk was aan onze iiniversiteit aan een vriendelijk doch dringend interview
te onderwerpen. Als commissie voelden wij in ons element vooral in de
dagen, dat wij de meisjes haastig weg konden sturen om te gaan werken
in fabrieken, bij de vrouwen van professoren, of zomaar, naar boven op
zolder, om aan het wandkleed te werken. Het was hen zelfs niet vergund,
zich te onttrekken aan sociale dienstverlening: wij lieten hen collecteren,
boekjes verspreiden, kamers verzamelen, enz. Werkelijk niets bleef aan-
vankelijk onbeproefd om toch eventjes de jool te knijpen of de pret te
drukken, omdat dat toch moet in een fatsoenlijk groentijd, maar het is
ons niet gelukt.
Even scheen het erop te lijken, dat anderen op een avond nog in deze
opzet zouden slagen, maar door onze „papieren schoentjes" hardnekkig
aan onze voetjes te houden, „hinderde het allemaal geen zier," en kon de
hele schare en bloc het strand weer opklimmen {vit tweede couplet) en
letterlijk rij aan rij de volgende middag de pret vooraanderen verwerven,
die in dat andere schuimende nat lag besloten.
Mevrouw de praeses: Onze samenwerkmg was ook verder duidelijk ideaal:
De meisjes vonden niets heerlijker dan zich te vermeien in het gezelschap
153
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Studentenalmanak | 196 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Studentenalmanak | 196 Pagina's