Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1969 - pagina 155

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1969 - pagina 155

3 minuten leestijd

Dit schone gedicht, mevrouw de praeses, herkent U vast nog uit uw

vroegere jeugd.

Het is een gedicht van Tiedeldie. Op treffende wijze vertolkt het de sfeer

van ons afgelopen novitiaat.

Inderdaad: ,,De zee was uitermate nat, het zand bijzonder droog".

Drie weken lang hebben wij bijna honderd oestertjes met hun papieren

schoentjes aan door het schuimend nat laten huppen.

Het is ons wonderwel gelukt ze droge voetjes te laten houden, dat moet

gezegd. De golven van het woelige verenigingsleven hebben hen niet voer-

spoeld, en de ruwe zandstormen der universiteit hebben hen niet kunnen

verzwelgen.

Want reeds vanaf de eerste dag, toen zij daar in hun beste pakjes aantraden

en zij nog de moed hadden belust te zijn op nieuw vertier (zie regel 2

en volgende), hebben wij hen toegesproken als de walrus uit het gedicht,

dat ik U zojuist heb laten horen: Wij wisten hen ervan te overtuigen,

dat het ons innig pijn deed hen op te eten nu ze van zover gekomen waren;

ja, het trof hen tot in de ziel, toen wij hen toesnikten: Ik ween om U, ik

heb het zeer te kwaad!"

Aangezien wij voortdurend onze batisten zakdoekjes tegen 't betraande

gelaat drukten, zag niemand de zachte glinstering in onze ogen, toen wij er

(veel meer dan) een dozijn namen, om er een eigen O.V., Ursula genaamd,

van te formeren, er listig van profiterend dat er vogelnood was en de

wolken zoek.

En zo is het dan ook verder gegaan. Vol van de genoemde „jool en

jokkernij" hebben wij het schuimend nat in Amsterdam bevaren, in

dichte drom strompelden onze voetjes door het V.U.-ziekenhuis, ja,

„de hele schare klom, rij aan rij, zelfs het strand o p " , om alles wat belang-

rijk was aan onze iiniversiteit aan een vriendelijk doch dringend interview

te onderwerpen. Als commissie voelden wij in ons element vooral in de

dagen, dat wij de meisjes haastig weg konden sturen om te gaan werken

in fabrieken, bij de vrouwen van professoren, of zomaar, naar boven op

zolder, om aan het wandkleed te werken. Het was hen zelfs niet vergund,

zich te onttrekken aan sociale dienstverlening: wij lieten hen collecteren,

boekjes verspreiden, kamers verzamelen, enz. Werkelijk niets bleef aan-

vankelijk onbeproefd om toch eventjes de jool te knijpen of de pret te

drukken, omdat dat toch moet in een fatsoenlijk groentijd, maar het is

ons niet gelukt.

Even scheen het erop te lijken, dat anderen op een avond nog in deze

opzet zouden slagen, maar door onze „papieren schoentjes" hardnekkig

aan onze voetjes te houden, „hinderde het allemaal geen zier," en kon de

hele schare en bloc het strand weer opklimmen {vit tweede couplet) en

letterlijk rij aan rij de volgende middag de pret vooraanderen verwerven,

die in dat andere schuimende nat lag besloten.

Mevrouw de praeses: Onze samenwerkmg was ook verder duidelijk ideaal:

De meisjes vonden niets heerlijker dan zich te vermeien in het gezelschap

153

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Studentenalmanak | 196 Pagina's

Studentenalmanak 1969 - pagina 155

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Studentenalmanak | 196 Pagina's