Vrije Universiteitsblad 1951 - pagina 29
was evenwel van zeer korten duur. Hij vroeg ontslag aan tegen 1 Aprü 1951 in verband met zijn benoeming tot hoogleraar aan de Universiteit van Bloemfontein (Zuid-Afrika). In de juridische faculteit werd in verband met de emeritering van Prof. Mr P. A. Diepenhorst, waarvan reeds in het vorige jaarverslag melding werd gemaakt, benoemd tot gewoon hoogleraar voor het onderwijs in de economie Prof. Dr T. P. van der Kooy te 's-Gravenhage, met gelijktijdige omzetting van zijn gewoon hoogleraarschap in de economische faculteit in een buitengewoon hoogleraarschap. Prof. van der Kooy aanvaardde zijn ambt op 6 October 1950 met het uitspreken van een rede: 'De zin van het economische'. , In de literarische faculteit werden benoemd: Dr H. R. Wijngaarden, die reeds sinds 1 September 1946 belast was met een leeropdracht, tot lector voor het onderwijs in de algemene psychologie en conflictuologie; Dr Wijngaarden ving op 13 Aprü 1951 zijn colleges als zodanig aan met het houden van een openbare les: 'Enige beschouwingen over de conflictuologie'; Dr Wielinga, die reeds als conservator aan de Vrije Universiteit verbonden was, tot lector voor het onderwijs in de psychologie en de inleiding van de psychotechniek; Dr Wielinga ving zijn colleges als zodanig aan op 23 Februari 1951 met het houden van een openbare les: 'Het experiment in de Didactiek' Aan Prof, Dr G. Brillenburg Wurth werd voor den cursus 1950-1951 opnieuw een leeropdracht verleend in de economische faculteit voor de zedeleer van het economisch leven en aan Prof. Dr H. R. Woltjer in de wis- en natuurkundige faculteit voor het onderwijs in de experimentele natuurkunde. Voorts werd Drs G. Goudswaard, tot dat tijdstip als lector aan de Vrije Universiteit verbonden, benoemd tot buitengewoon hoogleraar. Als Rector Magnificus fungeert voor den cursus 1950-1951 Prof. Dr H. Dooyeweerd, die Prof. Dr G. Ch. Aalders als zodanig opvolgde. De Jaarvergadering benoemde den heer J. D. J. Roos als lid van de Commissie van Toezicht op het geldelijk beheer, in de vacature ontstaan door het aftreden van den heer S. Eisma.
bepaald gedeelte een oplossing was gevonden. In deze gevallen leidden de in verband hiermede gevoerde onderhandelingen evenwel niet tot definitief resultaat. Eerst gedurende de laatste maandenis meer perspectief in deze zaak gekomen. Zo was het mogelijk een pand te huren, dat geschikt was te maken voor de afdeling biologie, waarin Prof. Dr L. Algera en Dr J . Lever een plaats zullen vinden, terwijl voorts een pand kon worden aangekocht, waar het anatomisch laboratorium kan worden ondergebracht. Aan de uitvoering van beide projecten wordt op het ogenblik gewerkt. Aan het begin van den volgenden cursus zuUen zij in gebruik kunnen worden genomen. Het physiologisch en pharmacologisch laboratorium van Prof. Dr A. Th. Knoppers zal een plaats kunnen vinden in het pand Valeriusplein 11. Daartoe zal echter het psychologisch laboratorium van Prof. Dr L. van der Horst elders moeten worden ondergebracht. Op het ogenblik zijn onderhandelingen gaande met het Bestuur van de ValeriuskUnièk om tot een voorlopige regeling in dezen te komen. Voor de afdeling interne geneeskunde, waarvan Prof. Dr G. A. Lindeboom de leiding heeft, is nog geen oplossing gevonden. De onderhandelingen, in dezen met het Gemeentebestuur van Amsterdam gevoerd hebben nog niet tot een definitief resultaat geleid. De economische faculteit is inmiddels geheel overgebracht naar de panden Koningslaan 31—33, welke daartoe een tweede verbouwing moesten ondergaan. Tegen het einde van den lopenden cursus zullen deze panden geheel door de faculteit in beslag worden genomen. Het hospitium heeft dientengevolge elders onderdak moeten zoeken en heeft dit gevonden in het pand Koningslaan 22, dat door Directeuren ten behoeve van de Vereniging 'Het Studiefonds der Vrije Universiteit' is aangekocht. Voorts kon in het afgelopen jaar een aanvang worden gemaakt met de uitvoering van de plannen voor den bouw van de nieuwe verdieping (en) op het wis- en natuurkundig laboratorium. Hopelijk zullen
De zaak die Directeuren het afgelopen jaar het meest heeft bezig gehouden, is het zoeken van ruimten voor de medische faculteit en voor de biologische afdeling der wis- en natuurkundige faculteit. Op het ogenblik dat de vijf hoogleraren en de lectoi voor deze nieuwe afdelingen werden benoemd, beschikte de Vrije Universiteit te hunnen behoeve alleen over een gedeelte van het pand Valeriuspleii 11, het z.g. physiologisch laboratorium, dat naasl het wis- en natuurkundig laboratorium gelegen is. Bovendien ondervonden Directeuren verschillende teleurstellingen. Enkele malen leek het of voor een Het Laboratoriumgebouw der Wis- en Natuurkundige facuheit in de steigers
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1951
VU-Blad | 92 Pagina's