Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Vrije Universiteitsblad 1952 - pagina 60

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vrije Universiteitsblad 1952 - pagina 60

4 minuten leestijd

Correspondentie De heer H . te O. vraagt in het V.U. blad antwoord op de vraag of het juist is dat aan de Vrije Universiteit ongelovige hoogleraren verbonden zijn. In zijn omgeving schijnt ook met dat argument'tegen de V.U. te worden gewerkt. Het antwoord kan kort zijn en ontkennend. Nog altijd geldt de bepaling, dat niemand als hoogleraar kan optreden, dan na ondertekening van de verklaring dat hij, voor zover zijn onderwijs daarbij betrokken is, de in art. 2 van de Statuten omschreven grondslag voor alle onderwijs aanvaardt. Een ongelovige zal die verklaring niet kunnen ondertekenen. Mevr. O. te L. vertelt van een geslaagde V.U.avond, waarin naast behandeling van een eigen inleiding over de Vrije Universiteit ook Uchtbeelden werden vertoond van de foto's (tekeningen) uit het boekje 'Gulden woorden'. Deze schijnen zich daarvoor uitstekend te lenen en worden, naar onze correspondente verzekert, dan nog veel duidelijker en mooier dan ze in het boekje zelf zijn. Haar advies: probeert U de bespreking van het onderwerp 'De Vrije Universiteit' op de verenigingen te activeren, geven we hierbij graag door. Zoals bekend, wordt, in samenwerking niet de Jeugdbonden, reeds in die richting gewerkt. Ook in het rooster van vergaderingen van Mannen- en Vrouwen-verenigingen komt meermalen als vrij onderwerp voor: 'De Vrije Universiteit'. Maar dit kan en moet nog meer algemeen worden. Mejuffrouw H. te U. kreeg een gift van 25 cents van een daggelder, toen zij bij de boerin op het theeuurtje kwam om het busje te legen. Geheel spontaan gaf hij zijn bijdrage met de opmerking: 'ik kan niet veul missen, maar wil ook iets geven'. Een mooie ervaring. Het gaat ook om geld als we voor de V.U. werken, maar toch niet in de eerste plaats daarom. E n : een dubbeltje kan meer zijn dan een tientje. Van één der medewerkers kregen we een ontboezeming waaruit het volgende: 'Nu kunnen we wel geweldig enthousiast doen over de prachtige resultaten van de actie in die ' plaatsen, waar men de zaak heeft aangepakt. Maar... weet U wat mij is opgevallen? Dit, dat er zoveel zijn die de zaak van de Vrije Universiteit te gemakkelijk gaan opnemen'. De schrijver heeft gelijk. Zo is het hier en daar. We hebben daaraan gedacht, toen dezer dagen bleek,, dat een correspondent, na 8 maanden de kwitanties in huis te hebben gehad, aan de inning daarvan nog niets had gedaan. Hetzelfde blijkt ook, als men als comité niet zoekt naar de mogelijkheden, die er zijn om de bijdragen op te voeren, de ringvergaderingen 2312

niet bijwoont, terwijl dat toch wel kon, enz, enz. Gelukkig zorgen de zeer vele trouwe werkers in de organisatie, mannen en vrouwen, voor een tegenwicht. Maar laten we de zwakke plekken niet uit het oog verliezen. Ze zijn nu al schadelijk en worden steeds gevaarlijker. Ingrijpen is nodig. Wie krijgen het V.U. blad? Een vraag die meermalen beantwoord is, maar telkens weer opduikt. Daarom nog eens de mededeling, dat het blad eens per jaar aan alle leden en contribitanten wordt gezonden. Dat is een speciaal nummer hetwelk bevat jaarverslag, jaarrekening, agenda voor de V.U.dagen en diverse gegevens omtrent de Universiteit. Het maandelijks verschijnende nummer wordt alleen gezonden aan de medewerk(st)ers in de organisatie, de leden en contribuanten met een bijdrage van minstens vijf gulden per jaar, en voorts aan allen die aan het Bureau berichten, dat zij er prijs op stellen, het blad regelmatig te ontvangen. N.N. maakt de opmerking dat het motto van de busjesactie: 'Wij vrouwen helpen nu — straks helpen de artsen U', niet geheel juist is. Bij wij hoort ons, of bij U hoort Gij, dus b.v.: Gij vrouwen, gij helpt nu, straks helpen d'artsen U'. Ziet N.N. het wel helemaal goed? Het is niet zo, dat iemand tot de vrouwen zegt: Gij vrouwen enz. en dan voor haar, die vrouwen zelf, een zekere beloning in uitzicht stelt. De zaak staat veel meer zo — en dat is echt iets voor een vrouw — dat zij helpen 'ons volk ten baat', en dat komt in het gekozen motto mooi tot uiting.

^ ^UNIVERSITEIT In de afgelopen weken hebben weer enige nieuwe hoogleraren hun intrede gedaan in den Senaat. Anderen zijn benoemd en hopen binnenkort hun inaugurele oratie te houden. 22 September aanvaardde Prof. Dr J . Lever het ambt als gewoon hoogleraar met een rede over 'Het creationisme'. Prof. Lever geeft onderwijs in de dierkunde. Op dezelfde datum hield Prof. Dr P. Muilender zijn inaugurele oratie over het onderwerp: 'Over enige principes in de mechanica'. Aan Prof. Muilender is het onderwijs in wiskunde en mechanica opgedragen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952

VU-Blad | 64 Pagina's

Vrije Universiteitsblad 1952 - pagina 60

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1952

VU-Blad | 64 Pagina's