Vrije Universiteitsblad 1956 - pagina 97
Recapitulatie 1 September 1956
Overzicht ingeschro\en contributies en bnsjeshoudsters in Nederland. Aantal busjes
Opbrengst
Contributies
Aantal leden en donateurs') Aantal
1955
1956
Friesland-Noord 10297 10654 4199 Friesland-Zuid 3952 9207 Groningen 8720 5304 Drente 4815 6333 6949 Overijssel 8418 7688 Gelderland 6210 5821 Utrecht 3763 Noord-Holland-Noord 3514 Noord-Holland-Zuid 9690 10083 Zuid-Holland-Noord 13624 14356 3782 Zuid-Holland-Zuid I 3480 6240 Zuid-Holland-Zuid I I 5996 Zuid-HoUand-Zuid I I I 3012 3263 4363 Zeeland 4135 Noord-Brabant 2272 2389 Limburg 498 577 Buitenland^) 178 — Contr. en spaarsters waarvan adres onbekend is 163 201
1954
1955
21.316.44 8.927.47 17.455.54 9.644.40 15.077.61 18.349.31 14.110.61 7.786.65 30.813.84 25.995.72 33.229.68 35.865.46 9.243.94 8.584.84 15.775.24 17.119.42 8.818.85 7,883.90 9.578.60 10.424.17 5.632.84 5.017.91 1.237.17 1.182.43 977.06 —.—
Bedrag
1955
1956
1955
9058 3532 8519 4300 5561 6622 4810 2375 7570 9701 2984 3941 2534 4640 1531 327
28.447.10 11.697.45 35.542.85 13.334.75 19.488.75 22.049.60 20.391.73 8.733.12 41.730.75 47.081.60 12.461.10 17.843.60 10.585.30 14.954.25 6.999.75 1.148.60
—
9011 3518 8603 4309 5637 6774 4826 2361 7731 9675 3030 3887 2480 4662 1521 323 77
62
164
Leden 1956
366 154 567 176 305 299 322 141 654 799 220 293 151 233 124 18
—.—
29.169.80 12.513.95 36.357.60 13.667.95 20.243.40 23.833.60 21.127.53 8.634.95 46.081.75 49.191.10 13.273.85 18.164.95 11.369.80 15.661.70 6.952.— 1.140.10 1.394.50
226.50
350.45
94048 100098 207.395.71 227.982.66 78067 78589 312.716.80
329.128.98
20.027.08 8.184.28 16.006.35 9.043.68 13.249.57 16.414.04 12.404.27
—.—
—.—
Donateurs
1955 1956 1956
—
384 176 569 176 315 337 337 142 753 852 233 295 180 242 123 18 43
349 164 443 176 234 269 229 89 556 633 149 203 137 166 85 14 20
1
—
3
4823 5175 3919
*) Het aantal leden en donateurs is reeds begrepen in bet aantal contributies ^) Aantal en bedrag per 1955 niet opgenomen
Mr. P . J . Verdam over „Toepassing en bestudering van Mozaïsch recht in de loop der eeuwen". Een onderwerp en een referaat, dat de aandacht van velen heeft getrokken en waarover het laatste woord nog wel niet gezegd en geschreven zal zijn. In „Trouw" werd van het referaat van Prof. Verdam een samenvatting gegeven, die we hier gaarne overnemen. Prof. Verdam, schreef „Trouw", zijn betoog samenvattend, zegt dat men de vrijheid van de Mozaïsche wet met kracht gefundeerd ziet in de besluiten van het z.g. apostelconvent (de vergadering te Jeruzalem, in Handelingen 15 genoemd). De christenheid der eerste eeuwen stelt voor het gelovig leven ook uit het O. Testament met name de decaloog op de voorgrond. In de z.g. volksrechten komt het verlangen naar een chr. rechtsbedeling weer tot een sterkere binding aan het Mozaïsch recht met name in de concrete wetsvoorschriften. . Na de middeleeuwen verdwijnt deze baud weer langzamerhand om plaats te maken voor de historische studie van het Mozaïsch recht. Waar die studie verricht wordt van de begeerte naar chr. leefregel uit, komt gedurende lange tijd naar voren de ge-
dachte, dat het Mozaïsch recht ook voor het heden van die tijd van kracht is, voorzover dat met de omstandigheden in overeenstemming is. Deze begrijpelijke, maar foutieve aantasting van de chr. vrijheid welke niet meer bindt aan de Mozaïsche wet, zo vervolgt de referent, vindt in het juridisch denken'cen einde bij het begin van de 19e eeuw. De moderne bijbelkritiek verscherpt de historische studie van het Mozaïsch recht, die zich vooral bewegen gaat in rechtsvergelijkende richting. De jongste ontwikkeling op het gebied der antieke rechtsgeschiedenis heeft met nadruk naar voren gebracht hoe ver onze begripsmogelijkheid van deze oude rechtsstelsels en dus ook van het Mozaïsch recht verwijderd is en hoe voorzichtig men met beweringen oVer oude rechtsstelsels moet zijn. Dit inzicht tnaakt de studie van het Mozaïsch recht eerder moeilijker dan gemakkelijker, maar te zamen met de rechtvergelijkende methode bevordert het het verstaan van de diepe betekenis van het recht in het O. Testament. De hoogleraar geeft in het slot van zijn rechtshistorische studie nog enkele opmerkingen over de vraag naar de betekenis van het Mozaïsch recht voor het 2611
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
VU-Blad | 116 Pagina's