Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Vrije Universiteitsblad 1956 - pagina 107

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vrije Universiteitsblad 1956 - pagina 107

4 minuten leestijd

Betrekkingren met Hongrarife Op het ogenblik, waarop ik dit artikel voor het Vrije Universiteitsblad moet gereed maken, is het vrijwel ondoenlijk in zijn gedachten niet bezig te zijn met Hongarije. Hetzelfde zal vermoedelijk bij alle lezers van ons blad de ervaring zijn. Hoe kunnen wij anders, die geleerd hebben eigen volksvrijheden hoog te waarderen en die gehecht zijn aan de verworven godsdienstvrijheid en in het algemeen aan de geestelijke vrijheid, nu het Hongaarse volk op zo'n brute en schandelijke wijze in al zijn vrijheden werd aangetast? Het is mijn taak niet hier over de gebeurtenissen in Hongarije te schrijven. Maar ik mag wel in herinnering brengen de bijzondere betrekkingen, welke de Vrije Universiteit heeft met dat land, althans heeft gehad. Die betrekkingen dateren van de periode vlak na de eerste wereldoorlog, toen Hongarije ook zo werd geteisterd en vele kinderen uit dat land hier een gastvrij onthaal hebbeu gevonden. Er werden toen ook nauwe geestelijke banden gelegd. De man, die daartoe in hoge mate heeft bijgedragen, was Professor Dr. J. Sebestyén te Boedapest. Deze had indertijd in Utrecht gestudeerd, maar was sterk gegrepen door het werk van Abraham Kuyper. Hij was bezield met het ideaal om onder de Gereformeerden in Hongarije het Calvinisme weer tot een levenwekkende kracht te maken en hij vond voor dat ideaal in toenemende mate weerklank. Inzonderheid schaarde de op zijn initiatief tot stand gekomen studentenbond zich achter hem. Het was uit deze kringen, dat met de Vrije Universiteit betrekkingen werden aangeknoopt. Een blaadje, dat onder de naam van Hongaarse Heraut verscheen en door Professor Sebestyén geredigeerd werd, droeg er toe bij de kennis omtrent onze geloofsgenoten in Hongarije in vrij brede kring onder ons te verbreiden en de belangstelling voor hun toestand en hun actie gaande te houden. Bij bezoeken van hoogleraren en studenten aan Hongarije konden persoonlijke contacten worden gelegd. Het verschil in taal, dat lang niet altijd door de kennis van het Duits kon worden overbrugd, en de grote afstand in ligging tussen beide landen bleken een beletsel te zijn om een algemeen en doorlopend contact te bewerkstelligen. Maar de vriendschappelijke betrekkingen werden aangehouden. Regelmatig kwamen er theologische studenten naar Nederland, om hetzij te Amsterdam hetzij te Kampen, gedurende langere of kortere tijd te studeren en soms ook examens af te leggen. Boeken, met name van onze theologen, gingen naar Hongarije en werden daar gelezen en soms ook voor het volk vertaald. Verschillen-

de van onze hoogleraren ontvingen van theologische faculteiten in Hongarije eerbewijzen. En in 1930 verleende onze Universiteit, ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan, aan Professor Sebestyén het eredoctoraat. Professor Grosheide trad daarbij als promotor op. De tweede wereldoorlog heeft de bedoelde betrekkingen eerst bemoeilijkt, daarna vrijwel geheel onmogelijk gemaakt. Vergeten hebben wij onze geestverwanten in Hongarije echter niet. Eindelijk scheen het ook, dat het weer mogelijk zou worden de betrekkingen te herstellen en te vernieuwen. Nog voordat de gebeurtenissen van de laatste weken zich ontwikkelden, kon het plan rijzen iemand uit te nodigen uit Hongarije naar de Vrije Universiteit te komen. Maar de gelegenheid om dit plan tot uitvoering te brengen, werd wreed verstoord door de meedogenloze onderdrukking van de opstand, die dat komen naar Amsterdam nog zou hebben helpen vergemakkelijken. Met diepe deernis denken wij aan het lot van Hongarije en van onze geloofsgenoten in dat land. Wanneer zal nog eens het moment aanbreken, waarop de oude betrekkingen met de Vrije Universiteit hersteld kunnen worden? Het zal voorlopig moeten blijven bij de hulp aan vluchtelingen, die uitgeweken zijn. Het zij ons een dure plicht in dat opzicht althans te doen wat wij kunnen om trouw te zijn aan de in het verleden gelegde banden. D.N.

Steun aan Hongaarse verzetstrijders In de vergadering van Directeuren met provinciale besturen op 5 November 1956 werd een voorstel aangenomen tot verzending van het volgende telegram: Direction Rotes Kreuz Wien, Die freie Reformierte Universitat Amsterdam ist bereit sofort vier Ungarische Studenten, die Freiheitskampfer waren und nach Osterreich geflüchtet sind, aufzunehmen und völlige Verpjlegung, Studienspenden und sonstiges Nötigesfür diese vier Studenten unentgeltig zuversorgen. Bitte wenn möglich baldiges Antwort. Direction freie Universitat Keizersgracht 166, Amsterdam, De inhoud spreekt voor zichzelf en het zal aan allen, 2621

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

VU-Blad | 116 Pagina's

Vrije Universiteitsblad 1956 - pagina 107

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

VU-Blad | 116 Pagina's