Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Vrije Universiteitsblad 1957 - pagina 19

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vrije Universiteitsblad 1957 - pagina 19

4 minuten leestijd

De studie a f g e b r o k e n . . . Zwakke punten onder de loep Van de ongeveer 4500 studenten, die zich jaarlijks aan een universiteit of hogeschool laten inschrijven, zullen er 1000 k 1500 niet afstuderen: dat wijzen de statistieken uit. En dezelfde statistische gegevens melden dat 25 tot 30 pet van de studenten, vijf tot tien jaar nadat zij voor het eerst waren ingeschreven, is opgehouden met de studie zonder het eindresultaat bereikt te hebben. De gevolgen? Voor de student zelf de teleurstelling van boven zijn marht gegrepen te hebben, van om een of andere reden niet volbracht te kunnen hebben, wat hij zich had voorgesteld. Dan de moeilijkheid van de omschakeling: wat nu doen? Is er plaats in de maatschappij voor iemand die eerst een paar jaar zonder resultaat aan de universiteit zoek bracht? Voor de ouders geldt ook, dat zij, die zich niet zelden offers getroostten o)n hun zoon of dochter te laten studeren, zeer teleurgesteld zijn. Had dit voorkomen kunnen worden? Studentenraadsman mr. A. van der Sluis neemt een paar zwakke punten onder de loep en geeft enige aanwijzingen. Als ouders en raadgevers zich hierop bezinnen, is al veel gewonnen. I n het merendeel van de gevallen strandt een student niet vanwege een gebrek aan inteliecluele capaciteiten, dit is tenminste dan niet de enige of hoofdoorzaak. Het- zwaartepunt ligt evenzeer bij bet al dan niet aanwezig zijn van bepaalde karaktereigenschappen. Een student moet verantwoordelijkheidsgevoel bezitten om de weelde te kunnen verdragen van het werken in volle vrijheid en zelfstandigheid. Doorzettingsvermogen wordt vereist om hem heen te helpen over de moeilijkheden die de studie kan opleveren of die voortvloeien uit het min of meer op eigen benen staan. I n heel veel gevallen leveren deze moeilijkheden beslist geen onoverkomelijk bezwaar op. Het nemen van de hindernissen die voortvloeien uit studeren of student zijn maakt bovendien een essentieel element van de universitaire vorming uit. Het aanpassingsproces dat een student moet doormaken kan echter wel buitengewoon verzwaard worden, wanneer hij bijvoorbeeld afkomstig is uit' een milieu, dat heel sterk van het universitaire verschilt, of wanneer hij de hogere studie aanvangt op een leeftijd, waarop hij beslist nog te weinig uitgegroeid is. % Er kunnen zich gevallen voordoen, waarin het veel verstandiger is indien ouders hun zoon of dochter tussen middelbare school en universiteit eerst eens een jaartje een bescheiden werkkring laten zoeken in binnen- of buitenland. Dan gaat dikwijls minder tijd verloren dan wanneer de student minstens een jaar langer dan normaal aan de universiteit ingeschreven blijft. In het eerst vervullen van de dienstplicht, indien iemand de leeftijd daarvoor practisch bereikt heeft, ligt eveneens een mogelijkheid die niet over het hoofd gezien moet worden. 9 Verder is het van veel belang dat men zich niet te zeer vergist in de keuze van de studie. Het is dikwijls

zeer moeilijk van te voren te bekijken in hoeverre iemand voor een bepaalde studie geschikt is en hoe die hem of haar zal bevallen, met name indien van een uitgesproken voorkeur voor een of ander niets blijkt.. Niet steeds echter liggeii alle mogelijkheden binnen het gezichtsveld van de toekomstige student en zijn ouders. Zij zullen er goed aan doen zich zo breed mogelijk te oriënteren en te laten voorlichten. Als ze dat tijdig doen voorkomt dit teleurstelling later. In voorkomende gevallen kan het advies van een psycholoog een waardevolle steun betekenen. Als men het in een bepaalde richting zoekt biedt een positief of negatief advies echter meer houvast, dan indien men meent de keus maar- zó ongeveer op grond van een psychologisch rapport te moeten gaan bepalen. # In de eerste vijf jaren na de tweede wereldoorlog bestond met name bij veel studenten en hun ouders de neiging het georganiseerde studentenleven maar te laten voor wat het was. Men beschouwde dit niet zelden als een overblijfsel uit een periode, waarin met geld en tijd schijnbaar minder gewoekerd moest worden. De laatste jaren komt men hiervan gelukkig terug. Dat ook de studentenverenigingen een ontwikkeling hebben doorgemaakt, waardoor ze zich veelzins aan nieuwe behoeften hebben aangepast, speelt daarbij vermoedelijk mede een rol. Het gevaar voor isolement en voor het missen van essentiële elementen in de academische vorming dat hem bedreigt, die zich beperkt tot de wereld van colleges en boeken, is door velen gesignaleerd. Alle voorwaarden en karaktereigenschappen te schetsen, die de kans op hetmislukken van een eens begonnen studie zo klein mogelijk maken, kan niet als de opzet van dit artikeltje beschouwd worden. Er mag ook wel de aandacht op gevestigd worden dat veelal meer factoren in onderlinge samenhang tot een minder gewenst resultaat leiden. 2643

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957

VU-Blad | 160 Pagina's

Vrije Universiteitsblad 1957 - pagina 19

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957

VU-Blad | 160 Pagina's