Vrije Universiteitsblad 1957 - pagina 117
Assen: gezellig, leerrijk en warm Burgemeester H. J. de Dreu noemde in zijn welkomstwoord in het vorige V.U.-blad Assen een „stad in het groen" en wie de V.U.-dagen bezocht, moet toegeven dat Assen's eerste burger beslist niet heeft overdreven. Wij wandelden over de lommerrijke Brink naar de Torenlaan met haar dichte bomenrijen en sloegen dan de royale Dr Nassaulaan in, waar de vergaderplaats „Bellevue" met de brede gazons uitziet op het in zware bossages gevatte hertenkamp. Assen heeft nog meer bekoring, vinden wij. Het heeft iets bewaard van de negentiende eeuwse deftigheid. Een deftigheid, welke misschien gauw neigen kan naar een zekere kille stijfheid, maar die wij nu vooral als voornaam ervoeren: half schuilgaand 'achter het zomers groen bewaarden neo-klassieke gevels en patricische behuizingen koel en onaandoenlijk een weldadige rust, ongehinderd door de strak-warme hemel. Intussen waren de V.U.-dagen zeker niet onaandoenlijk en nog minder negen zij naar stijfheid. Ze waren gezellig en dat moet ook! Wij verklaren dit niet op eigen gezag, 'want tenslotte heeft de voorzitter van het provinciaal comité voor Drente, ds I J . K. Vellenga uit Meppel, met zoveel woorden in zijn kerkblad geschreven, dat gezelligheid — we houden dit woord nu maar aan — een wezenlijk bestanddeel van de V.U.-dagen vormt. Verder heeft ook prof. dr W. F. de Gaay Fortman, toen hij de eerste zitting van de wetenschappelijke bijeenkomst opende, op dit aspect met enige nadruk gewezen. En wie zich herinnert wat ds O. Jager over
deze toogdagen in ons blad schreef („Wij gaan naar ons toe") weet, dat wat wij dus nu in de wandeling gezelligheid noemen, een goede en waardevolle achtergrond heeft: de verbondenheid van de Vrije Universiteit met het volk — en omgekeerd. Die verbondenheid zal op samenkomsten als de V.U.-dagen het eerst in het oog springen door veel en ongedwongen onderling contact. Zo was het ook in Assen: hier schoot iemand een hoogleraar aan, daar kwamen oude kennissen elkaar tegen, ginds werden nieuwe relaties aangeknoopt en elders wees men naar een bekende figuur. Wat dit betreft is de ontmoetingsavond aan hét slot van de eerste dag heus niet het onbelangrijkste deel van het programma. Daar hebben we gezien, dat ook de meest gewichtige lieden tegen een stootje (moeten) kunnen: in dit geval tegen de caricaturen van de sneltekenaar, die de even voortvarende • als attente regelingscommissie uit Rotterdam had laten aanrukken. En voorts hebben alle bezoekers kunnen merken, dat prof. dr W. H , Gispen („Ik word maar gauw rector magnificus af", zei hij, „want ik ken tegenwoordig niet eens alle hoogleraren meer . . . ") net zo geestig is als van hem verteld wordt. Maar wanneer de gezelligheid van de V.U.-dagen alleen zou bestaan uit huiselijke vergaderingen, genoeglijke koffiepauzes en hartelijke gesprekken, zouden deze toogdagen gauw verzanden in een soort van, op zichzelf niet onaantrekkelijke, gereformeerde folklore. De gezelligheid wordt gevoed door en steunt op een
„Bellevue" in Assen, het temidden van veel zomers groen gelegen gebouw, waarde V.U.-dagen gehouden zijn.
vervolg van pag. 2691
De zwaarte van de problemen mag echter geen reden zijn om ze uit de weg te gaan. Zij moeten bekeken en bestudeerd worden en waar het kan zullen tijdig maatregelen moeten worden getroffen. En overigens zijn wij het gelukkig niet, die de toekomst in handen hebben. Hoe de V.U. er over tien of vijf en twintig jaar voor zal staan, onttrekt zich ten enenmale aan onze berekening. Aan ons de taak om in het heden te doen wat wij kunnen, in vertrouwen op Hem, Die ook over het wel en wee van onze Universiteit beschikt. H. S, 2693
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
VU-Blad | 160 Pagina's