Vrije Universiteitsblad 1957 - pagina 36
Gevaren en schoonheid van studie en wetenschap
Correspondenten schrijven o,ns BEDUM:
J_jEVEN en streven van de student stonden in een vorig nummer van het V.U.-blad in het middelpunt van de belangstellnig. Dat men de studie niet als een „eenzaam avontuur" moet gaan beginnen, kwam daarbij wel sterk naar voren. Vanzelfsprekend wordt dan ook ieder geschrift dat hen,, die plannen koesteren om aan een universiteit of hogeschool te gaan studeren, oproept tot bezinning met vreugde begroet. I n dit verband mag melding worden gemaakt van het boekje van Professor Mr. J. M. van Bemmelen uit Leiden, die onder de hierboven geplaatste titel een serie krantenartikelen van zijn hand heeft doen bundelen en uitgeven door Tjeenk Willink te Haarlem.
„De actie tot verhoging van de bijdragen is nog niet geheel afgesloten, doch hierbij de lijst van thans ingeschreven contribuanten." Uit de verrassende lijst puurden we 100 nieuwe en 55 verhoogde contributies met een gezamenlijke winst van f. 282,25. ZAANDAM: „Spoedig meer!" Deze paar woorden kunnen veel zeggen. In dit geval is dat zo, want ze worden geschreven op een lijst met 18 nieuwe en 4 verhoogde bijdragen. HEERDE: Bij een opgave van 42 nieuwe contributies gebruikt de correspondent vrijwel dezelfde woorden nl.: „meerdere volgen." En om nog enkele mooie berichten te noemen zonder er uit te citeren: Nieuwe Lekkerland 17 nieuwe; Ermelo 23, waaronder 18 verpleegsters; Voorburg een winst van ruim f. 200.—; De Lier 10 nieuwe en 48 verhogingen, samen f. 350; Nieuwer Amstel een winst van rond f. 400.—. Het lijstje is lang niet volledig. Genoeg echter om te doen zien, dat er wat gebeurt en dat er wat kan worden bereikt.
In de negen paragrafen van het eerste hoofdstuk worden verscheidene kanten van het leven van de student belicht op een wijze die voor het overgrote deel de instemming kan hebben van alle inrichtingen voor hoger onderwijs. Indien men al op een enkel punt met de schrijver kan verschillen (het bedrag aan studiekosten b.v.) doet dit niet af aan de waardering voor de hulp, die hier aan een goede voorlichting wordt geboden. Het tweede hoofdstuk omvat elf paragrafen, waarin wel meer dingen te vinden zijn, waarover men in V.U.-kringen met professor Van Bemmelen van mening zal verschillen. Ook hiervan kan echter gelden, dat voorop gesteld mag worden het belang van de confrontatie met enkele zijden van de wetenschapsbeoefening door de student. Vandaar dat in dit bestek niet wordt ingegaan op de beschouwingen over strafrechtstheorieën of de verhouding geloofwetenschap. De bedoelig is immers nogmaals de aandacht te vragen voor de bezinning ten aanzien van toekomstige studie door degenen, die het eindexamen hebben afgelegd, en door hun ouders. Het boekje „Na het eindexamen . . . studeren?", dat door de Persdienst van het Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen is samengesteld en in de boekhandel verkrijgbaar is, zullen zij nu al wel kennen. Mr. A. van der Sluis 2660
J
inksiergedicht
„Ben ik wel verwonderd?^'' C. JOH. SCHREURS Wie toen uit ons het kruis heeft opgeborgen weel niemand meer — het is wellicht verteerd —, na Jezus"" kruisgang kwam de nieuwe morgen uit graf in glans herschapen weergekeerd. Wij houden ons nog steeds aan Pinksterfeesten geen nieuive dag of hij ontvloeit uit nacht en men zegt na dat Christus boven geesten zich Hemelwaarts verhief en ons verivacht. Slechts Jezus wist mijn kivaad bij God te borgen; gelooft u echt, verivonderd en begeerd? dat Jezus' heengaan bracht de nieuwe Morgen uit graf in glans herschapen weergekeerd. {Uwwn
HMnM*
MMWCM
IMMi
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
VU-Blad | 160 Pagina's