Vrije Universiteitsblad 1957 - pagina 151
zitten gehuwde en ongehuwde mannen en vrouwen apart. De confirmanten hebben een eigen bank. De kerk behoort tot het type van de zg. zaalkerken. Dat zijn dus kerken, die de vorm van een zaal hebben — in onderscheiding van de Gothische en Romaanse kerkgebouwen, die o.m. een koor hebben. Ds. Schulha wijst er op, dat dit type wat meer reformatorisch is. De kansel hangt als een zwaluwnest gekleefd aan een wand (tegenover het orgel), heeft geen trap in de kerk, maar is te bereiken '^i* een zolderverdieping aan de andere zijde van de muur. Op die preekstoel staat Pfarrer Schulha daar inderdaad „als een prediker hoog in de lucht". De muren van de kerk zijn meters dik, er onder zijn nog (niet meer gebruikte) gevangenisholen. De kerk heeft achthonderd zitplaatsen en enorme galerijen. Alles wat ook maar zweemt naar versiering of enige ornamentiek is uit de kerk verwijderd. Zo zelfs, dat een grote lijst, waarop achter glas de foto's van hen, die vielen in de eerste wereldoorlog, naar de rommelzolder verhuisde en een plaats vond naast een kist met kerstartikelen. Er is elke zondag dienst, de ene week om half tien, de volgende week om half één. De ene zondag hoort men de wet met schuldbelijdenis en zingt men uitsluitend psalmen, de andere zondag is er geen wetlezing, maar zijn er wel gezangen. Een doopvont heeft de kerk niet. Het dopen geschiedt nl. „aan huis". Bij de aanvang van de dienst komt de predikant alleen de kerk binnen, neemt plaats in de ouderlingenbank. Na het inleidend orgelspel gaat hij staan achter (de rest) van het altaar, waar hij het te zingen lied opgeeft en de Schrift leest. De preek zelf wordt gehouden op het „zwaluwnest". De kerk heeft 800 zitplaatsen. Het gemiddelde aantal kerkgangers per zondag is echter maar vijftig . . . . De omstandigheden, waaronder Ds. Schulha arbeidt en de regels, waaraan hij zich te houden heeft, zijn voor ons wat vreemd . . . . Ik vermoed tenminste niet, dat het volgende een Nederlandse predikant zou liggen: Indien Ds. Schulha twee dagen zijn gemeente wil verlaten, moet hij verlof van de Decaan of Probst hebben. De kerkeraad wil niet, dat er een andere predikant op de kansel komt, dus geen ruilbeurten, dus nimmer vakantie. Al zes jaar niet. Doop en begrafenis: uitsluitend door de eigen predikant. Dat betekent elk ogenblik ter beschikking te moeten zijn. Bij Ds. Schulha berust ook de gehele kerkelijke administratie en hij is contactman tussen kerk en overheid. Dat vraagt veel tact. Alle gemeenteleden, die
zeventig jaar worden, moeten op deze verjaardag bezocht worden. Het programma van de zondag, die ik daar verbleef, was voor Ds. Schulha als volgt. Om half tien (omdat ik er bij was) gezamenlijk ontbijt. Na de afwas om elf uur kinderkerk. Om twaalf uur diner in een café temidden van bierdrinkende Duitsers. Duur van de maaltijd een kwartier. Om half één in de kerk dienst. Zeventig mensen zaten over vijf verschillende gedeelten van de kerk verdeeld. Ds. Schulha geeft ook godsdienstonderwijs aan de wat wij zouden noemen de openbare school. De pastoor doet dit ook. Nu was een (r.k.) onderwijzeres van deze school overleden en de begrafenis was bepaald op zondagmiddag drie uur. En zo zag men pastoor en pastor samen in de stoet en bij het open graf staan. Na het avondeten (en afwas) volgde huisbezoek aan Joegoslavische vluchtelingen. Waarom ik dit nu alles schrijf? Daar zit in deze uithoek in Duitsland, achter Frankfurt am Main een man, die dankbaar is voor het onderwijs, dat hij ia Amsterdam heeft mogen ontvangen. „Ik ben Calvinist" zegt Ds. Schulha. Met grote verering spreekt hij over prof. Grosheide, prof. Waterink, wijlen prof. Hepp en anderen. Dankbaar is hij voor de vriendschap, die hij heeft mogen ondervinden van mede-studenten. Mogelijkheid om naar Holland te komen is er niet. Zijn studieboeken zijn weinig, met veel moeite kocht hij ér wat bij na zijn terugkeer uit het concentratiekamp. Ik vond er onder meer bij hem een catechismusverklaring van wijlen Ds. Feringa uit 1904. Daarom dit verzoek. WiUen allen, die Ds. Schulha gekend hebben in zijn Amsterdamse studententijd, eens schrijven, wat lectuur zenden en hem eens opzoeken op zijn eenzame post? Ds. Schulha is onze taal nog zeer goed machtig. Het adres is: ds. J. Schvdha, Wölfersheim über Friedberg, bij Frankfurt am Main, Hessen.
Provinciaal Comité Noord Holland noord De heer C. Kraay zag zich tot zijn grote spijt genoodzaakt zijn arbeid als secretaris van het provinciaal comité neer te leggen. Als zijn opvolger is door Directeuren benoemd. Ds A. Reen te Alkmaar. Als ringvoorzittei; kent Ds Reen, de V.U.-organisatie. In deze nieuwe functie willen wij hem graag hartelijk w elkom heten en de medewerkers in dit rayon vragen van deze bestuurswij-iiging goede nota te nemen. 2727
\
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
VU-Blad | 160 Pagina's