Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Vrije Universiteitsblad 1957 - pagina 27

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vrije Universiteitsblad 1957 - pagina 27

4 minuten leestijd

Naar de V.U.-dagen betekent:

S TOE X OEN in 1953 de Evangelische Maatschappij, een vereniging tot verbreiding en verdediging van het Protestantisme, haar honderdjarig bestaan mocht herdenken, schreef Prof. Dr. J. Lindeboom in „De Protestant" een overzicht over 100 jaren Protestantisme in Nederland. Dit overzicht kon niet zo bijzonder opwekkend zijn. Het saldo van protestantse kunst bleef klein: er waren allerlei tekorten in het sociale en politieke leven. Over het wetenschappelijk leven schreef hij: ,,0ok hier protestantse beoefenaars — echter meestal van een Protestantisme dat weinig positieve kenmerken vertoont. Wetenschap die zich als specifiek protestants aandient, vindt men eigenlijk alleen in de neo-calvinistische sector, waar men aandacht vraagt voor christelijke grondslagen en methoden. Op de gebieden van de rechtswetenschap en van de wijsbegeerte is inderdaad van een protestants-christelijke, veelzins naar het Calvinisme- georiënteerde wetenschap sprake; op die van taalkunde en van de exacte wetenschap pretendeert zij te bestaan, maar behoudens enkele formele verschillen kan men toch eigenlijk weinig onderscheid van ,,profane" wetenschap bemerken. Wat niet betekent, dat de Vrije Universiteit niet vele uitnemende beoefenaars der wetenschap zou hebben geleverd, maar het eigene ligt toch meer in een bepaalde sfeer dan in streng in acht genomen bijzondere uitgangspunten en principieel verschillende resultaten." Wanneer dat waar zou zijn, zou de V.U. nauwelijks bestaansrecht hebben. „Het eigene ligt in ^en bepaalde sfeer." Er zijn veel mensen, die, wanneer zij de V.U. van de buitenkant bekijken, niet veel méér over onze Alma Mater kunnen zeggen dan dat zij apart staat vanwege een aparte sféér. De colleges worden met gebed geopend en besloten: in de pauze zijn de studenten als christenen onder elkaar, er ligt een bepaald stempel op de gesprekken, er wordt ^ve-

tenschap bedreven in een sfeer van „wij zijn onder ons", en er hangt een portret van Kuyper boven de katheder. Maar overigens •— meent men — is er weinig onderscheid tussen deze calvinistische en de „gewone" wetenschap. „Enkele formele verschillen" — maar dat doet betrekkelijk weinig ter zake.

w.

ANNEER de V.U. zich inderdaad alleen door' een eigen sfeer zou onderscheiden, zouden wij beter maar niet meer een nieuw fundament voor een eigen universiteit kunnen leggen. Dan zouden onze pretenties'te hoog gegrepen zijn. Wetenschap, bedreven in een calvinistische sfeer, is nog geen calvinistische wetenschap. Wetenschap, die bijna dezelfde uitgangspunten en resultaten heeft als de profane wetenschap, verdient geen eigen naam of eigen gebouw. En als wij in de exacte wetenschappen niet calvinistisch kunnen zijn, dan valt ook het bestaansrecht weg van een calvinistische wijsbegeerte of rechtswetenschap. Juist bij de taalkunde, de wiskunde en de natuurkunde moet het duidelijk uitkomen, dat de muren van de V.U. niet alleen zijn opgetrokken om een bepaalde sfeer aan de sferen daarbuiten te onttrekken. ,,Onze mensen" zijn telkens weer geneigd om bij de verdediging van het eigen karakter van de V.U. allereerst te denken aan de theologische faculteit. Maar zij, die het bestaansrecht van een aparte calvinistische universiteit betwisten of betwijfelen, steken hun schuddende hoofden allereerst om de hoek van de deur der wis- en natuurkundige faculteit. Daar moet de beslissing vallen, of wij mogen zijn die wij pretenderen te zijn. Op de plaats, waar men liet eerst geneigd is een vraagteken te plaatsen, moet ons uitroepteken het duidelijkst uitkomen. Zolang men nog van allerlei

III _ x ^ A i o c i - ^

'ai»4"e ^ ' V ' S t v t A r t

Donderdag, 16 Mei j.l. was voor de Medische facuheit een bij-

inet eerste

ari.S-eXa.men.

^^on^ere dag. Op die dag toch luefl haar eerste leerling, hel is

Mejuffrouw S. it', van Duynen, het arts-examen afgelegd, waarmede ze haar medische studie aan de Vrije llniversiteit Iwifl volbracht. Zij zal de eerste arts zijn, die haar opleiding aan onze Universiteit mocht ontvangen. Dit feil is niet alleen belangrijk voor haar zelj en voor de Medische faculteit maar de hele Universiteit mas deze dag zien als een mijlpaal in l.aar historie. Reikhalzend is vanaf de geboorte onzer Universiteit door het christelijk volksdeel uitgezien naar de dag, waarop ook artsen (((in haar zouden kunnen worden opgeleid. ^ A'/e* he minst toch de ivens, aan het ziekbed van zichzelj qi dal der geliefden een medicus tekunneu ontmoeten, die naast grondige in-edisciie-iijuuib ,veet zou hehbjn van het heilgeheim Gods, vervulde dit volksdeel met brandcnue liejae vovr ziin Stichting.

2651

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957

VU-Blad | 160 Pagina's

Vrije Universiteitsblad 1957 - pagina 27

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957

VU-Blad | 160 Pagina's