Vrije Universiteitsblad 1957 - pagina 28
kanten „weinig onderscheid met de profane wetenschap" opmerkt, zijn wij met de fundamenten van de Vrije Universiteit nog niet klaar. Al zijn ze stevig genoeg, ze moeten ook genoeg zichtbaar zijn. Dat zichtbaar-maken van de grondslagen is altijd weer één van de belangrijkste aspecten van de jaarlijkse V.U. dagen. Wij moeten telkens weer onze pretentie toetsen aan de praktijk. Wij moeten nagaan, of onze principes het daglicht, het V.U. dagen-daglicht, kunnen verdragen.
w .. . .
TT I E zijn „wij ?" Wij zijn de mensen bij wie de V.U. in een goed'blaadje staat. En de V.U. — dat is ook weer déze groep mensen. De V.U. en wij — dat is zoiets als „ons kent ons." Op de V.U. dagen gaan wij naar ons toe. D a t is toch in elk geval weer méér dan een formeel verschil met andere universiteiten. Dit heeft nu wel niets met de resultaten-van de wetenschap als zodanig te maken; maar het is één van de trekken, die bewijzen dat de V.U. een eigen karakter heeft. Het merkwaardige van de V.U. is, dat er V.U. dagen zijn. Een universiteit met „dagen" is uniek. Wij moeten telkens een ontmoeting met onszelf hebben. Op de V.U. dagen komt de V.U. zichzelf tegen. Dat is nodig, omdat de V.U. nu eenmaal iets wil wezen, waarvan zij zich steeds weer moet afvragen, of zij het wel is. Een universiteit, die gewoon in de rij van de andere universiteiten staat, kan naar haar buren kijken om te zien of zij er zijn mag. Maar de V.U. kan alleen naar zichzelf kijken. Plechtig gezegd: tot zichzelf inkeren. Wanneer zij dat op de V.U. dagen doet, wordt het ook altijd weer duidelijk, dat er inderdaad zoiets als een eigen V.U. sfeer bestaat. Die sfeer mag dan te bijkomstig zijn om het bestaansrecht van een eigen academie te bewijzen, wij kunnen haar toch waarderen als een souvereine in haar kring. Deze sfeer is niet de gerechtigheid van het Koninkrijk, maar wel één van de geschenken, die ons toegeworpen worden, wanneer wij deze gerechtigheid zoeken als nummer één. „Een bepaalde sfeer" — zó bepaald, dat het buitenstaanders is opgevallen. Het is een zó eigen sfeer, dat alleen al die sfeer kan bewijzen, dat de V.U. nog méér eigen eigenschappen heeft. Het aparte van de sfeer is een heenwijzing naar een diepere apartheid, — voor wie het maar proeven wil. E r is méér dan „een formeel verschil", als er straks weer Zeeuwse boerenpetjes opduiken tussen de professorale baretten. Een universiteit mét of zonder „dagen" — het is een verschil van dag.... en nacht. O.J. 2<652
Financiële steun van bedrijven Dat bij de inzameling van het jubileumfonds de bedrijven zich niet onbetuigd hebben gelaten; is voldoende bekend. In de grote jubileumsamenkomst op 19 October 1955 in het R.A.I.-gebouw overhandigde Ir. P. F. S. Otten, president-directeur van de raad van beheer van de N.V. Philips Gloeilampenfabrieken namens het bedrijfsleven een cheque voor een bedrag van twee ton als jubileumgift. En hij sprak daarbij o.a.: „Vooral in dit tijdsbestek is het voor het bedrijfsleven — en voor velen daarbuiten — een stimulerende gedachte te kunnen waarnemen wat er door het vrije initiatief en door het vrije spel der krachten kan groeien. Deze Universiteit is van de mogelijkheden, die er ook thans nog en naar wij hopen tot in verre toekomst, voor het vrije initiatief bestaan, een levend en sprekend bewijs." „Het bedrijjsleven in Nederland is overtuigd van de grote waarde en betekenis voor ons land van de jubilerende Vrije Universiteit, zonder daarbij aan enige andere universiteit of hogeschool tekort te doen." Dat deze woorden van Ir. Otten over de waarde en betekenis van de V.U. niet alleen bij het jubileum maar ook vandaag nog hun toepassing vinden, bleek in de laatste weken wel heel duidelijk. Een Rotterdamse predikant berichtte dat een daar gevestigde fabriek een jaarlijkse bijdrage ad f 250.— voor de V.U. beschikbaar stelt; een Amsterdamse firma zegde een gift ad f. 300.— toe; drie andere grote bedrijven deden spontaan een toezegging van resp. f. 900.—, f. 1000,— en f. 300.—. Dat met grote erkentelijkheid van een en ander kennis werd genomen, spreekt wel vanzelf. Wij hopen, dat velen de goede voorbeelden zullen volgen.
a
"^ Pessimisme zou, als het in een apotheek te krijgen was, met het etiket „vergij " worden aangeduid
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
VU-Blad | 160 Pagina's