Vrije Universiteitsblad 1958 - pagina 127
De Vrije Universiteit en de moderne biologie Op verzoek laten wij hieronder volgen de rede die prof. Dr J. Lever voor de op 3 juli gehouden jaarvergadering van de Vereniging heeft uitgesproken. De titel van mijn voordracht wijst er reeds op dat wij vanmorgen te maken hebben met twee verschillende zaken: „De Vrije Universiteit" aan de ene kant en „de moderne biologie" aan de andere kant, terwijl het woordje „en aanduidt, dat de verbinding tussen deze twee onze bijzondere aandacht vraagt. We beginnen met de Vrije Universiteit. Dit is een merkwaardige instelling. Zij is in de eerste plaats merkwaardig omdat zij voortkomt en gedragen wordt door mensen van allerlei slag. Naast personen die zelf gestudeerd hebben en van wie een belangstelling voor het Universitaire leven verwacht mag worden, wordt de Vrije Universiteit ook gesteund door duizenden mensen, die nimmeï op directe wijze contact hebben gehad met een inrichting voor Hoger Onderwijs. Het tweede merkwaardige, en daarmee komen wij al iets dichter bij ons onderwerp, is echter dat deze gevarieerde groep van mensen, dat dit eigenaardige volksdeel, de Vrije Universiteit met een zeer speciale bedoeling, met een scherpomlijnde opdracht, in het kader van een alles -omspannende visie, heeft opgericht. De visie nl. dat het geloof in Jezus Christus van universele betekenis is. De visie dus, dat het christen-zijn niet iets is waarvan de betekenis beperkt blijft tot het allerintiemste in ieder mens apart, maar dat het „God liefhebben met geheel het hart, met geheel de ziel, met geheel het verstand en met alle krachten" inhoudt, dat op alle terreinen van het leven het evangelie de zuiverende, herstellende, en verlichtende rol kan en moet spelen. Het is deze sterke geloofsvisie geweest die onze voorouders de kracht gaf om in allerlei richtingen grote activiteiten te gaan ondernemen. Eén van deze was de oprichting van de Vrije Universiteit. Wat waren nu de concrete doeleinden die deze Urdversiteit in het raam van deze visie meekreeg? 1. Natuurlijk, het dichtst bij gelegen doel was dat aan deze Academie in christelijke sfeer de predikanten, de leraren, de politici, de juristen, en de artsen van eigen richting moesten worden opgeleid, waaraan dringend behoefte was. 2. Daar bovenuit ging echter het tweede doel, namelijk dat de Vrije Universiteit een centrum van studie, van onderzoek zou zijn', dat als een hoge uitkijktoren de hele wereld van het moderne denken en weten bestrijkt en naderbij brengt. En wel zo naderbij brengt, dat ons volksdeel de belangrijkste kennis hiervan in zich kan op-
nemen, zodat het zelf levend en fris' in de wereld van vandaag, en onder de mensen van vandaag, kan functioneren. 3. Maar boven dit alles uit ging toch het derde doel, namelijk, dat deze uitkijktoren tevens een vuurtoren behoorde te zijn. Een vuurtoren die (met grote precisie) rondom zich heen over het gehele menselijk weten en denken de lichtstralen van het evangelie door de donkere nacht moest laten schijnen. De Vrije Universiteit heeft dus een drievoudige opdracht meegekregen: het opleiden tot de beroepen waaraan behoefte is, het uitkijktoren zijn van ons volksdeel, en het evangeliserend vuurtoren zijn. Het is deze drievoudige opdracht die de Vrije Universiteit van dat merkwaardige volksdeel heeft meegekregen, en die haar eigenaardig karakter bepaalt. Wat betekent dit nu in de practijk van het Universitaire bedrijf? Om deze vraag te beantwoorden moeten wij eerst eens nagaan hoe de Vrije Universiteit is opgebouwd. Als wij het hebben over „de Vrije Universiteit" dan denken wij aan een enkelvoudig geheel. Wij moeten echter begrijpen, dat dit geheel uit een groot aantal betrekkelijk losse onderdelen bestaat. Allereerst blijkt dit reeds daaruit, dat de gebouwen van de Vrije Universiteit over geheel Amsterdam verspreid staan. En in al deze gebouwen heerst een eigen sfeer, omdat daar in zeer speciale wetenschappelijke richtingen wordt gewerkt. Dit heeft tot gevolg dat de contacten tussen de personen die in die verschillende gebouwen werken vaak uiterst gering zijn. Ik vermoed dat er maar weinig mensen in de Universiteit zijn, die wel eens al deze gebouwen hebben bezocht. De aparte gebouwen en ook de specialisatie van het onderzoek brengen met'zich mee, dat men onderling elkanders werkterrein niet of slechts gedeeltelijk kan begrijpen. In de grond van de zaak weet de scheikundige maar weinig yan geschiedenis, de theoloog van natuurkunde, en de bioloog van economie. Deze vaststelling wijst er reeds op, dat ieder van de drie opdrachten die aan de Vrije Universiteit als geheel zijn meegegeven, binnen deze Universiteit worden doorgegeven in allerlei verschillende richtingen, naar allerlei onderdelen, en naar allerlei individuele mensen. En dan niet zo worden doorgegeven dat de één die opdracht krijgt en de ander een andere, nee, deze drie opdrachten gelden voor iedere afdeling en voor iedere docent. Dat betekent dus dat deze drie opdrachten niet aan 2811
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
VU-Blad | 156 Pagina's