Vrije Universiteitsblad 1958 - pagina 111
Toespraak van Prof. dr W. F. de Gaay Fortman bij de opening van de jaarvergadering van de Vereniging voor Hoger Onderwijs op Gereformeerden grondslag te 's-GravenInage, 3 juli 1958.
Wij brengen onze jaren door als een g"daehte ! Hoe kort is het nog maar g('leden,dat wij in A.sscu bijeen waren. En anderzijds, wat is er in dit jaar veel gebeurd, zoveel en in zulk een tempo, dat het lijkt of Assen reeds jaren achter ons ligt. Ook dit jaar zijn er uit onze kring heengegaan, studenten, meer dan er gewoonlijk in een jaar worden weggenomen, leden^ van de wetenschappelijke staf, werkers in de organisatie van de vereniging, jnensen die op andere wijze met de universiteit verbonden waren. Al ging hij piet in het afgelopen jaar heen, het zou wel zeer ondankbaar zijn, wanneer wij op deze jaarvergadering in 's-Gravenhage niet ook dachten aan Ds J. Attema,.die rnet zijn enthousiaste zakelijkheid zoveel jaren in deze stad voor de universiteit heeft gewerkt. Hen allen gedenken wij in dankbaarheid en in de zekerheid, dat Jezus overwinnaar is. Ter inleiding van ons samenzijn zou ik gaarne een paar opmerkingen luaken over enkele actuele vragen in verband met de univer.siteit. Wij verkeren in een toestand van voortdurende uitbreiding. Ook de laatgte jveken hebben er weer benoemingen van docenten plaats gehad, die uitbreiding b<;tekenen. Ik meen. dat wij ons over deze uitbreiding zonder reserve moeten verblijden en dat wij op een dag als vandaag uiting moeten geven aan pnze grote dankbaarheid voor zoveel zegen. Het is begrijpelijk, dat bij de uitbreiding veel aandacht wordt geschonken aan de medische faculteit en aan de faculteit der wis- en natuurkunde. Men vergete echter niet, dat ook de vier andere faculteiten veelszins voor nieuwe ontwikkelingen staan en om uitbreiding vragen. Daarbij heb ik niet in de eerste plaats het oog op het aantal leerstoelen, maar vooral op de omstandigheden, waaronder de docenten in deze faculteiten moeten werken en op de wetenschappelijke staf. Voor sommige faculteiten is deze laatste onderbezet en dat schaadt het onderwijs en de wetenschappelijke arbeid. Alle wetenschappen staan voor nieuwe vragen. Ik noem alleen maar een van mijn eigen vakken, het burgerlijk recht. De arbeid voor een nieuw Burgerlijk Wetboek maakt bezinning op tal van oude en nieuwe vragen nodig. Zo zou een hele opsomming voor andere y^kkpii en andere faculteiten zijn te geven. SS'Ö". Onze universiteit heeft het niet te overschatten voorrecht, dat zij wortelt in een volksgroep, die op velerlei wijze haar arbeid draagt. Het lijkt echter meermalen, alsof men de hoogleraren en andere docenten als een soort privébezit beschouwt. Er wordt veel te veel een beroep op ons gedaan voor werk, dat ten minste even goed door anderen zou kunnen worden gedaan. De
Uiiiversiteit heeft tal van leerlingen, van wie naar mijn indruk te weinigen worden ingeschakeld pp het brede terrein, dat door het Christelijk organisatieleven in ons land wordt bestreken. Zo maakt men naar twee kanten een verkeerd gebruik van de universiteit: Men belast de hoogleraren met werk, dat niet tot hun eigenlijke taak behoort en men benut te weinig de kennis en de ervaring van de leerlingen der universiteit. Het lijkt wel, of er in Nederland riiets kan gebeuren, zonder dat een docent van de Vrije Universiteit ter plaatse is. Zo dreigen de docenten te verworden tot de veeldoeners, voor wie Ds J R. Hommes gisteravond met zoveel nadruk gewaarschi^d heeft. Het studeren gaat nog wel, wij zouden onze taak al zeer slecht verstaan, indien wij dat verwaarloosden. Voor een uitwerking van de studie op andere wijze dan in colleges hebben velen onzer te weinig gelegenheid. Ik zou U dus willen vragen: laat de hoogleraren en andere docenten van Uw universiteit met rust. Vai) de wetenschapsbeoefening aan de universiteit zou men op andere wijze meer kunnen profiteren. Bij de Engelse universiteiten kent men de zgn. university extension, de werkzaamheid van de universiteit buiten haar gebouwen. ledere universiteit van enige betekenis heeft voor dit werk een aj)art bureau. Instellingen van allerlei aard kunnen aanvragen om voorlichting op wetenschappelijk gebied tot dit bureau richten. Dit bevordert dan, dat docenten op het gewenste terrein voordrachten of wetenschappelijke verhandelingen houden. -Dit lijkt mij een voorbeeld, dat navolging verdient. Zo zouden de resultaten van het wetenschappelijk werk, aan de universiteit yerricht, in ruiraer kring kunnen worden verbreid. De belangstelling voor de universiteit zou er door kunnen worden verlevendigd. Meer dan gebeurt zou binnen de universiteit aandacht kunnen worden geschonken aan gezamenlijke arbeid. Tal van vraagstukken raken meer dan één vak en meer dan één faculteit. De hoogleraar Kuilman wees daarop gisteren nog bij de discussie over zijn referaat inzake het wereldvoedselvraagstuk. Een universiteit is niet alleen een onderwijsinstelling, maar evenzeer een instituut voor wetenschappelijk onderzoekingswerk. Een tweede punt, dat ik naar voren zou willen brengen, betreft de invloed van de universiteit in het buitenland. Voor de doorwerking van het Christendom in de wereld zou versterking van deze invloed van grote betekenis kunnen zijn. Er is een groot verschil met de situatie van ongeveer 30 jaar geleden. Toenbehoordi'een leerling van de universiteit,wanneer er in epn buitenlands milieu over de verhouding van geloof en wetenschap werd gesproken, tot de best geïnstrueerden van het ge2795
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
VU-Blad | 156 Pagina's