Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Vrije Universiteitsblad 1959 - pagina 19

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vrije Universiteitsblad 1959 - pagina 19

4 minuten leestijd

Perswetenschappen aan de V.U. In de samenleving van vandaag nemen de middelen ter beoefening van de communicatie een belangrijke plaats in: pers, radio, televisie. Die plaats hebben zij zich als het ware stormenderhand veroverd, zozeer zelfs, dat de mogelijkheid van bezinning op hun wezen en functie eraan te kort is gekomen. Met de snelle ontwikkeling van de pers bijvoorbeeld heeft de wetenschappelijke benadering van dit middel ter beoefening van communicatie stellig geen gelijke tred kunnen houden. Dit heeft overigens niet kunnen verhinderen, dat zich allengs iets van een perswetenschap is gaan voordoen. Zulks behoeft niet te verwonderen. Het verschijnsel van de pers is ook wetenschappelijk bezien interessant en vertoont ook overigens onderscheidene aspecten die verdienen te worden gemaakt tot voorwerp van wetenschappelijke studie. Belangrijker echter is, dat binnen de wereld van de pers in al sterker mate de behoefte wordt gevoeld aan steun vanuit de wetenschap. W a n t de pers heeft het in onze tijd in de uitoefening van haar functie niet gemakkelijk. Welke is die functie van de pers? Zij is er om ons te dienen van inlichting, van toelichting en van voorlichting omtrent hetgeen zich rondom ons aan actueels voordoet. En de terreinen die zij daarbij betreedt hebben daartoe in de loop van de tijd ongemene uitbreidingen ondergaan. Maakt dit laatste de situatie al moeilijker, er komt bij, dat de problemen waarvoor de samenleving van vandaag ons plaatst wel bijzonder samengesteld zijn. Niettemin aan de pers de taak om deze problemen voor ons open te leggen, voor ons kenbaar te maken en ons tevens te helpen bij de vorming van een mening. Kan de pers het dus steeds minder stellen zonder de steun van de wetenschap, daarnaast is er het feit, dat er in onze tijd, ook buiten het perswezen in engere zin, velen zijn — en hun getal neemt nog altijd toe — die in hun ambt of beroep te maken hebben met de voorlichting van ons volk. Er is in onze tijd bijkans geen enkel ambt of beroep meer, of er zit een „voorlichtingskant" aan. Voor enkele ambten en beroepen geldt dit wel in bijzondere mate. W e kunnen hier denken aan de publicerende predikant, de medicus, en stellig niet het minst aan wie — in welke vorm ook — een functie in „het openbare leven" ambieert.

Nu mag christelijk Nederland zich gelukkig prijzen, dat de mogelijkheid, de wenselijkheid en de noodzakelijkheid van een beoefening der moderne communicatiemiddelen in christelijke geest en zin ten onzent van stonde aan is ingezien. Men dient eerbied te hebben voor hetgeen ook op dit gebied vanuit een diepe geloofsovertuiging tot stand is gekomen en is gepresteerd. Intussen laat zich ook hier, bij het voortschrijden van de tijd en bij het al ingewikkelder worden van de problemen, de noodzaak van een wetenschappelijke bezinning meer en meer als een dringende behoefte gevoelen. Trouwens het is kenmerkend, zowel voor het vak zelf als voor de stichter van onze Vrije Universiteit, dat dr. Abraham Kuyper reeds in het jaar 1900 gevraagd heeft om het inruimen aan onze Universiteit van een plaats voor het perswezen. Uit het bovenstaande moge overigens blijken, dat de wetenschap van de pers een jonge wetenschap is. W i e zich op haar beoefening toelegt kan zich wanen nog volop aan het pionieren te zijn. Als een padvinder legt zo iemand zich toe op het zoeken naar vormgeving en op het speuren naar begrippen. Er is daarbij echter geen lange ervaring van node om dan tevens vast te stellen dat dit, behalve een zeer nuttige, ook een zeer belangwekkende bezigheid is. Zoals overigens reeds vermoed mocht worden. Gaarne hoop ik dat mettertijd ons perswezen, en in het algemeen heel de voorlichting, ook bij een nog altijd bescheiden beoefening van deze nog zo prille wetenschap gebaat mag zijn. De zaak is het waard. E. Diemer. 2859

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1959

VU-Blad | 104 Pagina's

Vrije Universiteitsblad 1959 - pagina 19

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1959

VU-Blad | 104 Pagina's