Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

Vrije Universiteitsblad 1961 - pagina 3

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Vrije Universiteitsblad 1961 - pagina 3

4 minuten leestijd

DE NATUUR EN DE SCHULD VAN DE MENS De vraag die wij ons in dit artikel stellen, is deze: is er sprake van een relatie tussen de schuld van de mens enerzijds, de natuur die de mens omringt aan de andere kant? Het is voor de beantwoording van deze vraag noodzakelijk, ons eerst rekenschap te geven van de verhouding tussen de natuur en de mens als zodanig. Eerst wanneer we iets zien van dit verband, heeft het zin om nog één stap verder te gaan en ons af te vragen of de natuur alleen maar de stomme getuige is van het grote treurspel der menselijke schuld dan wel een instantie, die op de één of andere wijze bij deze tragedie betrokken is? In de Bijbel vinden wij dat, wat wij „natuur" noemen, terug in de categorie van de schepping. Wanneer wij de geschiedenis van de schepping lezen, valt het ons op, dat de mens tot op zekere hoogte deel uitmaakt van de natuur. God heeft de mens geformeerd uit het stof der aarde, de mens is met duizend banden van fysieke verwantschap verbonden met de natuur om hem heen, de processen van natuurlijk leven gaan niet buiten hem om, in de geheimzinnige samenhangen van de natuur is hij betrokken, ja in zekere zin zou men zelfs kunnen zeggen dat de mens een brok natuur is. Maar dat is volgens de Schrift niet de laatste, beslissende werkelijkheid van het menselijk leven: de Bijbel, die enerzijds ten volle de samenhang tussen mens en natuur erkent, tilt tegelijk de mens op uit die samenhang door hem tot beelddrager Gods te verklaren. De mens staat als schepsel samen met de hem omringende natuur voor God, maar diezelfde mens mag in naam van God heerschappij voeren over de natuur, als representant van de Schepper temidden van de geschapen wereld. Indien het waar zou zijn, dat de mens alleen maar een stuk natuur was en meer niet, dan zou daarmee het spreken over de schuld van de mens volkomen zinloos geworden zijn. Dan zou de eerste broedermoord alleen maar een instinctieve reactie zijn geweest en de oorlog zou dan een uiting van zich telkens weer roerende oerdriften zijn — en zo zou men door kunnen gaan, totdat men de slotsom bereikt had dat er geen sprake is van menselijke schuld. Doch zo kunnen en mogen we niet spreken: de mens is niet een stuk natuur zonder meer, hij is beelddrager Gods en vanuit deze persoonlijke en eigensoortige relatie tot God is hij ook het middelpimt, het integratiecentrum van de geschapen werkelijkheid. Deze relatie dwingt ons, om van „schuld" te spreken: het is de schuld van de mens, dat hij van zijn plaats is gedeserteerd, dat hij zich onttrokken heeft aan de geweldige opdracht, God te representeren in deze geschapen werkelijkheid, dat hij, door te luisteren

naar de stem van hem die het leven onder de macht van de chaos wil brengen, zichzelf heeft laten uitvallen uit de levensgemeenschap met God waarbinnen harmonie en integratie te vinden zijn. De zondeval betekent: de totale ontwrichting van het leven van de mens — maar deze ontwrichting betekent op haar beurt de ontwrichting van de gehele samenhang. De mens leeft niet langer in de wonderlijke harmonie van het paradijs. Hij treedt niet langer op koninklijke wijze tussen de dieren door, hen kennend naar hun aard. Buiten de „muur van het paradijs" wordt een harde, bittere strijd gevoerd, waarin de mens nederlaag op nederlaag lijdt. Het is of de vloek, die neerdaalt op de mens, ook op de aardbodem rust. Wie denkt hier niet aan het aangrijpende woord uit Genesis 3: „omdat gij van den boom gegeten hebt is de aardbodem om uwentwil vervloekt doornen en distelen zal hij u voortbrengen"? Betekent dit, dat door de zondeval de natuur, de geschapen werkelijkheid rondom de mens, in haar wezen veranderd is? We zullen hier uiterst voorzichtig moeten zijn, willen we niet verdwalen in een doolhof van onvruchtbare speculaties binnen wier wanden ons de juiste kijk op de natuur benomen wordt. In ieder geval kunnen we niet zonder meer naast de gevallen mens een gevallen schep3

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Sunday 1 January 1961

VU-Blad | 184 Pagina's

Vrije Universiteitsblad 1961 - pagina 3

Bekijk de hele uitgave van Sunday 1 January 1961

VU-Blad | 184 Pagina's

PDF Bekijken