Vrije Universiteitsblad 1966 - pagina 190
De bovengenoemde bezwaren tegen het oude systeem zijn inderdaad geheel opgeheven en bij verschillende lezers zal nu de vraag rijzen, waarom er toch zo'n drukte is gemaakt over de invoering van het nieuwe systeem en wat nu toch eigenlijk de bezwaren zijn. Het nieuwe systeem is toch niet zo onbillijk? Zijn de normen wel zo streng? Er zijn echter wel degelijk bezwaren. De voornaamste zijn: 1. Het LBO is erg laag. In dit verband dient te worden opgemerkt, dat er twee LBO-schalen zijn, nl. één voor de zgn. continueringsgevallen, d.w.z. voor de studenten, die vóór de cursus '66/'67 reeds een toelage hadden, en één voor de eerste aanvragen, d.w.z. voor degenen die voor '66/'67 voor het eerst een toelage hadden. Voor de continueringsgevallen geldt de schaal, die ook het vorig jaar werd gebruikt en waarvan boven twee voorbeelden worden genoemd. De schaal die voor de eerste aanvragen wordt toegepast, is nog ongunstiger. Bij een belastbaar inkomen tot f 10.000,— is het LBO hier ƒ 7.300,— en bij een belastbaar inkomen van f 23.000,— of hoger is het f 10.625,—. Het is moeilijk precies aan te geven, waarom en in hoeverre het LBO voor beide gevallen laag is, maar als men nl. bedenkt, dat van dit bedrag de ouders hun huishuur, kleding, voeding, brandstof, reparaties in huis, vervanging van meubels e.d. en hun vakantie moeten betalen, dan is het duidelijk, dat dit voor velen een hele opgaaf is. Dit geldt eigenlijk voor alle inkomens. 2. Het nieuwe systeem is zeer onverwachts, vlak voor de zomervakantie, ingevoerd, zodat veel ouders en studenten in onverwachte financiële perikelen verzeild raakten. De laatste jaren werden immers rijksstudietoelagen op vrij royale wijze verleend en het lag dus voor de hand, dat veel ouders op deze vrijgevigheid hun toekomstplannen, die van hun kinderen- en hun levensstandaard hadden gebaseerd. Hun plannen werden plotseling doorkruist en plotseling moesten ze bezuinigen. Ditzelfde geldt uiteraard ook voor de studenten. Vooral in die gevallen, waarin studenten al enkele jaren een hoge toelage hadden, was het begrijpelijk, dat zij zich daarop hadden ingesteld. Een sterke vermindering van de toelage was dan een hele klap. Volledigheidsha^tve moet worden opgemerkt, dat het ook in voorgaande jaren voorkwam, dat iemand door verhoging van het inkomen van zijn vader, veranderde gezinssamenstelling e.d., plotseling een veel lagere toelage kreeg, maar door de strenge financiële normen is dit aantal toegenomen. 3. In het bijzonder achten veel studenten het een bezwaar, dat door de strengere normen de afhankelijkheid van de ouders weer toeneemt. Dit bezwaar is zeker begrijpelijk, omdat bij jongeren in toenemende mate een drang naar zelfstandigheid, vrijheid en onafhankelijkheid valt waar te nemen. Velen wensen, vooral om diverse redenen, niet van ouders afhankelijk te zijn. Het nieuwe systeem gaat tegen deze ontwikkeling in. Het is echter de vraag of deze afhankelijkheid als een .algemeen bezwaar genoemd kan worden. Vooral vrij veel jongere studenten vinden het nog een vanzelfsprekende zaak, dat hun ouders hun studiekosten betalen en dat zij financieel afhankelijk zijn van hun ouders. Er is echter zeker een aantal studenten, voor wie de toenemende afhankelijkheid zeer ongunstig is en een psychische belasting vormt en daar zal men steeds oog voor moeten hebben.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
VU-Blad | 201 Pagina's