Vrije Universiteitsblad 1966 - pagina 109
terrein rakende behoeften en omstandigheden in de ontwikkelingslanden een interessant en boeiend maar ook een kostbaar werk gaat betekenen.
U
begrijpt
dat
in wereldverband
gezien
de V . U . nog andere zeer concrete taken zou moeten vervullen. Ik denk hier aan de vraag hoe in wereldverband nauwere samenwerking zou kunnen worden verkregen met degenen die met de intenties van de Vrije
Universiteit
sympathiseren,
om
de
woorden van de bovengenoemde commissie te citeren en hoe de V r i j e Universiteit haar invloed in deze kring kan uitbreiden en intensiveren, bijvoorbeeld Australië voorbeeld
en
Zuid-Afrika,
in Montpellier
in
maar
Canada, ook
bij-
in Frankrijk
of
in Göttingen of Edinburgh. Een christelijk antwoord op de grote w e reldproblemen, politiek en maatschappelijk, is uitermate actueel. En dan denk ik aan het vraagstuk arme —
rijke landen, het
rassenvraagstuk, het gebruik van de kernbom, de verhoudingen
tussen staten
en
blokken.
In de saambindingC?) met hen die over de wereld het evangelie van Christus
belij-
Deze foto van de heer P. Faber, Hoofd van de afdeling Organisatie der Vereniging, is gemaakt direct na afloop van de V.U.-dag. De heer Faber denkt —• dat is duidelijk — met genoegen aan de Vlissingse V.U.-dag, aan de voorbereidingen waarvan hij zoveel heeft gedaan, terug. Overigens.... de redactie riskeert een standje van de heer Faber nu zij tijdens zijn vakantie door een plaatje van hem in het V.U.-blad te zetten, van haar bijzondere waardering blijk wil geven.
den kan onze universiteit belangrijk werk verrichten. Het aantrekken van studenten uit deze gebieden zou m.i. wèl een effectief middel zijn om de gedachte van de
Praatje in de koffiepauze. Links de heer 1. Bosselaar uit Aagtekerke, een geziene figuur in de V.U.-organisatie.
V . U . in wereldverband te propageren. U kent allen het Franse s p r e e k w o o r d : ,,Oui trop teveel
embrasse opeens
mal wil
étreint",
d.w.z.
verstouwen,
wie
verteert
slecht. Dit geldt o o k v o o r een internationaal
actieprogramma
van
onze
universi-
teit. Persoonlijk
zou
te stellen
allereerst
ik
geneigd onze
zijn
u
voor
gezamenlijke
aandacht te richten op het probleem der ontwikkelingslanden. Aldaar
is het
eerst
onze hulp nodig binnen het kader van de taak die de gehele Westerse wereld vervullen
heeft teneinde de brede
te
kloof
materieel en geestelijk tussen rijk en arm, ontwikkeld en onontwikkeld, te overbruggen. Onze universiteit kan deze taak alleen vervullen met uw hulp. Daarop doe ik dan o o k v o o r de komende jaren een verantwoord beroep".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
VU-Blad | 201 Pagina's