Vrije Universiteitsblad 1966 - pagina 165
de academische
jeugd
haar taak
aan
de oude
klasse-strijders
en
aan de over-moderne psycho-analytici schijnt te hebben ontleend. Ik keer terug naar de doeltreffendheid van het wetenschappelijk onderwijs in verband met de grote getallen. Is de klacht
gerechtvaardigd
dat men in het slop geraakt door uitsluitend maarschalken te willen opleiden, terwijl er aan korporaals grote behoefte bestaat. De universiteit geldt ook vandaag bij velen als een plaats van wetenschapsbeoefening en van toerusting daartoe. In de middeleeuwen echter boden de hogescholen reeds een weinig verbijzonderde vakopleiding: theologen, priesters, notarissen en medici werden afgeleverd. Destijds vormden academici weliswaar een ,,geleerdenstaat", maar ook toen gaven zij niet allen zich aan de beoefening der wetenschap hoewel zij gemakkelijker dan tegenwoordig met het vervullen van een praktische werkkring te verenigen viel. Thans hollen de meeste afgestudeerde theologen amechtig een gemeente achterna en
zetten
omdat
anderen,
die
hiertoe
eerder
doch het erbij lieten liggen, bejaardencentra
aangewezen
waren,
op poten. D e . juristen
procederen eerst pro Deo en later voor zichzelf of ook: ze
kiezen
een ambtenaarlijke loopbaan met eindeloze mappen en bataljons bureaukrachten. Niet zo v e e l - d o k t e r s wijden zich aan wetenschappelijk onderzoek. W i e nagaat wat de bestemming is van economen, studenten
in de
letteren
of
in de wis- en natuurkunde
ziet
hetzelfde.
Enkel een smaldeel zet de studiƫn voort. Een dergelijke situatie dwingt er als het ware toe de
uiteenlopende
bestemming ook in de studiegang tot uitdrukking te brengen. Theoretisch IS denkbaar een vakopleiding in een dusgenaamd geleerdenonderricht. Deze oplossing wordt door het bezwaar gedrukt van de reeds gebleken moeilijkheden bij de selectie. Ook wekt zij de indruk van een zekere aanmatiging. Als ten overvloede dreigt een geestelijk droogleggen van het academisch beroepsonderwijs
alsof dit los van
grotere samenhangen en diepere onderzoekingen zou kunnen plaatsvinden.
Daarom
verdient
de voorkeur
een
gelede
opleiding
in
de
faculteiten of studierichtingen, waarbij zij gelet op de feiten wenselijk is en wel aldus dat eerst geboden wordt wat v o o r de
uitoefening
der verschillende beroepen naar redelijke maatstaven nodig is. Daarna V.U.-directeur ir. C. A. Doets f/inks op de rug gezien) begroet minister Diepenliorst
kunnen zij, bij wie zowel een uitgesproken als
ook
blijvende
gelegenheid recht
niet
wetenschappelijke
wetenschappelijke
belangstelling
krijgen verder te studeren. Hierbij in oppervlakkigheid
te vervallen.
openbaar
behoeft
Evenmin
het
is
aard werd,
studie-
het
nood-
zakelijk dat een voortgezette studie wereldvreemd w e r k t " . De minister voegde er aan toe: ..leder voorstel reeds tot verandering in het academische bestel lokt stormen verontwaardiging uit. Tegen hetgeen ik bepleit kunnen gegronde bezwaren worden ingebracht. Echter doorslaggevend is dat de 90.000 tot 94.000 studenten van 1970, de 130.000 tot 150.000 van 1980 een geestelijk en een materieel academisch onderdak dienen te vinden."
a -PT -k W e geven ook het slot van de rede van minister Diepenhorst ,,Het merendeel van wat ik betoogde raakt niet de Vrije in het bijzonder. Toch zou zij verkeerd doen, juist
nu zij een
ook van nieuwe bloei beleeft, niet met de huidige op haar mende
vragen
te
worstelen.
Wetenschapsbeoefening,
zowel als simpeler wetenschappelijk
verantwoorde
door:
Universiteit
en
tijd
aanstorbeperkter
vakopleiding
be-
horen tot de glanszijden van het leven. Aan velen is het in universiteitsverband
bezig
zijn,
niet
veroorloofd.
Voorrechten
houden
in
ver-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
VU-Blad | 201 Pagina's