Vrije Universiteitsblad 1966 - pagina 184
vergadering was het minder gewenst al te zeer op vragen van geloof en levensbeschouwing in te gaan Veel christelijke onderwijzers verlieten aan 't eind van de vergadering nog wat ontevreden namopperend de zaal. Zo was het dus in 't begin van de dertiger jaren. Er is anno 1966 in dit opzicht blijkbaar niet zo heel veel veranderd
Spraak en tegenspraak Men kan persé niet zeggen, dat het om de thans ontslapen geleerde zo langzamerhand rustig is geworden. De akten betreffende zijn oeuvre zijn nog lang niet gesloten. Dit zou hierom al niet kunnen, omdat Waterink, die in een vruchtbaar leven een gehele pedagogische bibliotheek bij elkaar schreef, absoluut nog geen plan had ,,ermee op te houden". In zijn in 1963 verschenen studie over ,,De wet van God in de opvoeding", kondigt hij zelfs nog ,,een reeks (!) van pedagogische monografieën" aan, bij welke aankondiging natuurlijk het ,,sub conditione Jacobi" ^) niet ontbreekt. Er stond dus nog heel veel op Waterinks program; en als deze beloofde reeks monografieën voltooid zou zijn, dan zouden deze deeltjes tezamen de titel dragen ,,De praktijk der opvoeding", in aansluiting op ,,De theorie der opvoeding", een werk dat in de 2e druk 626 pagina's telt. Men kan ook moeilijk staande houden, dat Waterink wel schrijft, maar dat.de lezers óf schaars zijn óf ontbreken. Zijn studie over ,,De schooljaren onzer kinderen" wordt met de regelmaat van de klok herdrukt; ,,Aan moeders hand tot Jezus" moest al meer dan twintig keer op de Nederlandse pers gelegd worden, terwijl er bovendien vertalingen verschenen in 't duits, engels, zuidafrikaens en de bahasa-indonesia; in deze laatste taal verscheen eveneens het genoemde ,,De schooljaren "; de ,,Basic concepts in christian pedagogy" werd in Amerika uitgegeven en is in 't Japans vertaald; ,,Puberteit" verscheen in Japan, Zuid-Afrika en Amerika; in Nederland wordt deze studie nog steeds herdrukt; binnenkort zullen enkele van Waterinks werken door vertalingen hun weg vinden naar de Scandinavische landen. De akten over Waterinks werk kunnen dus nog niet gesloten worden. Nog onlangs kon men in Het Schoolblad, het orgaan van het openbaar onderwijs, lezen, dat ,,De wet van God in de opvoeding", ,,een meesterstukje is van pedagogisch denken". Daar staat tegenover, dat het mij (helaas!) heel weinig moeite zou kosten oordelen aan te halen, waarin Waterinks werk in feite van de eerste tot de laatste letter vernietigd wordt: het ware voor de Nederlandse pedagogiek beter, dat Waterink — als pedagoog en didacticus — nooit geboren ware geweest Zo heeft Waterinks oeuvre door de jaren heen spraak en tegenspraak verwekt, lof en blaam, bewondering en verguizing. Zou de — voorlopige en voorzichtige — conclusie daarom niet gerechtvaardigd zijn, dat de auteur, hoe men hem ook benadert en beoordeelt, op z'n minst iets te zeggen heeft gehad?
Eenheid Wie het oeuvre van Waterink enigszins kan overzien, zal getroffen worden door de eenheid van denken. Vanaf het moment dat hij als extra-ordinarius optrad aan de Vrije Universiteit — dat was in 1926
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
VU-Blad | 201 Pagina's