Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Vrije Universiteitsblad 1966 - pagina 52

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vrije Universiteitsblad 1966 - pagina 52

4 minuten leestijd

gen, die elk hun beslissing nemen over wat, hoe en waar zij zullen produceren, grijpt de overheid in. Zij doet dat zachtkens en indirect, de produktie beïnvloedend, zij doet het ook krachtig en direct de voortbrenging sturend. Eén van die velden waar de overheid, ook de Nederlandse, zich niet onbetuigd laat, is het vervoer. Zij produceert zelf, bijv. doordat zij vervoerondernemingen opricht en doordat zij autowegen, kanalen en vliegvelden bouwt en die ter beschikking van anderen stelt en zij beïnvloedt de produktie van anderen, door bijv. regels te stellen aan de prijsvorming en aan de produktiecapaciteit. De vervoerseconomie kan voor het overheidsbeleid dienstig zijn door aan de overheid in de eerste plaats de resultaten van haar waarnemingen ter beschikking te stellen en daarbij te voegen de vruchten van haar onderzoek naar de oorzakelijke verbanden tussen de waargenomen verschijnselen. Zij kan ook in andere zin bijdragen tot een doelmatig overheidsbeleid. Zij kan de overheid vragen: stoelen uw beslissingen om iets te doen of iets na te laten op een voldoende en juiste kennis van het terrein, dat u betreedt? Voorts kan zij bijdragen tot een doelmatig overheidsbeleid door de overheid te adviseren: als u dat en dat doel ten volle wilt bereiken dan moet u niet tevens een ander doel najagen, want de beide doeleinden zijn tegenstrijdig. Even belangrijk is, dat de vervoerseconomie aangeeft: als u dat en dat doel met de minste offers wilt bereiken, moet u dit instrument wel en dat werktuig niet gebruiken, m.a.w. zij kan

aangeven waar en waarmede de overheid het produktieproces doelmatig kan beïnvloeden. Een belangrijk probleem in dit kader vormen op het ogenblik de investeringen, die de overheid ten behoeve van de ontwikkeling van het verkeer moet maken. De middelen daartoe zijn niet onbeperkt en alle vervoerstakken vragen min of meer om uitbreiding van hun infrastructuur. Welke priorteiten moeten daarin worden gesteld, bijv. opdat de nationale huishouding met de te brengen offers een zo groot mogelijk nut verkrijgt of opdat de ruimtelijke ordening effectief kan werken? En even belangrijke vraag: moet de overheid prijzen vragen voor het gebruik van die infrastructuur en zo ja, welk systeem moet zij daarbij volgen en hoe hoog moeten zij zijn? Een ander urgent probleem, zowel nationaal als internationaal, is het vraagstuk van de regeling van de produktie der vervoerdiensten door de ververvoersondernemingen en door de eigen vervoerders. Kan men die geheel vrij laten, ook als er verschillend zware verplichtingen door de overheid op de vervoerondernemingen moeten worden gelegd? En zo niet, welke middelen moet men dan gebruiken: moet men de produktiecapaciteit beïnvloeden, moet men c.q. de prijzen sturen, moet men compensaties verlenen? Hiermede zijn enkele problemen aangegeven, die de vervoerseconomie tot haar werkterrein mag rekenen. Zij zijn van voldoende gewicht om zich daaraan met veel aandacht tot heil van onze samenleving te geven. J. P. B. Tissot van Patot.

L W. van Sintemaartensdijk (veertig jaar pedel) is „géén losse klant" Omdat ik in Den Haag, waar ik een bespreking had, een trein eerder naar Amsterdam kon halen dan m'n plan was, bedacht ik dat ik op weg naar huis wel even langs het V.U.-bureau aan de Tesselschadestraat kon gaan om een afspraak met pedel L. W. Van Sintemaartensdijk te maken; 'k kwam er tóch langs. Ik wilde juist de receptioniste vragen of hij er was

(het was namelijk ,,tussen de middag"), toen ik hem in de gang zag lopen. ,,We moeten eens praten in verband met uw jubileum", zei ik, ,,wanneer kan dat?" ,,Laten we 't dan maar meteen doen," besliste de heer Van Sintemaartensdijk rap, ,,dan zijn we er allebei af, nietwaar?" Ik vond het prima, maar: ,,ls dit niet uw

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966

VU-Blad | 201 Pagina's

Vrije Universiteitsblad 1966 - pagina 52

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966

VU-Blad | 201 Pagina's