Vrije Universiteitsblad 1966 - pagina 167
De maatschappij wil grote aantallen, wetenschappelijk opgeleide specialisten zo jong mogelijk ter beschikking hebben. De universiteit kan dit, gezien haar structuur, die nog altijd op het geheel en de samenhang van de wetenschappen gericht is, niet ,,leveren" zonder
zeer
kostbaar te worden. De terugkoppeling
tussen
maatschappij
en
universiteit
is
blijkbaar
r'iet in fase. Onze maatschappij w o r d t meegevoerd door de stroom van de efficiënte productie, die zoveel verschaft wat iedereen snel wil hebben, dat de eis van de efficiënte productie van zoveel mogelijk wetenschappelijke specialisten om haar welvaart in stand te houden èn te vermeerderen, ook aan de universiteit gesteld wordt. De universiteit verdedigt zich uit een
egelstelling.
De voorpost-gevechten
zijn
aan
de gang:
numerus fixus en de studietoelagen. Maar als er, zoals het berekent
in
1980
130.000
studenten
zullen
zijn,
moet
de
C.B.S.
onderzocht
worden wat de toekomstige structuur van de universiteit zal kunnen zijn. Als w e onderstellen dat in de eerstvolgende 15 jaren de bestaande groeisnelheden v o o r totale bevolking, aantal studenten en de kosten van het wetenschappelijk onderwijs zich voortzetten, zouden om het aantal
studenten
van
1980 te
laten
studeren,
de
kosten
minstens
vier maal zo hoog moeten worden. Dit afgezien van de daling van de gemiddelde begaafdheid van de student en het aandeel van de industrie in de fundamentele research. Of dit kan hangt van politieke, sociale
en
economische
ontwikkelingen
af.
De
bestaande
tendens
in deze sector van onze maatschappij doet vermoeden, dat men zich te weinig realiseert in w e l k een sterke mate onze welvaart afhankelijk is niet alleen van de specialisten maar van degenen die de w e t e n schap verder
brengen
en tegelijk
de jonge
toekomstige
geleerden
opleiden. Als
men
de
nu reeds
gestelde
efficiënte-eisen
ontstaat er een vierjarige vakschool-opleiding
tot
noch studenten noch hoogleraren die wetenschap bedrijven,
de
nodige
efficiëntie
en
vrijheid
wetenschappelijk
speelruimte worden
onderwijs
laat.
ze
elkaar
In
1980
doortrekt
voor specialisten,
het
vermangeld, wederzijds
zoeken
polaire tenzij
of
veld
tussen
vakschool
kunnen
die
willen
blijven
en be-
vruchten. Dit is alleen mogelijk als de studie zelf, de selectie van de studenten en hoogleraren naar hun bekwaamheid en alles wat verder aan een universiteit
met keuze, dus
met vrijheid te maken heeft,
gedragen
w o r d t door dienende verantwoordelijkheid. *
it
^
De rector magnificus, prof. mr. W. F. de Gaay Fortman, vertolkte de gevoelens van de universiteit bij deze feestelijke gebeurtenis in haar leven. Hij sprak als volgt: ,,Wanneer wij de situatie in ruimtelijk opzicht, waarin wij thans verkeren, vergelijken
met
die van
een jaar
geleden, dan
kan
maar sprake zijn van verwonderde dankbaarheid. W i j zijn v o o r ziekenhuis het
provisorium,
en laboratoria, wij zijn waardoor
ook
een
niet minder
aantal
alleen
dankbaar
dankbaar
bestuurlijke
voor
problemen
eenvoudiger zijn geworden. Onze dankbaarheid strekt zich uit tot allen die hun kracht en vernuft aan de totstandkoming van deze gebouwen hebben gegeven. In het bijzonder noem ik het College van teuren, dat jarenlang volhardend voortgeploegd
heeft.
Direc-
Ik noem
ook
hen, die daadwerkelijk g e b o u w d hebben en die zullen blijven bouwen. Toen ik vrijdagavond 30 september, de dag v o o r onze academiedag. 7
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
VU-Blad | 201 Pagina's