Vrije Universiteitsblad 1966 - pagina 164
in de wereld van vandaag te kunnen vervullen. In zijn rede heeft minister Diepenhorst zich beziggehouden met de doeltreffendheid van het wetenschappelijk onderwijs vanuit het gezichtspunt van de inrichtingen en de taakverdeling, en hij deed dit tegen déze achtergrond: „Wat Nederland voor 65.000 studenten bezwaarlijk betalen kan, vermag het straks voor dubbele, naderhand voor driedubbele getallen met behoud van de tot dusver gebruikelijke academische methoden en voorzieningen niet te financieren". Met andere woorden, die gebruikelijke academische methoden en voorzieningen zullen aan een herziening onderworpen dienen te worden. In dit verband bepleitte minister Diepenhorst twee dingen: een studieverdeling over de universiteiten en hogescholen en: een gelede opleiding in de faculteiten of studierichtingen. We geven hier weer wat de minister pver deze zaken zei: ,,Het wordt onontkoombaar een studieverdeling over de verschillende universiteiten en hogescholen te bevorderen. Kan in de niet zo kostbare faculteiten wel groter vrijheid worden gegund, bij peperdure laboratoria, bij even hoge financiële eisen stellende instrumentaria is het onmogelijk. Reeds moet men bedacht zijn op internationale, Europese samenwerking. Tegelijk beklemt de vraag of de universiteit haar eenheid op enigerlei wijze kan bewaren, in hoeverre zij zich weet te verweren tegen de haar vanuit de maatschappij bereikende slagzin: Wij vragen, u doceert. Sommigen menen dat deze eenheid reeds verloren is en spreken van de multiversiteit of nog pijnlijker van de wetenschapsautomatiek, welke tegen betaling alles levert. Aan het in onderling overleg .kiezen van studievelden en het zich daarbij voorzien van de aanneembare hulpmiddelen kunnen de bijzondere universiteiten zich niet onttrekken. Zij hebben recht op een gelijkwaardige ontwikkeling. Zij mogen zich bovendien daarop beroepen dat een gekozen principiële grondslag hen soms dwingt van een puur doelmatig verdeeld schema af te wijken, hetgeen door andersdenkenden, hetgeen ook door de overheid behoort te worden gehonoreerd. Dat alleen theologie, filosofie, alsmede de encyclopedie der afzonderlijke wetenschappen een fundamenteel karakter zouden dragen, is dwaasheid. Hier dient met kracht de voor de ganse wetenschap betekenis hebbende beginsel-keuze van het bijzonder wetenschappelijk onderwijs dat zich aan een levens- en wereldbeschouwing bond, te worden gehandhaafd. Maar geen in enigerlei zin confessionele universiteit moet de houding aannemen of zij alleen op de wereld zou zijn. Dwaasheid vormt dat de overheid op wetenschappelijk gebied niet de tering naar de nering zou mogen zetten. Dat het op deugdelijke gronden — gebrek aan geld, ruimte-schaarste, afwezige maatschappelijke behoefte — afkondigen van een numerus clausus geoorloofd is voor een bepaalde studie, lijdt niet de minste twijfel. De argumentatie dat aldus van staatswege de geestelijke vrijheid zou worden aangetast is te dol om los te lopen. Zelfs met het beperkte bezwaar van aantasting der studievrijheid moet iemand voorzichtig zijn. Een pikante bijzonderheid is in dit verband dat studenten die bij een tijdelijke numerus clausus voor medische eerstejaars letterlijk moord en brand schreeuwden, omdat zij zich beknot gevoelden, met niet minder furore te zelfder tijd voor studieloon ijverden, wat nog een heel andere afhankelijkheid met zich brengt. Is het geheel zonder betekenis dat
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1966
VU-Blad | 201 Pagina's