Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1980 - pagina 18

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1980 - pagina 18

4 minuten leestijd

i ^ niagame 16

Wetenschap tussen twee polen Proefechrift over wetenschapsbeleid

Is wetenschap een kultuurgoed, dat de staat gebruikt als instrument ter verheffing van allen, of staat wetenschap in dienst van ekonomische groei en welvaart? Zeer kort samengevat zijn dit de twee polen, waartussen de wetenschap in de naoorlogse periode heen en weer gesUngerd werd, onder verschillende omstandigheden en in verschillende gedaanten. De moeilijkste vraag hierbij is, hoe je vooruit moet kijken en plannen, met andere woorden: hoe stel je een wetenschapsbeleid op? Frits Henry Braakman heeft dergelijke vragen behandeld in zijn onlangs verschenen proefschrift,, The making af a science policy." Eind 1974 studeerde hij af in sociaal-ekonomische geschiedenis. Kort daarop werd hem vanuit Zweden gevraagd een rapport te schrijven over Nederlands wetenschapsbeleid, geplaatst in een Westeuropees kader. Dat wetenschapsbeleid bestond voor december 1974 (verschijning nota-Trip, een inventarisatie van de huidige struktuur van de wetenschap en twee kernpunten voor een toekomstig beleid, nl. demokratisering en prioriteiten in de samenleving) overigens nog nauwelijks. Veel meer dan een reeks ad hoc beslissingen was het niet.

Van ,,aktier' tot ,,positief' In de naoorlogse periode onderscheidt dr Brookman drie fasen. De eerste, de ,,kultuurpolitieke"" fase duurde van 1945-46 en speelde zich af onder het ministerschap van Van der Leeuw. Door het zich gezamenlijk verzetten tegen de Duitse vijand was tijdens de oorlog een interaktie tussen de verschillende zuilen ontstaan, die de verzuiling enigszins doorbrak en leidde tot de idee van een gestuurde, aktieve kultuurpolitiek. Deze gedachte vond zijn weerslag in het beleid van Van der Leeuw. Hij onderkende drie blijvende waarden in de Nederlandse kuituur:

christendom, humanisme en nationale saamhorigheid. Uit deze drie elementen wilde hij een aktieve interaktie opbouwen tussen de zuilen, die zou moeten leiden tot de opbloei van één kuituur, één wetenschap. Dit beleid ondervond veel weerstand: in 1946 bleek het elektoraat toch weer te kiezen voorde verzuiling. De itrm,,aktieve" kultuurpolitiek werd afgezwakt tot ,,positieve'' kultuurpolitiek.

Dr. Frits Henry Brookman

Van ,,know-how" tot ,,know-why" Tot 1963 hield men zich alleen bezig met de strukturen waarin en de voorwaarden waaronder wetenschap en kuituur moeten plaatsvinden (de tweede fase). Vanaf 1963 werd door de OESO de gedachte gepropageerd dat ekonomische groei en welvaart het kader vormen voor de wetenschap. Langzaamaan treedt daarna, onder invloed van de studentenbeweging een verschuiving: op van ,,know-how" naar ,,know-why:" de vraag wat je doet met je wetenschappelijke kennis, hoe je je verantwoordelijkheid beleeft tegenover de maatschappij. Kortom, een gedeeltelijk teruggrijpen op de fase- Van der Leeuw. Ook onder druk van de derdewereldlanden is er vandaag de dag een vragen naar dit ,,know-why": zo vroegen op het onlangs in Boston gehouden congres over Geloof en Wetenschap de jongeren uit die landen telkens weer naar de

innerlijke struktuur van de westerse kennis, in plaats van overdracht van feitelijke kennis. Maar alles wat op dit gebied gebeurt, berust nog op persoonlijke initiatieven, dus vrij ongestruktureerd. In de komende jaren zal de vraag hoe de staat hieraan vorm kan geven, een belangrijke rol gaan spelen.

De VU is ideaal Dr Brookman denkt dat de Brede Maatschappelijk Diskussie over kernenergie een goed kader kan bieden waarin levensbeschouwelijke aspekten van wetenschap aan bod komen. Juist vanwege die levensbeschouwelijke bezinning heeft min. Van der Leeuw de VU altijd hogelijk gewaardeerd. Voor hem was de VU een ideale plaats voor de wetenschapsbeoefening. Al was het dan een ,,zuir', het was wel een universiteit die van meetaf drong tot levensbeschouwing. Op internationaal terrein zou de UNESCO het aangewezen kader vormen voor een levensbeschouwelijke bezinning, veel meer dan de OESO, die uit een club van rijke landen bestaat.

Prestige en competentie Overigens zal het opstellen van een wetenschapsbeleid altijd ingewikkeld blijven: op politiek terrein is er vaak een competentiestrijd tussen de verschillende departementen. Die wordt nog eens vermenigvuldigd met een zelfde soort strijd tussen de verschillende disciplines op de universiteiten. Bovendien verwijt Brookman de makers van wetenschapsbeleid een vaak a-historische wijze van denken. Problemen worden ad hoc beschouwd, in feite wordt er alleen aan symptoombestrijding gedaan. En dat kan funest zijn: het ontbreken van een gestruktueerde bezinning op de wetenschap kan een kans geven aan ongewenste machtsstrevingen, bijv. nationale prestige drang. (FST) •

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

VU-Magazine | 514 Pagina's

VU Magazine 1980 - pagina 18

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

VU-Magazine | 514 Pagina's