VU Magazine 1980 - pagina 257
Wl madame 35
Een hardnekkige legende over puritanisme en kapitalisme De kritische overpeinzingen van Dr Roelf Haan in VU-Magazine bieden telkens weer stof tot nadenken. Ze dwingen tot een positiebepaling ten opzichte van heersende westerse waardesystemen. In het nummer van april 1980 plaatst Dr Haan enkele kanttekeningen bij het merkwaardige verschijnsel dat er christenen zijn voor wie kapitalisme en christendom in de praktijk op hetzelfde neerkomen. Ik vind dat even vreemd als hij. Als echter Dr Haan dit verschijnsel historisch probeert te verklaren ben ik minder content. Ik zou daar geen uiting aan geven als niet voor de zoveelste maal een christelijke stroming uit het verleden, het puritanisme, onrecht werd aangedaan. Dr Haan stelt het zo voor dat het winststreven (door hem negatief gewaardeerd) in de Middeleeuwen als een doodzonde werd beschouwd, in het zestiende-eeuwse protestantse Engeland nog geldzucht werd genoemd, maar in de zeventiende en achttiende eeuw mede onder invloed van het puritanisme als een Gode welgevallige levenshouding werd gezien. Dit zou helemaal in strijd zijn met Mattheüs 6 : 28: ,,Let op de leliën des velds, hoe zij groeien: zij arbeiden niet en spinnen n i e t . . . " Deze tekst zou het bijbels mensbeeld weergeven, terwijl de puriteinse ds Richard Baxter het beeld van de homo economicus, die het als rationeel beschouwt maximale winst te maken, als ideaal tekent. Dat zou dan een voorbeeld zijn van het streven economie van Openbaring los te maken en het kapitalisme religieus te legitimeren. Aldus, samengevat, Haan's beschouwing.
Onjuist Welnu, op enkele details na is dit óf historisch onjuist öf een onjuiste beoordeling van historische gegevens. Ik noem als eerste dat ds Baxter zich zou kunnen beroepen op Lucas 16 : 1-9. de gelijkenis van de onrechtvaardige rentmeester (in het Grieks: econoom), die onrechtvaardig
voorgeschreven. De jonge kerk vertegenwoordigde typisch een stadsreligie en werd gevormd door slaven, handwerkslieden en kleine zelfstandigen. Hard werken en sober leven was voor hen het parool, zoals ook de apostel hun voorhield in 2 Thessalonicenzen 3 : 7-12, met o.a. de beroemde woorden ,,wil iemand niet werken, dan zal hij ook niet eten", die in de verminkte versie ,,wie niet werkt zal ook niet eten" in de marxistisch-leninistische filosofie zijn terechtgekomen om het recht op arbeid tot een plicht te maken. Voor de jonge kerk was niet de economie als zodanig een probleem, alleen de geldzucht en het bezit.
Middeleeuwen
door dr. G. Manenschijn is omdat hij het bezit van zijn meester slecht beheert en tenslotte geprezen wordt omdat hij uit een failliete situatie een maximale opbrengst weet te halen. Ik wil daarmee niet beweren dat ds Baxter gelv^Wiad, wèl datje heel zorgvuldig te werk moet gaan als je je op de Bijbel beroept. Dat geldt zeker voor Mattheüs 6 : 25-34, het gedeelte waaruit Haan citeert. Het is een pericoop met vermaningen niet bezorgd te zijn over het dagelijks levensonderhoud. Nu is de uitleg van dit gedeelte veel minder eenvoudig dan de simpele bewoordingen doen vermoeden. Wie worden er aangesproken, wat is de sociaal-economische en politieke achtergrond? Tegenwoordig denkt men wel aan dagloners die in hun strijd om het bestaansminimum te horen krijgen dat God aan hun zijde staat, maar dit is nog allerminst zeker. Erg onwaarschijnlijk is in ieder geval dat hier een economische gedragsregel wordt
Hoe zit het met de Middeleeuwen? Het is waar dat in de Middeleeuwen de handelsman volgens een oude filosofische traditie in hoge mate verdacht was. Geldhandel was iets smerigs. Vandaar het beroemde (beruchte?) middeleeuwse verbod rente te nemen. Maar wat was de praktijk? Natuurlijk was er een levendig geldverkeer en natuurlijk werd er rente (vaak tegen woekerpercentages) geheven. Maar dat liep via mensen die buiten de gemeenschap stonden en als vreemdeling werden beschouwd: de Joden. Omdat geld schieten als iets a-sociaais werd gezien moest de geldschieter buiten de gemeenschap staan. Een nogal hypocriete situatie.
Puriteinen Dan de puriteinen! Als zij op het toneel verschijnen is het renteverbod al lang opgeheven en wordt de handelsman niet meer als een minderwaardige beschouwd. De puriteinen zouden volgens Haan winstbejag zelfs positief hebben gewaardeerd. Met deze bewering poetst hij een uit de twintigerjaren stammende en allang weerlegde hypothese van Tawney op dat er een specifiek verband is tussen puritanisme en kapitalisme. Welk verband is bij Tawney niet helemaal duidelijk, maar
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
VU-Magazine | 514 Pagina's