VU Magazine 1980 - pagina 24
Wl magazine 22 die als „piraten" vanuit zee opereerden, kropen morrend in de wettelijk voorgeschreven gedaante van organisatie zonder winstoogmerken, alvorens in Hilversum te worden toegelaten maar hun geboorte konden ze moeilijk verloochenen. De juridische afdelingen van deze omroepen zijn niet de minst inventieve. Hun programmatische invloed kreeg de naam „vertrossing". En suf piekeren zich velen hoe de geruisloze vercommercialisering van de Nederlandse omroep thans tegen te gaan, met name voor wat betreft de televisie. Mogen we slechts de helft geloven van wat aan het licht werd gebracht door kritische jounalisten, dan heeft het kwaad van commerciële exploitatie van het publiek zich uitgestrekt tot vrijwel alle omroepen, de een wat meer, de ander wat minder. Indirect is er nog heel wat mogelijk, zonder dat een conflict met de omroepwet duidelijk kan worden vastgesteld. De sfeer in Hilversum wordt misschien nog het best getypeerd met de vaststelling dat geen van de omroepen zich ooit met een klacht over 'n andere omroep tot de Regeringscommissaris heeft gewend. Vreest iedereen boter op z'n hoofd te hebben?
Teleurstelling Teleurstelling kan men waarnemen bij hen die indertijd grote verwachtingen hebben gekoesterd van de totstandkoming van de Omroepwet. Het is een mythe dat deze min of meer zou zijn ontworpen door „Hilversum". Was dit het geval, dan had zich stellig een scherpere gedragscode (met bijbehorende onderlinge controle) ontwikkeld conform de opvattingen waarop de Omroepwet is gebaseerd. Vormgevers aan de Omroepwet zijn veeleer geweest, zoals het ook behoort, de politieke partijen. En daar- minder dan in Hilversum kan men dan ook de grootste ongerustheid bespeuren over een voortwoekerende vercommercialisering. De belangrijkste teleurstelling is, dat in meer of mindere mate {VPRO en EO uitgezonderd) vrijwel alle omroepen beleidvoeren volgens het commerciële model: hoe trek ik de meeste kijkers. Bij gebrek aan visie lijkt het streven erop gericht te zijn zoveel mogelijk Nederlanders tot kijken te bewegen, waarnaar schijnt er steeds minder toe te doen. Weliswaar zijn ze - in tegenstelling tot commercieel geëxploiteerde omroepen - niet in hun be-
staan afhankelijk van kijkdichtheden, maar de mate waarin een programma geacht wordt succes te hebben gehad, wordt vooral daarnaar afgemeten. Vandaar dat de verschillen tussen de omroepen steeds meer vervagen. Krampachtig doet de poging aan om met merkbeelden als sprekende hanen, (VARA), glas-inlood-motieven (KRO) en beelden van een ooit uit vrijwillige bijdragen gefinancierd studio-gebouw (NCRV) iets van eigen identiteit te tonen. Uit veel van de programma's kan de kijker moeilijk meer opmaken welke omroep bezig is. Niet zo verwonderlijk. Wanneer Nederland bediend werd uit één centrale keuken, waarvan het menu bepaald werd bij meerderheid van stemmen, zou elke Nederlander dagelijks dezelfde kost voorgeschoteld krijgen. Deze pseudo-democratische wetmatigheid doet zich voor in de omroep, althans voor wat betreft de televisie. Programmering volgens kijkcijferssuccessen voert tot vervlakking en massale verveling. Tien jaren Omroepwet hebben niet de vruchten opgeleverd die deze moeizaam bevochten regeling van de omroep scheen te beloven. Voor wat de betreft de televisie kwam in de jaren zeventig niet de verbeelding aan de macht, maar de boekhouder, die curves van kijkcijfers tekende, omdat hij zich geen ander doel van het bedrijven van televisie kon voorstellen, dan het zoveel mogelijk Nederlanders afhouden van andere, wellicht nuttiger bezigheden. Steeds machtiger lijkt het domme kijkcijfer te worden. En hoewel het nog aanzienlijk erger kan, vraagt menigeen zich al af waarom nog een commerciële omroep geweerd moet worden, die ook programmeert met een aan het kasboek ontleende cultuurvisie. Wie het zo stelt, heeft kennelijk niet in de gaten hoeveel waardevolle elementen er nog weggespoeld kunnen worden uit de Nederlandse omroep bij een voortgaand proces van „vertrossing". Henk Suèr, hoofd informatieve programma's van de NOS, maakt zich weinig illusies. „Commercieelprogrammeren in concurentie met een Nederlands stelsel dat zelf al commercieel programmeert om de leden vast te houden, betekent alle sluizen open zetten voor Vader Abraham en Amerikaanse misdaadseries, voor nog meer sportevenementen en manifestaties van domheid en vooroordeel." (De Tijd, 7 dec. '79) Zijn verwachting over wat zal gaan gebeuren loopt weinig uiteen met die van de Amsterdamse
•mn.t.'M ^^^^1 /
j | '
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
VU-Magazine | 514 Pagina's