Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1980 - pagina 147

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1980 - pagina 147

3 minuten leestijd

yü magazine 13

Boekfragment uit Haagse Machten' De wet selectieve investeringsregeling Met het oog op de kabinetsformatie van 1971 stelde de ambtelijke Centrale Economische Commissie ten aanzien van het Westen van ons land een selectief beleid voor, aan te vatten bij de investeringen in bedrijfsgebouwen. Via de kabinetsinformateur, prof. Steenkamp, en met instemming van de fraktievoorzitters van KVP, ARP, CHU, VVD en DS 7 0 belandde deze doelstelling in het regeerakkoord dat aan het optreden van het kabinetBiesheuvel ten grondslag lag. In de fase waarin Langman (VVD) minister van economische zaken was, was de heffing het belangrijkste middel in het afremmingsbeleid. Langman stuurde de beleidsontwikkeling. Hij onderhield (informeel) contacten over de SIR, eerst met de partners van het regeerakkoord, daarna vooral met de Tweede-Kamerleden Van Aardenne (VVD) en ook Peijnenburg (KVP) en Schouten (ARP). De mening van de belastingdienst, die de regeling zou moeten uitvoeren, was voor Langman een conditio sine qua non. Op het ministerie van economische zaken hebben de jurist van de directie wetgeving en andere juridische aangelegenheden en vooral de raadadviseur van het directoraat-generaal voor Industrie en Handel een belangrijk aandeel geleverd, zowel in de totstandkoming van de regeling als in de motivering van de gemaakte keuzen. In mei .1973 nam het moeizaam gevormde kabinet-Den Uyl de centrale doelstelling van de SIR ongewijzigd over, maar ten aanzien van de te hanteren middelen werden de prioriteiten anders gelegd. De nieuwe minister van economische zaken Lubbers (KVP) was een verklaarde tegenstander van hoge heffingen en verlegde het accent naar een vergunningenstelsel. Geplaatst voor het dilemma heffingen of vergunningen koos de VVD-fractie in de Tweede Kamer principieel voor het eerste; ze nam daarmee een standpunt

in, dat afweek van dat van de organisaties van werkgevers. Ook de drie christendemocratische fracties gaven de voorkeur aan een heffingenstelsel. Lubbers moest optomen tegen sterk verzet van Schouten en Peijnenburg. Het compromis dat met name met Peijnenburg werd gesloten was het beperken van het vergunningenstelsel tot Rijnmond en tot het instellen van een meldingsplicht voor het overige gebied. (In een andere fase waren zowel Lubbers en zijn ambtenaren als Peijnenburg en Schouten overtuigd van de praktische bezwaren van een meldingsplicht). Ruim de helft van de KVP-fraktie en nagenoeg de gehele AR-fraktie slaagden e r - met steun van de oppositie - gezamenlijk in, de werking van het wetsontwerp belangrijk in te perken. Wezenlijke invloed van de kant van ,,de" Tweede Kamer dus. De fraktie van de PvdA (en tijde van de openbare behandeling de grootste regeringspartij) stond bij dit alles langs de zijlijn. Minister-president Den Uyl

(PvdA) heeft enige negatieve invloed uitgeoefend op het verwezenlijken van de SIR door zonder voorafgaand overleg met Lubbers in de Troonrede van 1973 te zetten dat de invoering van de SIR een begin vormde ,,van de toetsing van investeringen op hun betekenis voor de maatschappij als geheel"". De meest centrale actors bij de tot standkoming van de wet SIR zijn geweest: de beide ministers van economische zaken Langman en Lubbers, twee van hun ambtenaren te weten de raadadviseur van het directoraat-generaal voor Industrie en Handel en de jurist van de directie wetgeving en andere juridische aangelegenheden, en de Tweede-Kamerleden Peijnenburg en Schouten en - wat de regionale begrenzing van de werking van de SIR betreft - enigermate ook Wierenga (PvdA). Hun inbreng én invloed was in menig opzicht ongelijksoortig. Van allen gemeenschappelijk kan worden gezegd dat zij elkaar wederzijds heb-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

VU-Magazine | 514 Pagina's

VU Magazine 1980 - pagina 147

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

VU-Magazine | 514 Pagina's