Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1980 - pagina 51

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1980 - pagina 51

4 minuten leestijd

m magazine 5

? en CNV in eerste na-oorlogse jaren

In 1952 kwam er (inplaats van een Chr. Soc. Congres) een Chr. Sociale Conferentie. Het was niet de A.R.P.-top die daarvan de touwtjes in handen had. Het dagelijks bestuur (v.l.n.r. zittend: H. Diemer, prof. mr. W. F. de Gaay Fortman, ds. M. Vissers en mr. J. van Bruggen. Staand: M. Ruppert, G. Moll en dr. J. C. C. Rupp.

hart toedragen." Hij wraakte die oppositionele instelling van een deel van de aanhang, waarvan hij ook nu weer de symptomen tegenkwam. ,,Hebt gij", zo vroeg Schouten,,, met warmte en bezieling, bouwend en constructief, in de partijorganisatie gewerkt?" K. Kruithof, die van 1916 tot 1935 voorziter van het CNV was geweest (daarna ere-voorzitter), had vóór hem een dergelijke opmerking gemaakt: als er iets niet in orde was met de partij dan moest men zijn bezwaren maar naar boven brengen in de kiesverenigingen. Hoezeer Kruithofs opvattingen over de verhouding tussen partij en vakverbond hadden afgedaan bleek uit hel feit dat hij vanuit de vergadering geen enkele steun kreeg en dat een aantal sprekers zich uitdrukkelijk van hem distantieerde. De discussie over het partijrapport inzake bedrijfsorganisatie droeg, als de notulen een juist beeld geven, een wat venijnig karakter. Schouten merkte op dat het niet essentieel van Rupperts referaat op de partijconferentie van 1946 verschilde, waarop Ruppert liet

blijken zich gegriefd te voelen omdat hij niet in de subcommissie was benoemd die de eerste versie had ontworpen. De kritici hadden volgens de partijvoorzitter niet het recht van de opstellers te zeggen dat het hun ontbrak aan sociale bewogenheid. De 164 laatsten hadden een oplossing aangedragen die volledig overeenstemde met de denkbeelden van Kuyper. Talma en anderen. Door een eensgezind optreden konden de antirevolutionairen nu misschien bereiken dat de K VP zich op dit punt losmaakte van de PvdA. en dan was er al veel gewonnen. (ieen overeenstemming In tweede termijn zei Ruppert hierop dat, in tegenstelling tot wat Schouten beweerde, niet kon worden gesproken van overeenstemming over de belangrijkste vraagpunten. Indertijd was toegezegd dat er haast zou worden gemaakt met het rapport, en dat over de inhoud overleg zou worden gepleegd met de CHU, maar die afspra-

ken waren niet nagekomen. In navolging van Fuykschot, die de onder antirevolutionairen heersende opvattingen over de eigendom aan de kaak had gesteld, bracht Ruppert naar voren dat de partij er goed aan zou doen ook het brandende vraagstuk van de bezitsspreiding met voortvarendheid te behandelen. Het onder de arbeiders verloren prestige zou kunnen worden teruggewonnen als men nu eens niet volstond met kritiek te leveren op wat anderen propageerden. Het omstreden rapport werd na deze bespreking voorgelegd aan het Centralen Convent. ,,Over dat rapport was nog al enige deining ontstaan." zegt het verslag van de vergadering in Nederlandsche Gedachten, dat niet veel meer geeft dan een samenvatting van wat Schouten daar te berde bracht. Deze stelde vast. dat er geen verschil van mening bestond over de vraag öf bedrijfsorganen bindende regels mochten stellen, maaralleen over de principiële fundering van deze bevoegdheid. Om tegemoet te komen aan de geopperde bezwaren werkte men het rapport vervolgens uit in een veertiental ,,conclusies", die dienden als annex bij het Program van Actie voor de naderende verkiezingen. Ze werden vastgesteld in het Centralen Convent van 23 april 1948 en daarna door de Deputaten vergadering bekrachtigd. Hoewel Nederlandsche Gedachten berichtte dat Ruppert ter vergadering had verklaard zich con amore en hai=telijk met de redactie te kunnen verenigen, was het CNV nog niet echt tevreden. De desbetreffende opmerkingen in zijn brief van 7 juni 1948 aan Schouten werpen een heel ander licht op Rupperts adhesiebetuiging. Het blijkt dat men hem als het ware met applaus de mond snoerde, althans een ,,sfeer van opluchting" deed ontstaan die volgend de CNV-voorzitter ,,voor een zeer belangrijk deel ongemotiveerd was''. In conclusie V werd de bevoegheid

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

VU-Magazine | 514 Pagina's

VU Magazine 1980 - pagina 51

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

VU-Magazine | 514 Pagina's