Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1980 - pagina 201

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1980 - pagina 201

5 minuten leestijd

\/ll magawie 23 Prof. dr. J. van Putten (hoogleraar politicologie VU):

De doelsteiling een plaag?

ondanks het ai dan niet christelijke karakter van de instelling, waaraan wij werkzaam zijn. Dat dergelijke bezinning door de bestuursorganen van de universiteit w o r d t gestimuleerd en in het kader van een „bezinn i n g s c e n t r u m " gestructureerd is alleen maar goed. Maar laten w e onszelf als instelling alsjeblieft verlossen van een doelstelling, waarmee je legitiem verschillende en zelfs tegenstrijdige kanten uit kunt". Prof. dr. ir. H. van Riessen (hoogleraar wijsbegeerte VU):

„ A l s ik aan een andere universiteit zou werken, zou ik mijn werk inhoudelijk waarschijnlijk precies zo inrichten als nu aan de V U , ik zou ook dan 's morgens en 's avonds de Heer prijzen omdat de tijd van zijn genade nog voortduurt, ik zou ook dan 's zondags, nu eens blij, dan weer slaperig of met tegenzin, naar de kerk gaan. Maar nu ik aan de VU werk, komt daar nog iets bij: ik moet mij van tijd tot tijd bezinnen op de doelstelling van deze universiteit. Het w o r d t zo langzamerhand een o n afwendbare plaag. Over de inhoud van de doelstelling niets dan goeds. God dienen en je medemensen, een betere doelstelling is niet denkbaar. Desondanks een plaag. (.. . )" Met diverse voorbeelden licht prof. van Putten toe w a a r o m hij dat zo ervaart. Een ervan volgt hierna. „ M i j n eigen wetenschapsbeoefening richt zich op mogelijkheden tot verdere demokratisering van de samenleving. Is er een relatie met de doelstelling van de VU? Ik weet het niet. De doelstelling rept van gehoorzaamheid aan het Evangelie van Jezus Christus. Maar de evangelieschrijvers leggen Jezus Christus in de m o n d dat zijn rijk niet van deze wereld is en dat men de (romeinse) keizer diende te geven wat des keizers was. Dat is w e l heel iets anders dan demokratisering van ons aardse bestaan. Demokratie is principieel verworpen (als votkssouvereiniteit tegenover goddelijke souvereiniteit), maar ook principieel verdedigd (voor God zijn alle mensen gelijk, w a a r o m zijn de mensen dan ook niet voor elkaar gelijk?). Als ik zie, hoeveel leed w o r d t veroorzaakt door allerlei ongelijkheid in de samenleving, kom ik tot de conclusie dat verdere demokratisering een groot goed is (zij het in s o m m i g e aspecten niet zonder schaduwzijden), maar vraag me niet, dat aan de hand van de doelstelling te rationaliseren". ( . . . ) „ ( . . . ) Op zich is een betere doelstelling dan de VU heeft niet denkbaar. Vooral is van belang dat deze doelstelling in de harten van ons allen leeft. Als doelstelling van een universiteit heeftzezich, vrees ik, overleefd. Allerlei problemen w o r d e n vandaag niet meer of heel anders beleefd in vergelijking met honderd jaar geleden. Er zijn nieuwe problemen bijgekomen. De wetenschapsbeoefening aan de VU heeft zich geweldig uitgebreid en strekt zich thans uit tot gebieden waarvan in Kuypers' dagen nog geen voorstelling bestond. Zo het dat ooit geweest is, vandaag de dag is het nauwelijks of in het geheel niet meer mogelijk een grens te trekken tussen „christelijke" en „niet-christelijke" wetenschapsbeoefening. Hebben w i j elkaar, in termen van de doelstelling, dan niets meer te zeggen? Zeker w e l , w i j zullen onszelf en elkaar voortdurend op onze verantwoordelijkheid moeten blijven aanspreken, en daarbij criteria die zijn ontleend aan onze christelijke geloofsovertuiging niet mogen schuwen. Maar ik herhaal, dat moeten w e altijd.

Proces van vervreemding van doelstelling moeilijk te keren „ D e idee van een christelijke wetenschap wekt de verwachting van een volstrekt andere wetenschap en dat is onterecht. In wetenschap is behalve centraal ook perifeer geloof van invloed. Dit laatste steunt op een betrekking tot een allen gegeven werkelijkheid, die dan voorts verschillend geïnterpreteerd w o r d t . Maar deze interpretatie is niet volstrekt vrij doch voor iedereen gebonden aan een zeker besef van Gods wet zonder welk besef niemand kan bestaan. Kuyper noemde dat de gemene gratie. In zoverre dit besef er is en werkzaam is bestaat er consensus in heel de wetenschap. In zoverre dat niet het geval is toont zich een antithese. Het zal duidelijk zijn, dat het spreken van een christelijke w e tenschap verwarring zou wekken. ( . . . ) Men moet nu voorts ook letten op verschillen tussen de vele wetenschappen. Verschillen tussen de velden van onderzoek van de diverse vakwetenschappen, b.v. tussen wiskunde en theologie, maken duidelijk dat de invloed van het christelijke geloof soms geen beslissend verschil biedt met ander centraal geloof, soms nadrukkelijk w e l . M e n moet dus met het voorvoegsel, christelijk, voorzichtig zijn. Maar wel mag verlangd w o r d e n , dat een christen zich als zodanig begeeft in een wetenschap, dat hij in die wetenschap dus met een christelijke intentie werkzaam is. De betekenis van het christelijk geloof voor de wetenschap is vervolgens wezenlijk verschillend tussen de gevallen, waarin in het veld van onderzoek de handelende mens wel of niet optreedt. Het veld van onderzoek van de wijsbegeerte is omvatt e n d , is n.l. het veld van alle grensproblemen, zowel van de wetenschappen als van de praktijk. Het gaat daarin vooral o m de allerbelangrijkste problemen der mensheid. Daar ook de wijsbegeerte deze problemen niet op strikt wetenschappelijke wijze kan oplossen, en zij toch in heel haar geschiedenis antwoorden geboden heeft, ligt het voor de hand, te stellen, dat deze antwoorden aan geloof, met name centraal geloof ontleend zijn. Daarom is het in dit geval een verduidelijking en is het niet verwarringwekkend, indien van christelijke wijsbegeerte gesproken w o r d t . Men kan zich afvragen, of dit alles nog past bij de huidige situatie aan de V U , of uit het voorafgaande nog een beleid te v o r m e n is. De VU deelt in de malaise van heel

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

VU-Magazine | 514 Pagina's

VU Magazine 1980 - pagina 201

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

VU-Magazine | 514 Pagina's